De Eerste Kamerverkiezingen 1890 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 8 juli 1890.

De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in mei 1889 gekozen waren - in tienIn Zeeland waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. zeventien nieuwe leden.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt:

Groepering/partijZetelsZetelverdeling naar provincie 1888Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door tussentijdse verkiezingen als gevolg van aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1888-1890. AfAftredend in 1890 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1890. 1890 +/− Gr  F   D   O  Ge  U  NH ZH  Z  NB  L  Liberale Unie 32 10 10 32 0 3 4 2 3 2 7 9 2 katholieken 10/11  4  4 11 0 1 1 6 3 conservatieven  3/2  1  1  2 0 2 gematigde liberalen  2  1  1  2 0 1 1 conservatief-liberalen  2  0  0  2 0 1 1 Anti-Revolutionaire Partij  1  1  1  1 0 1 totaal 50 17 17 50 0 3 4 2 3 6 2 9 10 2 6 3

Gekozenen

Bij de Eerste Kamerverkiezingen van 1890 waren zeventien leden van de Eerste Kamer periodiek aftredend. Zij werden allen herkozen.

De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 16 september 1890. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.

1890 Categorie:Nederlandse politiek in 1890 Nederland