De jaren 1990-1999 (van de christelijke jaartelling) vormen het tiende, en laatste decennium in de 20e eeuw.

Gebeurtenissen en ontwikkelingen thumb|left|220px|Nelson Mandela en president van de Verenigde Staten Bill Clinton in 1993 Mondiaal Het einde van de Koude Oorlog en de daaruit volgende hegemonie van het westen onder aanvoering van de Verenigde Staten geeft velen het idee dat ideologische conflicten en permanente oorlogsdreiging voorgoed tot het verleden behoren. Tekenend hiervoor is het in het begin van de jaren 90 populaire boek Het einde van de geschiedenis en de laatste mens van politicoloog Francis Fukuyama waarin hij stelt dat de "liberale vredesdemocratie" als enige winnaar is overgebleven. De Amerikaanse president Bush spreekt van een "nieuwe wereldorde". De laatste ondergrondse kernproef door de VS, op het Kernwapentestgebied in Nevada, was in 1992, door de Sovjet-Unie in 1990, door het Verenigd Koninkrijk in 1991 en zowel Frankrijk als China gaan hiermee door tot in 1996. Na het aannemen van het kernstopverdrag (internationaal bekend als Comprehensive Test Ban Treaty) in 1996 hebben al deze staten beloofd te stoppen met kernproeven. De gruweldaden begaan tijdens de Joegoslavische Burgeroorlog en de Rwandese Genocide leiden voor het eerst sinds 1945 tot het instellen van internationale tribunalen door de Verenigde Naties: het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag en het Rwanda-tribunaal in Arusha. Bovendien wordt in 1998 te Rome besloten tot het stichten van een Internationaal Strafhof, te vestigen in Den Haag.

Rusland en satellieten Boris Jeltsin, president van de Russische federatie voert een democratische grondwet in met persvrijheid. Maar de economische shocktherapie van zijn premier Jegor Gajdar leidt tot ontwrichting van de maatschappij en tot schaamteloze zelfverrijking van enkele 'oligarchen'. Ten slotte veroorzaakt de roebelcrisis wereldwijd een scherpe daling van de beurskoersen. De prille Russische democratie wordt voortdurend bedreigd door extreem-nationalisten als Vladimir Zjirinovski en door de nog invloedrijke communistische partij. Het zwaar verdeelde democratische kamp overleeft alleen door het persoonlijke prestige van de zieke president Jeltsin. De andere Sovjetrepublieken worden zelfstandige staten die afspreken met Rusland samen te werken in het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. In de Centraal-Aziatische republieken ontstaan direct spanningen tussen de ex-communistische bestuurders en door Iran gesteunde zuidelijke stammen. In de jaren 1992 - 1997 vallen bij een burgeroorlog in Tadzjikistan tussen islamitische strijders en de door Moskou gesteunde regering dertigduizend doden en slaat een miljoen mensen op de vlucht. Ook leidt de ontbinding van de Sovjet-Unie tot de Oorlog in Nagorno-Karabach, waar Armenië erin slaagt een christelijke minderheid te beschermen tegen het omliggende islamitische Azerbeidzjan. Ook Rusland zelf kent nog interne strubbelingen. In 1991 verklaart Tsjetsjenië zich onafhankelijk. In 1994 valt het Russische leger de republiek binnen, en dit leidt tot de Eerste Tsjetsjeense Oorlog, waarvoor in 1996 een wapenstilstand wordt gesloten. In 1999 komt het opnieuw tot oorlog tussen Russen en separatisten en wordt het gebied nogmaals ingenomen door de eersten.

Balkan Ook Joegoslavië is een staat die in deze tijd in stukken uiteenvalt. Slovenië en Kroatië verklaren zich in 1991 onafhankelijk, Macedonië volgt later dat jaar, en Bosnië in 1992. Alleen Servië en Montenegro blijven over. In Kroatië, maar vooral in Bosnië, komt het daarna tot bloedige conflicten tussen de diverse bevolkingsgroepen: Kroaten en Serviërs in Kroatië; Kroaten, Serviërs en Bosniërs in Bosnië. De oorlog in Bosnië wordt uiteindelijk na interventie van de NAVO beëindigd in het Verdrag van Dayton, dat Bosnië verdeelt in een Servisch en een Kroatisch/Bosnisch deel. Tijdens de oorlog vinden vele mensenrechtenschendingen plaats, zoals de zogenaamde etnische zuiveringen: het deporteren of vermoorden van personen van een andere etniciteit. Het beeld van uitgeteerde gevangenen in concentratiekampen roept herinneringen op aan de Holocaust. Om deze misdaden te onderzoeken en berechten wordt het Joegoslaviëtribunaal opgericht. Ook Kosovo, een gebied in Zuid-Servië is het strijdtoneel van etnische onlusten. Dit gebied heeft een Albanese meerderheid, en die wil zich bij Albanië aansluiten. Een verzetsgroep, het UCK wordt opgericht. De Serviërs strijden tegen het UCK, maar volgens velen zijn de Servische militaire acties ook tegen de Albanese burgers gericht. De NAVO eist de terugtrekking van de Serviërs uit Kosovo, en begint met bombardementen tegen Servische doelen, gevolgd door een militaire invasie in Kosovo. Uiteindelijk stemt Servië toe met een regeling waarin Kosovo weliswaar onderdeel van Servië blijft, maar de facto onder NAVO-bestuur komt.

Europa De Duitse hereniging krijgt gestalte door de aansluiting van het oosten bij de Bondsrepubliek. Bondskanselier Helmut Kohl paait de Oost-Duitsers door hun Oost-Duitse mark, die 20 pfennig waard is, een op een om te wisselen voor D-mark. De staatsbedrijven, gronden en andere bezittingen worden ondergebracht in de Treuhand, die alles verkoopt. De "Ossies", die hun harde Marken massaal omzetten in westerse auto's, verliezen vervolgens in rap tempo hun baan en alles wat hen vertrouwd was. Zo ontstaat de Ostalgie. Op initiatief van de Franse president François Mitterrand wordt de Oost-Europa Bank opgericht om de overgang te begeleiden van de voormalige Comeconlanden naar het westerse kapitalistische model. De Duitse economie heeft grote moeite met de omschakeling en loopt vast. Helmut Kohl verliest de verkiezingen, en wordt vervolgens beschuldigd van het aannemen van smeergeld voor zijn verkiezingscampagne. Gerhard Schröder vormt een rood-groene coalitie met Joschka Fischer van de Grüne, die zo voor het eerst in de regering komen. In Italië vindt een 'stille revolutie' plaats. Het politieke systeem, 45 jaar lang gedomineerd door de Democrazia Cristiana, implodeert door een serie van corruptieschandalen. De Operatie Schone handen geeft de Italianen hoop en moed, en de justitie begint zelfs een offensief tegen de Maffia, waarbij twee onderzoeksrechters worden vermoord. De mediamagnaat Silvio Berlusconi richt een politieke beweging op: Forza Italia. In Piëmont ontstaat een afscheidingsbeweging: de Lega Nord. De post-fascistische MSI hervormt zich onder de jonge leider Gianfranco Fini tot een rechtse partij binnen de democratie. Links zakt de machtige communistische partij in elkaar, zonder dat een echt alternatief ontstaat. Toch wint in 1996 de "Olijfcoalitie" de verkiezingen, en de hoogleraar Romano Prodi wordt premier. De neutrale landen Finland, Zweden en Oostenrijk kunnen zonder bezwaar van Rusland in 1995 toetreden tot de Europese Unie. De sociaaldemocraten in Europa schuiven met de kiezers mee naar het midden. De Nederlandse premier Wim Kok schudt in 1995 zijn 'ideologische veren' af. Tony Blair hervormt Labour en komt in 1997 aan de macht. In Frankrijk regeert Lionel Jospin onder de rechtse president Jacques Chirac en in Duitsland wordt de hervormer Gerhard Schröder kanselier. De voorzitter van de SPD, Oscar Lafontaine, treedt in 1999 teleurgesteld af. De landen van de Europese Gemeenschappen bouwen de Economische en Monetaire Unie op en voeren in 1999 de Euro in als giraal betaalmiddel. De Raad van Europa neemt in 1992 het Europees Handvest voor regionale talen of talen van minderheden aan, dat in 1998 in werking treedt. Het moet bescherming bieden aan regiotalen die in hun voortbestaan worden bedreigd. Estland voert in 1994 als eerste land de vlaktaks in, en legt die op 26%. Andere Midden- en Oost-Europese landen volgen het voorbeeld: Rusland, Litouwen, Letland, Oekraïne en Slowakije.

Afrika F.W. de Klerk, de nieuwe president van Zuid-Afrika, verrast de wereld door niet alleen Nelson Mandela vrij te laten, maar ook met hem en andere ANC-vertegenwoordigers te gaan praten over het beëindigen van de Apartheid. De apartheidswetten worden afgeschaft, en er komen algemene verkiezingen waaraan iedereen, ongeacht ras, mag deelnemen. Hierbij krijgt het ANC de meerderheid, en Mandela wordt de eerste president van een post-apartheid-Zuid-Afrika. Door het einde van de Koude Oorlog kunnen Afrikaanse dictators niet meer zo gemakkelijk Oost en West tegen elkaar uitspelen. Zo ontstaat ook in Afrika een democratiseringsgolf. Landen als Tanzania, Zambia, Nigeria, Malawi, Ghana, Senegal en andere gaan meerdere partijen toelaten tot verkiezingen. Zulke meerpartijverkiezingen leiden in Algerije tot een zeer gewelddadige burgeroorlog tussen het leger en islamitische fundamentalisten die de verkiezingen leken te gaan winnen. Er vallen honderdduizend doden. Ook de West-Afrikaanse landen Liberia en Sierra Leone zijn het toneel van uiterst gewelddadige burgeroorlogen. In Liberia proberen stammen uit het noorden de uit de Verenigde Staten afkomstige elite uit het bestuursapparaat te verdrijven. In Sierra Leone gaat het vooral om de toegang tot de diamantvelden. Vele burgers worden verminkt door het afkappen van handen of voeten. Een belangrijke rol is weggelegd voor kindsoldaten. Het gebied komt tijdelijk tot rust als militieleider Charles Taylor wordt gekozen tot president van Liberia. 800.000 Tutsi en gematigde Hutu worden afgemaakt in de Rwandese Genocide door de Interahamwe-milities van militante Hutu. Opstandelingen van het Volksbevrijdingsfront van Tigray en uit Eritrea brengen in 1991 de marxistische Ethiopische dictator Mengistu ten val. Eritrea wordt in 1993 onafhankelijk, maar van 1998 tot 2000 vechten de voormalige strijdmakkers een bloedige grensoorlog uit.

Midden-Oosten Golfoorlog (1990-1991): In augustus 1990 valt Irak (geleid door Saddam Hoessein) Koeweit binnen. De Verenigde Staten met een groot aantal bondgenoten bombarderen Irak, en beginnen daarna een grondoffensief om Koeweit te bevrijden. Irak werpt raketten op Israël, maar moet zich uiteindelijk toch gewonnen geven. Irak moet wapeninspecties toelaten om te controleren dat het land geen massavernietigingswapens maakt. Dit laatste wordt niet altijd nageleefd door Irak, en maatregelen zoals een verbod van olie-export worden ingesteld. De Koerden in het noorden van Irak komen in opstand, hopend op Amerikaanse hulp. De Amerikanen en Britten beperken zich tot het instellen van 'no-fly zones', zodat De Iraakse luchtmacht niet kan bombarderen. Zo ontstaat in feite een Koerdische vrijstaat. Of eigenlijk twee, want al snel bestoken de Koerden elkaar en worden ze door de VN gescheiden in een "Barzanistan" en een "Talabanistan". In Turkije voert de Koerdische Arbeiderspartij PKK een uitzichtloze oorlog voor een eigen staat. In januari 1999 wordt hun leider Abdullah Öcalan op de vlucht in Kenia gearresteerd. Onder leiding van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie wordt in Madrid in 1991 een conferentie over het Israëlisch-Palestijnse conflict gehouden. Voor het eerst worden vertegenwoordigers van de PLO als gesprekspartners aanvaard door het westen en Israël. De conferentie levert niets op, maar na geheime onderhandelingen worden in september 1993 de Oslo-akkoorden gesloten. Het Israëlische leger ontruimt de dichtbevolkte bevolkingscentra op de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook, waar een Palestijnse Autoriteit wordt opgericht. De hightechindustrie in Israël groeit sterk. De grootschalige immigratiegolf uit de voormalige Sovjet-Unie vergroot de beschikbare beroepsbevolking. Het sluiten van de Oslo-akkoorden zorgt bovendien voor een verbetering van het investeringsklimaat, waardoor Silicon Wadi kan uitgroeien tot een omvangrijke hightechcluster. De overgave van Michel Aoun in oktober 1990 betekent het einde van de Libanese Burgeroorlog. Onder president Elias Hrawi en premier Rafik Hariri wordt begonnen met de wederopbouw van het land.