Ria Scarphout (Uitkerke, 31 januari 1930 - Brugge, 14 december 2008), pseudoniem van Arlette Paepe, was een Belgisch dichteres en schrijfster van novellen en romans. Dit pseudoniem werd later als haar wettelijke naam gelegaliseerd. Haar eerste gedichten publiceerde ze onder het pseudoniem Ria Celli.

Levensloop Arlette Paepe volgde de humaniora in Gent. Vervolgens studeerde ze aan het Instituut voor Journalisten en aan het Koninklijk Muziekconservatorium, beiden in Brussel.

In 1954 werd zij bediende bij de vliegtuigmaatschappij KLM in Brussel. In 1958 werd ze als dichteres bekroond op de Jong-Nederlandse Literaire Dagen in Landegem, hetgeen haar deed besluiten een literaire carrière te kiezen. Ze debuteerde met gedichten in het tijdschrift Sociaal Verweer, later volgden nog drie dichtbundels ('Binnen de tuinen', 'Gordel en sluier' en' Geologische gedichten', enkele novellen (waaronder 'Potdommetje' en 'De drempeltrein'), kinder -en jeugdboeken (waaronder 'De marsmannetjes' en 'Twee blauwe soldaatjes', toneel voor jeugd en een roman voor volwassenen ('Het station').

Ze werd journaliste bij de Werelduitzendingen van de BRT (1962-1969). Ze werd lerares dictie en voordrachtkunst aan de stedelijke academie, achtereenvolgens in Aalst (1965-1968), Anderlecht (1968-1969) en Menen (1963). Vanaf 1968 en tot 1990 was ze lerares in het Stedelijk Muziekconservatorium van Brugge.

In 1960 leerde ze de letterkundige Jan Vercammen kennen en werd zijn levenspartner. Hun verhouding duurde tot hij er, tot haar groot verdriet en woede, in 1984 een einde aan maakte. In zijn essay over Scarphout, Stuwend in je koorts (in Zacht Lawijd, nr. 3/4, 2025) onderzoekt Wout Vlaeminck aan de hand van archiefstukken de rol die de breuk met Vercammen precies heeft gespeeld in het einde van Scarphouts schrijverschap. Uit brieven en onuitgegeven manuscripten van Scarphout en Vercammen blijkt dat die laatste een en ander in het werk heeft gezet om Scarphouts literaire én persoonlijke reputatie en daarmee ook haar schrijverschap een dreun te bezorgen, waarvan ze ook weer op literair en persoonlijk vlak, nooit is hersteld.

In 1962 componeerde Herman Roelstraete twee suites op zeven gedichten uit haar dichtbundel Gordel en sluiter. In 1967 begon zij bij de Brugse uitgeverij Verbeke-Loys met een literaire reeks “Miniboekjes”, die later werd overgenomen door uitgeverij Orion. In 1971 richtte zij de beweging Jeugd en Woord op, naar het voorbeeld van Jeugd en Muziek. In 1974 werd ze lid van de raad van bestuur van de Vereniging van West-Vlaamse schrijvers. In 1977-79 werden haar bloemlezingen Prosit Proza Poëzie verwerkt tot tweemaal vier langspeelplaten met teksten van Zuid-Nederlandse schrijvers en ingesproken door Ria Scarphout en Paul Codde. Gedichten van haar werden vertaald in het Duits, Frans en Servo-Kroatisch.

Uit het essay van Vlaeminck blijkt dat Ria Scarphout na haar breuk met Jan Vercammen en na het eind van haar schrijverschap aan lagerwal geraakte. Uiteindelijk maakte ze een eind aan haar leven door in de Brugse binnenstad in het water te springen.

Publicaties Boven de tuinen, poëzie, Gent, De Hoorn, 1959. Gordel en sluiter, poëzie, Antwerpen, Diogenes, 1962. De blauwe tram, in: Nieuwe Stemmen, 1962. Twee blauwe soldaatjes, jeugdliteratuur, Borgerhout-Antwerpen, Fonteintje, 1965. De marsmannetjes, jeugdliteratuur, Hasselt, Heideland-Orbis, 1966. De clown en de geisha en andere verhalen, verhalen, Sint Andries (Brugge) Verbeke-Loys & Oostburg, W.J. Pieters, 1967. Het station, roman, Brussel, Uitgeverij Het Spoor, 1967. De drempeltrein, novelle, Brussel, Uitgeverij Het Spoor, 1968. Dag, Bietel, jeugdverhaal, Hasselt, Heideland-Orbis, 1971. Jeanne Vande Putte – Kersebloesem in het voorjaar, monografie, VWS-cahiers nr 3, 1972. Prosit, proza, poëzie, Deel I, bloemlezing van Vlaamse auteurs, samengesteld door Ria Scarphout, Brugge, Desclée de Brouwer, 1974. Prosit, proza, poëzie, Deel II, bloemlezing van Vlaamse auteurs, samengesteld door Ria Scarphout, Brugge, Desclée de Brouwer, 1977. Potdommetje, verhalen, Hilversum/Hulsthout, Uitgeverij De Koofschep, 1987. Geologische gedichten, poëzie, Hilversum/Hulsthout, Uitgeverij De Koofschep, 1988.

Bekroningen 1960: Prijs van de provincie West-Vlaanderen voor Poëzie voor Gordel en Sluier. 1961: de Aragonia-prijs voor haar novelle De clown en de geisha. 1962: Prijs van het tijdschrift Nieuwe Stemmen, voor de novelle De blauwe tram. 1967: Prijs van de directeur-generaal van de NMBS voor Het station. 1968: Prijs van de directeur-generaal van de NMBS voor De Drempeltrein.

Literatuur Raf SEYS, Van W. Vanbeselaere tot M. Vanhalewijn, VWS-cahiers, nrs. 57-58, 1975. Fernand BONNEURE, Ria Scarphout, in: Lexicon van West-Vlaamse schrijvers, Deel 3, Torhout, 1986. Wout VLAEMINCK, Stuwend in je koorts. Ria Scarphout, in: Zacht Lawijd, nr. 3/4, 2025.

Externe links Ria Scarphout op Schrijversgewijs Ria Scarphout op dbnl

Categorie:Vlaams dichter Categorie:Vlaams romanschrijver