De Eerste Kamerverkiezingen 1883 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 11 juli 1883.
De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in mei 1883 gekozen waren - in negenIn Groningen en Zeeland waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. dertien nieuwe leden.
De uitslag van de verkiezingen was als volgt:
GroeperingZetelsZetelverdeling naar provincie 1880Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1880-1883. AfAftredend in 1883 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1883. 1883 +/− Gr F D O Ge U NH ZH Z NB L liberalen 23/24 8 8 24 0 2 3 3 4 4 6 2 katholieken 6/7 2 2 7 0 5 2 gematigde liberalen 8/5 2 2 5 0 1 1 1 1 1 conservatieven 2 1 0 1 −1 1 conservatief-liberalen 0/1 0 0 1 0 1 conservatief-protestanten 0 0 1 1 +1 1 totaal 39 13 13 39 0 2 3 1 3 5 2 6 7 2 5 3
Gekozenen
Bij deze verkiezingen waren dertien leden aftredend, van wie elf herkozen werden. Twee leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden: door Provinciale Staten van Utrecht werd Theo van Lynden van Sandenburg (conservatief-protestanten) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Evert du Marchie van Voorthuysen (conservatieven) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijnIn eerste instantie was Frederik van Aylva van Pallandt (antirevolutionairen) gekozen; hij gaf echter aan zijn benoeming niet te aanvaarden. Daardoor was een nieuwe verkiezing benodigd.; door Provinciale Staten van Noord-Brabant werd Jacobus de Bruijn (katholieken) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Louis van Sasse van Ysselt die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn.
De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 17 september 1883. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.
1883 Categorie:Nederlandse politiek in 1883 Nederland