De Eerste Kamerverkiezingen 1877 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 11 juli 1877.

De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in mei 1877 gekozen waren - in tienIn Drenthe waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. dertien nieuwe leden.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt:

GroeperingZetelsZetelverdeling naar provincie 1874Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1874-1877. AfAftredend in 1877 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1877. 1877 +/− Gr  F   D   O  Ge  U  NH ZH  Z  NB  L  liberalen 18/19  8 10 21 +2   2 3 2 3 4 5 2 gematigde liberalen 12/11  2  1 10 −1   1 1 1 1 2 2 1 1 katholieken  5  1  2  6 +1   4 2 conservatieven  4  2  0  2 −2   1 1 totaal 39 13 13 39 0 2 3 1 3 5 2 6 7 2 5 3

Gekozenen

Bij deze verkiezingen waren dertien leden aftredend, van wie negen herkozen werden. Een lid had aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl drie aftredende leden verslagen werden.

Onderstaand volgen enkele bijzonderheden: door Provinciale Staten van Groningen werd Willem de Sitter (liberalen) gekozen die de aftredende afgevaardigde Coos Cremers versloeg met 25 tegen 15 stemmen; door Provinciale Staten van Gelderland werd Hendrikus Coenen (liberalen) gekozen die de aftredende afgevaardigde Willem Schimmelpenninck van der Oye (conservatieven) versloeg met 30 tegen 28 stemmen; door Provinciale Staten van Noord-Holland werd Adriaan Teding van Berkhout (liberalen) gekozen die de aftredende afgevaardigde Cornelis Hartsen (conservatieven) versloeg met 38 tegen 29 stemmen; door Provinciale Staten van Noord-Brabant werd Petrus Smitz (katholieken) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Hermanus Verschoor (gematigde liberalen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn.

De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 17 september 1877. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.

1877 Categorie:Nederlandse politiek in 1877 Nederland