De Eerste Kamerverkiezingen 1874 waren reguliere Nederlandse verkiezingen voor de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 15 juli 1874.

De verkiezingen werden gehouden voor een derde deel van de zittende leden van de Eerste Kamer van wie de zittingstermijn afliep. Bij deze verkiezingen kozen de leden van Provinciale Staten - die bij de Statenverkiezingen in mei 1874 gekozen waren - in negenIn Groningen en Zeeland waren geen aftredende Kamerleden. kiesgroepen naar provincieZie Eerste Kamerverkiezingen voor een nadere toelichting. dertien nieuwe leden.

De uitslag van de verkiezingen was als volgt:

GroeperingZetelsZetelverdeling naar provincie 1871Een wijziging van het aantal zetels van een partij c.q. groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode 1871-1874. AfAftredend in 1874 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de verkiezingen in 1874. 1874 +/− Gr  F   D   O  Ge  U  NH ZH  Z  NB  L  liberalen 17/18  9  9 18 0 2 3 2 3 2 5 1 gematigde liberalen 11/12  9  9 12 0 1 1 1 3 2 1 2 1 katholieken  5  2  2  5 0 3 2 conservatieven  6/4  2  2  4 0 1 1 1 1 totaal 39 13 13 39 0 2 3 1 3 5 2 6 7 2 5 3

Gekozenen

Bij deze verkiezingen waren dertien leden aftredend, van wie twaalf herkozen werden. Een lid had aangegeven niet herkiesbaar te zijn.

Onderstaand volgen enkele bijzonderheden: door Provinciale Staten van Utrecht werd Evert du Marchie van Voorthuysen (conservatieven) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Willem van Goltstein van Oldenaller die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn vanwege zijn verkiezing tot lid van de Tweede Kamer.

De zittingsperiode van de Eerste Kamer ging in op 21 september 1874. De zittingstermijn van de gekozen Kamerleden bedroeg negen jaar.Om de drie jaar was een derde deel van de Kamerleden aftredend.

1874 Categorie:Nederlandse politiek in 1874 Nederland