Het voormalige Mineralogisch-Geologisch Instituut (ook wel: Het Kasteel) is een gebouw aan de Melkweg in de stad Groningen.
Geschiedenis
Voorgeschiedenis Het instituut was een van de gebouwen die de Rijksuniversiteit Groningen liet bouwen tussen grofweg 1860 en 1910.in 1866 verrees het Fysiologisch Laboratorium (nu onderdeel UMCG), in 1880 het Farmaceutisch Laboratorium (nu het Snijdersgebouw), in 1892 het Physisch Laboratorium (achter het Mineralogisch-Geologisch Instituut) en na het Mineralogisch-Geologisch Instituut verrees in 1903 nog het Academisch Ziekenhuis en (ongepland) in 1906 het nieuwe Academiegebouw. Het instituut zelf was in 1877 als Mineralogisch-Geologische Afdeling opgericht door geoloog Friedrich Julius Peter van Calker. Van Calcar had eerder al een steeds groeiende verzameling zwerfstenen en bodemmonsters verzameld en ondergebracht in het Corps de Garde-gebouw, de voormalige Hoofdwacht (Oude Boteringestraat 74), maar de ruimte daar werd te klein. Hij wist na jaren van onderhandelen te bedingen dat deze collecties een plek zouden krijgen in het nieuwe gebouw.
Ontwerp en bouw Het pand werd ontworpen als 'gesamtkunstwerk' door rijksbouwmeester Jacobus van Lokhorst naar een door Van Calcar opgesteld programma van eisen. Lokhorst had eerder in 1892 al het Physisch Laboratorium gebouwd naast het Mineralogisch-Geologisch Instituut. Het ontwerp is een combinatie van rationele neo-gotiek en neorenaissance volgens de door de Rijksoverheid gewenste 'Vaderlandse bouwstijl' gebaseerd op de historische kastelenbouw zoals eerder uitgevoerd door de Franse architect Eugène Viollet-le-Duc. Niet verwonderlijk kreeg het imposante gebouw met haar traptorens, trapgevels en grote glas-in-loodramen in de volksmond daardoor al snel de bijnaam 'Het Kasteel'. Het gebouw wordt gezien als een van de belangrijkste werken van Van Lokhorst.
Het gebouw werd gebouwd door aannemer T.IJ. Jelsma uit Groningen, die met 109.660 gulden de laagste inschrijver bij de aanbesteding was.Nieuwe provinciale Groninger courant, 8 december 1897 De bouw duurde van 1898 tot 1901.
Museum en onderwijs De helft van het gebouw werd gebruikt voor onderzoek en onderwijs. In de andere helft, drie verdiepingen in de noordoostelijke vleugel, werd in 1902 het Museum voor Mineralogie en Geologie gevestigd. De donjon aan noordwestzijde vormde onderdeel van het museum. In deze toren werden prehistorische dieren op de muur geschilderd. Ook werd een slinger van Foucault opgehangen, waardoor de toren ook wel de 'Toren van Foucault' werd genoemd. In het museum werd een collectie gehuisvest die in de loop van de tijd uitgroeide tot ruim 30.000 fossielen, mineralen en kristalmodellen. De basis voor deze verzameling vormden de verzamelingen mineralen en fossielen van het universitaire museum van Natuurlijke Historie, waaronder een restand van de verzameling uit het natuurhistorisch kabinet van Petrus Camper (1722-1789). Van Calcar gebruikte de collectie onder andere voor het geven van onderwijs. Zijn opvolgers J. H. Bonnema en Philip Henry Kuenen breidden de collecties verder uit. Het bekendst was de verzameling mineralen en gesteenten op de zolderverdieping, die in de volksmond ook wel het ‘Vlintenhoes’ werd genoemd.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog verbleven Joodse onderduikers in het gebouw.
Het gebouw werd na de Tweede Wereldoorlog steeds intensiever gebruikt. In de jaren 1950 en 1960 werd onder het gebouw een kelder gegraven. De gesteentezaal van het museum op de tweede verdieping moest toen plaatsmaken voor een afdeling natuurkunde en werd in de nieuwe kelder geplaatst. Vervolgens werd de paleontologische afdeling van het museum op de eerste verdieping in elkaar geschoven om ruimte te maken voor nieuwe werkkamers voor de onderwijsstaf. In 1963 werden ook de collecties op de begane grond verplaatst naar de kelders. In 1964 werd -vermoedelijk wegens geldgebrek- het museum gesloten.
In 1972 kwam ook de afdeling fysische geografie naar de eerste verdieping van het gebouw. Voor de huisvesting van deze afdeling werd de voormalige museumcollectie aldaar verplaatst naar andere gebouwen in de stad en werden collectiestukken met betrekking tot Indonesië overgebracht naar het Leidense Rijksmuseum voor Geologie en Mineralogie. Veel collectiestukken raakten door al deze verhuizingen zoek of kregen een verkeerde aanduiding. Professor geologie Lambertus Marius Joannes Ursinus van Straaten zorgde er begin jaren 1980 voor dat hier weer enig systeem in kwam.
Herbestemming In 1986 werd de universitaire opleiding geologie opgeheven en kwamen er geruchten dat de universiteit het gebouw af wilde stoten. In 1989 vertrok de staf naar nieuwbouw in De Paddepoel en kwam er antikraak in het pand.
Bij de vele verbouwingen in de jaren 1960 en 1970 was de architectuurstijl van Van Lokhorst strijdig geacht met de heersende 'goede smaak'. Veel architectuurelementen waren daardoor verdwenen. Begin jaren 1990 kwam er nieuwe waardering voor zijn werk. In de voorbereidingen voor de verkoop werd het pand in 1994 aangewezen tot rijksmonument.
Het Noorderpoortcollege had ondertussen al het gebouw van het Physisch Laboratorium verworven en kocht daarop ook dit gebouw aan in 1996. Besloten werd tot de bouw van een nieuw complex, waarbij het gebouw van het Physisch Laboratorium werd geïntegreerd in de nieuwbouw van de Franse architect Henri Ciriani, maar het Mineralogisch-Geologisch Instituut alleen verbonden werd door een dubbele glazen luchtbrug naar ontwerp van architectenbureau Team 4 en Holstein Restauratie Architectuur. Deze verbouwing vond plaats tussen 1999 en 2001. Bij de verbouwing werden de beide gebouwen gerenoveerd, maar ging wel de originele museuminrichting van het voormalige museum verloren.
Het gebouw werd ingericht tot vergader- en congrescentrum. In de loop van der tijd werden er verschillende functies gevestigd, tot het uiteindelijk weer grotendeels leeg kwam te staan (alleen het GRID had er nog een tijdelijk onderkomen). In 2024 kwam het in handen van leegstandsbeheerder CareX en werd de vergader- en congresfunctie weer opgepakt onder de naam 'Kasteelvrouwe'.
Varia
Willem Frederik Hermans had een werkkamer in het gebouw. Volgens een overlevering zouden de trappen, gangen en de centrale hal met zijn geometrische patronen inspiratie hebben gevormd voor het Trappenhuis van Escher.
Afbeeldingen
Categorie:Bouwwerk in Groningen (stad) Categorie:Rijksmonument in Groningen (stad)