Susanne Heynemann, na haar tweede huwelijk ook bekend als Susanne Gruber-Heynemann, (Zehlendorf, 19 juni 1913 – Haren, 15 februari 2009) was een Nederlands typografe en grafisch ontwerpster van Duitse afkomst. Ze werd onder meer bekend door boekomslagen die ze bij uitgeverij Querido ontwierp voor onder anderen Dola de Jong en Hella Haasse. Later werd ze verantwoordelijk voor de verzorging van schoolboeken van uitgeverij Wolters (later Wolters-Noordhoff). Heynemann wordt gezien als een van de veelzijdigste en productiefste typografen van Nederland.
Opleiding Heynemann werd geboren op 19 juni 1913 in het Berlijnse district Zehlendorf. Ze was de dochter van Selmar Heynemann en Margarethe Johanna Kellermann. Haar vader was joods en haar moeder was luthers. Heynemann had twee broers.
Vanaf 1930 volgde Heynemann lessen in tekenen en kalligrafie bij drukkerij Buxenstein in Berlijn. Daarnaast volgde ze een praktijkopleiding in zetten en drukprocedés bij uitgeverij Dorland op de Kurfürstendamm in Berlijn. Haar fascinatie voor het maken van boeken zette haar ertoe om boeken uit de persoonlijke bibliotheek van haar ouders te beschilderen. Naar eigen zeggen werd dit door haar ouders “nog redelijk blijmoedig ondergaan” ondanks dat “dit deel van de bibliotheek als verloren moest worden beschouwd”.
Vanaf 1935 reisde Heynemann regelmatig naar Amsterdam waar haar broer Heinz Gerhard in 1932 was gaan wonen. Nederland had een grote aantrekkingskracht op Heynemann. In Amsterdam kwam ze in aanraking met Nederlandse drukkers en ging ze aan het werk in een Amsterdamse drukkerij. Naar eigen zeggen hadden de loden letters met namen als nonparèl, galjard, cicero, augustijn en grote kánon voor haar een grote poëtische klank. In diezelfde periode ging Heynemann verder met kalligraferen en kreeg ze haar eerste opdrachten. Deze bestonden uit het maken van kalligrafische bladen en ontwerpen voor ex librissen. Ze ontwierp die onder meer voor Chris Leeflang, C.J. Asselbergs en G.M. van Wees.
Op 16 augustus 1939 huwde Heynemann in Amsterdam met de 52-jarige diamantkoopman Benjamin Lopes Cardozo. Op het moment dat ze huwde met Lopes Cardozo was Heynemann officieel nog ingeschreven als inwoonster van Berlijn. De ouders van Heynemann waren in 1939 naar Amsterdam verhuisd.
Eerste werken miniatuur|Oosteinde 16 - 14. Op nummer 16 was Tehuis Oosteinde gevestigd.|links|alt=Zwart-wit foto van een rij huizen in de straat Oosteinde, Amsterdam. |300x300px Op 3 oktober 1940 verhuisde Heynemann zonder haar echtgenoot naar Euterpestraat 130 bovenhuis in Amsterdam waar ze ging inwonen bij de Duitse gymnastieklerares Grete Voss. Het huwelijk tussen Heynemann en Lopes Cardozo werd op 31 oktober 1940 in Amsterdam ontbonden. Het huwelijk was mogelijk een schijnhuwelijk om te voorkomen dat Heynemann naar Duitsland zou worden teruggestuurd.
Gedurende de Tweede Wereldoorlog bleef Heynemann zich bezighouden met kalligrafie en raakte ze steeds meer geïnteresseerd in typografie. Bij de Openbare leeszaal aan de Keizersgracht leende ze boeken over het tekenen van letters en typografisch ontwerpen.
Tijdens de oorlog sloot Heynemann zich aan bij het verzet. Ze werkte als koerierster bij de verzetsgroep Van Dien. Bij deze verzetsgroep waren voornamelijk Duitse Joden betrokken en de groep hield zich hoofdzakelijk bezig met het verzorgen en verspreiden van illegale bladen. De verzetsgroep opereerde vanuit Kamp Westerbork en Tehuis Oosteinde in Amsterdam. Het Tehuis Oosteinde was in 1937 opgericht voor de opvang van gevluchte Duitse Joden. Hier leerde Heynemann de Duits-Joodse Max Gruber (1921-1990), haar latere echtgenoot, kennen. Gruber was samen met zijn ouders en broer in juni 1939 in Rotterdam aangekomen met het vluchtelingenschip MS St. Louis.
Ook schrijfster Rosey E. Pool was betrokken bij de verzetsgroep. Via Pool kwam Heynemann in contact met diverse boeken- en grafiekverzamelaars. Een daarvan was grafisch ontwerper Charles Nypels, die ze in 1942 in Utrecht leerde kennen. Voor Pool kalligrafeerde Heynemann in 1944 haar boek Ten Poems by Emily Dickinson. Het boek verscheen bij de clandestiene uitgeverij ‘Vijf Ponden Pers’. Bij de Vijf Ponden Pers kwam Heynemann eind 1944 in contact met typograaf en grafisch ontwerper Jan van Krimpen. Van Krimpen was een van de oprichters van de Vijf Ponden Pers. Hij gaf Heynemann advies over hoe zij het beste kon kalligraferen en hoe ze het perkament kon behandelen zodat het geschikt was om te kunnen beschrijven.
Uitgeverij Querido In de zomer van 1945 werd Heynemann door vertaalster Alice van Nahuys gevraagd enkele boeken voor uitgeverij Querido te verzorgen. De oprichter van uitgeverij Querido, Emanuel Querido, was in 1943 omgekomen in Sobibór en Van Nahuys had na de bevrijding de leiding over de uitgeverij overgenomen. Bij Querido ontwierp Heynemann boekenomslagen voor onder meer Hella Haasse en Dola de Jong. Voor Haasse ontwierp ze in 1945 de omslag van Stroomversnelling. Het was het eerste boek van Haase dat ze verzorgde en ze wilde haar naar eigen zeggen eerst ontmoeten, omdat ze de omslag anders niet kon ontwerpen. De ontmoeting maakte indruk op Heynemann, waarna ze concludeerde dat ze nu 'de omslag van de eeuw' kon maken. Daarnaast ontwierp ze tevens de omslag van het boek En de akker is de wereld (1947) van De Jong. Toen het boek in 2015 opnieuw werd uitgegeven door uitgeverij Cossee werd het originele ontwerp van de omslag behouden.
Het logo van de Salamander pocketboekenreeks van uitgeverij Querido werd in 1949 door Heynemann gemoderniseerd. Daarnaast was ze werkzaam voor uitgeverij Bermann-Fischer die een samenwerking had met Querido. De werkwijze van Heynemann werd door adjunct-directeur van Querido Reinold Kuipers omschreven als een “onorthodoxe vrijheid”. Volgens Tine van Buul, vanaf 1946 werkzaam voor Querido, was het Heynemann die sinds 1945 vele jaren een stempel drukte op de uitgaven van de uitgeverij. Heynemann bleef tot 1954 werkzaam voor uitgeverij Querido.
Uitgever Fred von Eugen, de directeur van de Amsterdamsche Boek- en Courantmaatschappij (ABC), vroeg Heynemann om een omslag te ontwerpen voor een uitgave van Het Vrije Volk naar aanleiding van de bevrijding in 1945. In 1946 en 1947 ontwierp ze diverse boekomslagen voor de ABC. Door de papierschaarste en versleten linotype matrijzen was het noodzakelijk vindingrijk te zijn. Ze beschreef het als een “geweldige tijd”.
In 1945 ging ze in de leer bij haar mentor Charles Nypels. Tot op dat moment was Heynemann voornamelijk technisch onderlegd, maar door de verhalen van Nypels over typografie werd haar interesse in dat vakgebied verder versterkt. Naast typografie bleef ze haar interesse in kalligrafie behouden. Naar eigen zeggen bleven kalligrafische elementen haar nog enige tijd in haar werk achtervolgen. Haar kalligrafiewerk is onder meer te zien in het ontwerp voor de boekomslag van Gedichten van Leo Vroman uit 1946. Aanvankelijk was Vroman weinig enthousiast over het ontwerp van Heynemann, omdat hij de elegantie van de kaligrafie niet bij zichzelf vond passen. Toen Heynemann Vroman in de jaren 1970 sprak, had hij haar het ontwerp “grootmoedig vergeven”.
Tussen 1946 en 1948 was Heynemann de assistent van letterontwerper en boekbandontwerper Henri Friedlaender. Friedlaender was net als Hyenemann voor de Tweede Wereldoorlog van Duitsland naar Nederland geëmigreerd.
In 1949 won Heynemann haar eerste prijs, de Werkman-Duwaerprijs van de stad Amsterdam, voor de typografische verzorging van Vaderland in de verte van Annie Romein-Verschoor uit 1948. Leeflang, Asselbergs en Van Wees, voor wie Heynemann voor de Tweede Wereldoorlog ex-librissen had ontworpen, hadden in juni 1945 Stichting De Roos opgericht. Voor De Roos verzorgde Heynemann tien boeken. Het eerste was Elckerlijc, in 1951.
Werk als leerkracht en verdere verdieping links|miniatuur|The Book of the Homeless, gedrukt door de Merrymount Press, 1916|320x320px|alt=Kaft van het boek The Book of the Homeless dat werd gedrukt door de Merrymount Press. Op de voorkant is een vrouw met een sjaal om haar hoofd afgebeeld die een baby borstvoeding geeft. De kaft is versierd met getekende bladeren in de vorm van een rechthoek. Op 6 mei 1952 huwde Heynemann met Max Gruber. Gruber was in Indonesië benoemd tot hoogleraar biochemie en enkele weken na hun huwelijk, op 5 juli, vertrok het stel naar dat land. De reis met de Willem Ruys duurde drie weken, waardoor Heynemann naar eigen zeggen onderweg alle tijd had om ontwerpen te maken voor Querido. Vanuit iedere haven stuurde ze een nog niet afgerond ontwerp naar Amsterdam. In Indonesië gaf Heynemann les in kalligrafie en het ontwerpen van boekomslagen aan de tekenacademie ‘Akademi Seni Rupa Indonesia’ in Bandung. Daarnaast bleef ze werkzaam voor Nederlandse opdrachtgevers.
Indonesië maakte een grote indruk op Heynemann. Ze zag zowel het moderne Indonesië met universiteiten en het Bosscha-observatorium, als het oude Indië dat ze kende uit boeken van onder meer Paul Adriaan Daum, Louis Couperus en Maria Dermoût. Vlak voor haar vertrek had Heynemann voor uitgeverij Querido het boek Nog pas gisteren van Dermoût verzorgd, een geromantiseerde autobiografie over een welgesteld Nederlands gezin op Java. Voor Heynemann kreeg het verhaal van Dermoût door haar verblijf in Indonesië geur en kleur.
Vanuit Indonesië vertrok Heynemann met haar man in 1955 voor een half jaar naar de Verenigde Staten waar Gruber een onderzoeksaanstelling (‘Rockefeller Fellowship’) kreeg aan de Yale-universiteit in New Haven. Heynemann werd lid van de AIGA (American Institute of Graphic Arts) en raakte bekend met het werk van Daniel Berkeley Updike. Updike was een Amerikaanse drukker, oprichter van de Merrymount Press en historicus gespecialiseerd in typografie. Hij schreef onder meer het boek Printing Types. Their History Forms & Use: A study in survivals (1922). Updike's drukwerk staat bekend om de overzichtelijkheid, leesbaarheid en vakmanschap. Ook Heynemanns werk wordt door deze eigenschappen gekenmerkt. Heynemann omschreef de uitgaven van Updike als werken van “grote kwaliteit, vanzelfsprekende schoonheid, diepe kennis van en gevoel voor letter en ornament en de gave om van elk boek een ‘individu’ te maken, kortom: persoonlijkheid en meesterschap.” In een ‘locked room’ van de New York Public Library mocht Heynemann het werk van Updike bekijken. Volgens Heynemann voelde het, omringd door zijn werken, alsof zij vele uren met Updike had doorgebracht.
Wolters en Wolters-Noordhoff miniatuur|Woordenboeken Wolters-Noordhoff miniatuur|Stofomslag woordenboeken Grieks en Latijn Nederlands van Wolters-Noordhoff, ca. 1966 Heynemanns man Max Gruber was in 1954 benoemd tot hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. Om die reden verhuisde het stel eind 1956 naar Haren. In eerste instantie vond Heynemann het lastig om haar werk in Nederland weer op te pakken. Ze had geen inspiratie en dacht “ik maak niets meer en ik kan niets meer”. Heynemann werd in de zomer van 1956 gevraagd door uitgever J.B. Wolters (later Wolters-Noordhoff) voor het ontwerpen van onder andere schoolboeken. Ondanks haar eerdere demotivatie aanvaardde ze de opdracht.