thumb|William Cavendish, eerste hertog van Newcastle William Cavendish (Handsworth Manor bij Sheffield, 6 december 1592 – Welbeck Abbey, 25 december 1676), vanaf 1620 burggraaf van Mansfield, vanaf 1628 earl van Newcastle upon Tyne en vanaf 1665 hertog van Newcastle, was een Engels veldheer, architect, mecenas, dressuurdeskundige en toneelschrijver. Tijdens de Engelse Burgeroorlog was hij aanvoerder van het royalistische leger in het noorden van Engeland. Als mentor van Karel II van Engeland ondersteunde hij de koning tijdens diens ballingschap, gedurende welke periode hij in Antwerpen in het Rubenshuis woonde. Na de Restauratie in 1660 trok hij zich terug uit het openbare leven om zijn landgoederen van Welbeck Abbey en Bolsover Castle te restaureren. Cavendish publiceerde twee boeken over paardrijden en een aantal toneelstukken, waarvoor hij in ten minste één geval hulp van John Dryden kreeg.Charles Firth (1900), ‘CAVENDISH, WILLIAM, Duke of Newcastle’, op: Dictionary of National Biography, geïmporteerd naar Wikisource op 31 januari 2012. Zijn tweede echtgenote, Margaret Lucas, publiceerde in 1667 een biografie van haar man.

Afkomst William Cavendish was een kleinzoon van de gelijknamige William Cavendish, eerste earl van DevonshirePaul Dury (2014), Bolsover Castle. Londen: English Heritage, blz. 32. [English Heritage Guidebooks], die lid van de Privy Council en Treasurer of the Chamber onder Hendrik VIII, Eduard VI en Maria I was geweest.Margaret, Duchess of Newcastle (1946), Life of the Duke, Memoirs of her Own Life and Certain Sociable Letters. Londen: J. M. Dent & Sons, blz. 21. [Everyman’s Library No 722] Zijn grootvader langs moederkant was de baron Cuthbert, Lord Ogle. William was de tweede zoon van Sir Charles Cavendish en werd diens erfgenaam na de dood van zijn oudere broer. Hij had tevens een jongere broer genaamd Charles Cavendish, die tijdens het Engelse Gemenebest Williams landerijen van het parlement terug verkreeg. Toen Hendrik Frederik Stuart in 1610 tot Prins van Wales werd verheven, werd William Cavendish ridder van de Orde van het Bad.Newcastle, blz. 22. In zijn jeugd vergezelde hij Sir Henry Wotton op diplomatische missies naar het buitenland, die hem een militaire carrière in het vooruitzicht stelde.Newcastle, blz. 23. Na zijn terugkeer in Engeland was hij executeur van de wilsbeschikking van zijn overleden oom Gilbert, de earl van Shrewsbury.

Op 3 november 1620 verhief Jacobus I van Engeland hem tot burggraaf Mansfield en op 7 maart 1628 werd hij tot earl van Newcastle gecreëerd. Cavendish ontving Karel I en Henriëtta Maria van Frankrijk in 1633 en 1634 op twee weelderige gastmalen. Op 30 juli 1634 werd op Bolsover Castle een masque van Ben Jonson getiteld Love’s Welcome opgevoerd, waarop de voltallige aristocratie van Nottinghamshire en Derbyshire was uitgenodigd.Dury, blz. 39. De gegadigden aten 41 verschillende soorten gevogelte en dansten in de kasteeltuinen. Deze feesten kostten Cavendish ongeveer 20.000 pond; aan het koninklijke bezoek van 1634 spendeerde hij de gehele jaaropbrengst van al zijn landerijen.

Mentor van Karel II Op zijn achtste verjaardag kreeg de prins van Wales zijn eigen hofhouding, waarvan de leiding aan William Cavendish werd toevertrouwd.Clare Jackson (2016), Charles II. The Star King. Milton Keynes: Penguin, blz. 13. De earl van Newcastle werd de algemene opvoeder van Karel Stuart en legde het accent op omgangsvormen en een koninklijke présence. Hij vond de kunst van het paardrijden belangrijk voor Karel en adviseerde hem te allen tijde hoffelijk tegenover vrouwen te zijn.Christopher Falkus (1972), The Life and Times of Charles II. Londen: George Weidenfeld and Nicolson, blz. 16-19. Ook ontried hij de kroonprins een boekenworm te worden, want daden waren voor een koning belangrijker dan woorden. Het bekendste advies van Cavendish aan de latere Karel II was wellicht dat hij ‘niet te devoot’ hoefde te zijn, want men kan heel goed zowel ‘een goed man als een slecht koning’ zijn.Antonia Fraser (1979), King Charles II. Part One. Londen: Orion Books, blz.24. Cavendish was niet de enige mentor van Karel, maar hij had wellicht de sterkste invloed op de mentale ontwikkeling van de latere koning.

Militaire loopbaan thumb|Slag bij Marston Moor, door John Barker Bij de uitbraak van onlusten in Schotland naar aanleiding van het Book of Common Prayer leende Cavendish Karel I 10.000 pond als teken van zijn trouw aan de koning.Newcastle, blz. 26. Deze Bisschoppenoorlogen luidden het begin van de Eerste Engelse Burgeroorlog in. Cavendish verkreeg het commando over een regiment van de cavalerie in naam van de prins van Wales, nadat hij tegenover de earl van Holland geweigerd had in de achterhoede te rijden, met als argument dat hij de prins vertegenwoordigde en zodoende voorop diende te rijden.Newcastle, blz. 27. Cavendish werd enerzijds belast met het veroveren van steden die door de Roundheads bezet werden en anderzijds met het tegenhouden van een Schots leger dat Noord-Engeland binnendrong.

In februari 1642 landde Henriëtta Maria in Burlington, alwaar Cavendish haar opwachtte; vervolgens begeleidde hij haar naar York en leende hij haar 3000 pond.Newcastle, blz. 38-39. Koning Karel I bevond zich in Oxford; op zijn zuidwaartse tocht met de koningin veroverde Cavendish Scarborough Castle, waarna Lord George Goring, hoofd van de bereden troepen, de parlementaire generaal Thomas Fairfax versloeg in de slag op Seacroft Moor op 30 maart 1643.Newcastle, blz. 39-40. Om te verzekeren dat de koningin veilig in Oxford zou aankomen, stond Cavendish 7000 manschappen af om haar vanaf Pontefract te begeleiden, waarna hij genoopt was voor zichzelf een nieuw leger te werven.Newcastle, blz. 42-43. Fairfax achtervolgde hierop de uitgedunde troepen van de earl van Newcastle, maar werd door hem alsnog verpletterend verslagen in de slag op Adwalton Moor van 30 juni 1643, waarna de generaal van het parlementaire leger moest vluchten.Newcastle, blz. 45-46 Vervolgens nam Cavendish Bradford, Halifax, Leeds en Wakefield in.

In augustus 1643 marcheerde Cavendish, na Gainsborough te hebben ontzet, op naar Kingston upon Hull, waar de vijand voor hem vluchtte; Karel I liet hierop zijn erkentelijkheid blijken door Cavendish tot markies van Newcastle te verheffen.Newcastle, blz. 49.

In zijn militaire campagnes tijdens de Engelse Burgeroorlog veroverde de markies van Newcastle onder andere nog Sheffield en Rotherham op de parlementairen, maar hij slaagde er uiteindelijk niet in Kingston upon Hull langdurig te ontzetten; deze stad was strategisch belangrijk als aanleghaven voor schepen uit de Nederlanden en Denemarken, en er was dan ook een wapenarsenaal gevestigd. Cavendish keerde via Chesterfield terug naar Derbyshire. In het najaar van 1643 had hij zich teruggetrokken op zijn landgoed Welbeck, toen hij vernam dat een Schots leger de Engelse grens was overgestoken, waardoor hij terug naar York en van daaruit naar Newcastle werd geroepen.Newcastle, blz. 51-52. In februari 1644 stonden de Schotten, die ongeveer 22.000 man telden, voor de poorten van Newcastle, maar zij konden de stad niet innemen. Ze dreven het leger van de markies zuidwaarts naar Durham, terwijl Yorkshire geleidelijk opnieuw door de Roundheads werd veroverd; hierdoor kwam Cavendish tussen twee vijandige legers in te zitten.

De markies verschanste zich met zijn leger drie maanden lang in York, dat door de vijand omsingeld was, waarna prins Ruprecht van de Palts hem te hulp kwam.Newcastle, blz. 56-57 In de daaropvolgende veldslag voerde Cavendish een regiment vrijwilligers (zogeheten white coats) aan, die hem tot hun kapitein hadden uitgeroepen. Zij bleven als laatsten op het slagveld achter, toen het leger van Cavendish en prins Ruprecht definitief verslagen was.Newcastle, blz. 58-59 ’s Anderendaags, op 3 juli 1644, reed hij naar Scarborough, van waaruit hij een boot naar Hamburg nam. Hij kwam ginds aan op 8 juli 1644.Newcastle, blz. 61.

Verblijf in Antwerpen thumb|Het Rubenshuis Van juli 1644 tot februari 1645 verbleef Cavendish in Hamburg, waarna hij het plan opvatte naar Frankrijk te verhuizen.Newcastle, blz. 62. Hij voer eerst naar Amsterdam en Rotterdam, waar hij het hof van Oranje bezocht, en reisde vervolgens per koets naar Antwerpen, Mechelen en Brussel, alwaar Manuel de Castel Rodrigo, landvoogd van de Zuidelijke Nederlanden, hem vriendelijk ontving.Newcastle, blz. 63 In april 1645 arriveerde hij in Parijs en ontmoette er Margaret Lucas, erejoffer van Henriëtta Maria. Cavendish was recentelijk weduwnaar geworden; zijn eerste gade was Elizabeth Basset, een landeigenares uit Staffordshire met wie hij in 1618 gehuwd was. Zij stierf in april 1643 in Bolsover Castle.Dury, blz. 41.

De markies van Newcastle en Margaret Lucas huwden in 1645, spoedig nadat ze kennis met elkander hadden gemaakt. De daaropvolgende twee jaar woonde het koppel in Parijs in zware financiële moeilijkheden; Margaret verpandde enkele van haar juwelen en William moest voortdurend met schuldeisers onderhandelen.Newcastle, blz. 64-65. Margaret Cavendish trachtte via haar broer, Sir George Lucas, geld voor hun beider onderhoud te bemachtigen, maar het Engelse parlement bleek onvermurwbaar.

Met de onthoofding van Karel I werd de prins van Wales Karel II, wiens statuut door de Schotse covenanters werd erkend, op voorwaarde dat hij het presbyterianisme zou bevorderen. Hierop vergaderden de notabelen van het Engelse hof in Saint-Germain om dit voorstel te bespreken. Cavendish was voorstander van onderhandelen met de Schotten, Henriëtta Maria was ertegen.Newcastle, blz. 65-66. Karel II besliste echter eigenhandig op het voorstel in te gaan en begaf zich naar Den Haag, waarop de koningin-moeder Cavendish beval hem achterna te gaan. Na zes maanden in Rotterdam zag hij in dat hij de koning niet verder van dienst kon zijn; daarenboven was zijn geld uitgeput. Hij verhuisde daarop naar Antwerpen.Newcastle, blz. 69. thumb|Paardrijdoefeningen uit het boek van William Cavendish Cavendish vond dat Karel II de voorwaarden van de covenanters moest aanvaarden, wat hem in conflict bracht met Edward Hyde. Karel nam Cavendish op in de Privy Council, maar Cavendish mocht van de Schotse delegatie niet mee naar Edinburgh. Anno 1650 liet Karel II zich in Schotland officieel tot koning kronen en in 1651 viel hij Engeland binnen met een royalistisch leger. In de tussentijd onderhandelde Cavendish met Frederik Willem I van Brandenburg en Frederik III van Denemarken om een zeemacht van 10.000 man op de been te brengen voor een invasie van Engeland. Dit project viel in het water na de nederlaag van de slag bij Worcester op 3 september 1651.

In Antwerpen vond Cavendish Endymion Porter terug, een gevluchte royalist en kunstverzamelaar, bij wie hij enige tijd overnachtte. Porter was een kennis van Pieter Paul Rubens geweest. Cavendish en zijn vrouw namen hun intrek in het Rubenshuis en leidden er node een teruggetrokken bestaan wegens nijpende armoede. De zoon van Williams hechte vriend Sir Thomas Aylesbury, zwager van Edward Hyde, leende hem 200 pond, hetgeen hem in staat stelde krediet in Antwerpen te verwerven.Newcastle, blz. 70.

Volgens het verslag van Margaret Cavendish had het echtpaar het in Antwerpen uitstekend naar de zin. Hun vriendenkring nam gestadig toe en verschillende notabelen uit binnen- en buitenland vereerden hen met een bezoek. De markiezin was vol lof over de stad en haar bewoners:Newcastle, blz. 71.

Cavendish hield in het bijzonder van paarden en besteedde er veel geld aan, ook al had hij het niet breed. Zijn manege was in Antwerpen zijn voornaamste tijdverdrijf. Volgens Margaret hielden zijn paarden evenveel van hem als hij van hen.Newcastle, blz. 72-73. Het echtpaar Cavendish bracht de rest van zijn ballingschap door in Antwerpen. In 1657 publiceerde de markies een boek over de dressuur van paarden, getiteld La Méthode et Invention Nouvelle de Dresser les Chevaux.