'Het alziend oog in de nachtspiegel' is een essay van de Nederlandse schrijver Willem Frederik Hermans over de roman De avonden van Simon van het Reve, in januari 1948 verschenen in het tijdschrift Criterium. Het wordt beschouwd als een van de belangrijkste reacties op het boek en is ook relevant voor de poëticale opvattingen van Hermans. Reve schreef aan Hermans 'zeer getroffen' te zijn door het stuk. Literatuurhistorici halen het essay nog steeds aan wanneer De avonden wordt beschreven in literatuurgeschiedenissen.
Ontstaansgeschiedenis In september 1947 bracht Hermans als redacteur van het tijdschrift Criterium een kennismakingsbezoek aan Reve. Aan mederedacteur Adriaan Morriën taxeerde hij Reve als 'niet erg intelligent en [hij] heeft iets antipathieks.'Geciteerd bij Maas (2009), 265 en o450 Reve geloofde 'aan "tekens"' en beweerde dat 'mijn moeder suikerziekte had (wat niet waar is).'Geciteerd bij Maas (2009), 265 en o451 De biograaf van Reve, Nop Maas, ziet in deze kennismaking de reden dat Hermans in het essay portretteerde als een vertegenwoordiger van 'wat men "de moderne jeugd" noemt, dus het product van een de-intellectualiseringsproces. Daardoor geen intrigue, geen probleem.'Geciteerd bij Maas (2009), 266
In mei 1947 was het eerste hoofdstuk van De avonden verschenen in Criterium. Na zijn bezoek kreeg Hermans kennelijk het hele typoscript mee.Otterspeer (2013), 451 Hermans las het typoscript en sprak in een brief van 19 september 1947 zijn waardering tegen Reve uit. 'Het boek is buitengewoon eentonig, maar ik heb mij geen ogenblik verveeld. Het einde is werkelijk een soort apotheose.'Geciteerd bij Otterspeer (2013), 251 Wel had hij kritiek op de passieve houding van de hoofdpersoon, die 'geen enkel initiatief ontplooide en geen toekomstplan had', waardoor de lezer de kans kreeg zich beter te voelen dan de hoofdpersoon. 'Er is niemand die over zijn soms buitengewoon kwetsende en onbeschofte opmerkingen, werkelijk kwaad wordt. 't Komt ook wel doordat, helaas, sommige van zijn tegenspelers, Louis en Jaap vooral, erg op hem lijken.'Geciteerd bij Maas (2009), 267 De positieve aspecten van Frits, bijvoorbeeld wanneer die Bach door de radio hoort, vond Hermans erg goed uitgebeeld: 'Vooral door de grote soberheid en door wat er niet wordt gezegd.'
Inhoud Hermans schreef dat geen andere Nederlandse auteur de mens zo systematisch 'van onderaf heeft bekeken als Simon van het Reve'.Geciteerd bij Anbeek (1999), 180 Hij vergeleek het boek met de beschrijving van een machine die wel alle zaken zoals draaiende raderen en druipende olie registreert, maar niet vermeldt waartoe de machine dient.Anbeek (1999), 180 Hij vergeleek het verbluffende observatievermogen van de auteur met het Hollandse realisme, zij het dat hier dan sprake was van 'een roman van internationale allure'. Hij meende dat de schrijver zelf het 'Alziend Oog' oftewel God was en aan het slot van het essay wees hij nadrukkelijk op 'het essentiële belang van het schrijverschap' voor Reve.Maas (2009), 266
In Frits van Egters vermoedde Hermans 'een zelfportret' van Reve, zij het 'een zelfportret waarin juist zijn enige "bedoeling", zijn schrijverschap, is weggelaten.' Het was alsof Reve zich afvroeg: 'Hoe zou ik zijn wanneer ik niet schreef, wat zou er van mij overblijven?' De hoofdpersoon is illusieloos: 'Noch over zijn doeleinden, noch over enig verlangen naar verandering, wordt ook maar een woord gerept.'Geciteerd bij Anbeek (1999), 181
Hermans zag een parallel tussen de neiging van Frits om zichzelf in de spiegel te observeren en de overeenkomst met zijn even passieve vrienden Jaap, Victor en Louis: 'Ook in zijn vrienden bekijkt hij voornamelijk zichzelf, of zichzelf zoals hij vreest te zullen worden.'Geciteerd bij Van Straten (1999), 149
De literaire context In de periode waaruit het essay stamt, bediende Hermans zich vaak van existentialistische termen om Nederlandse auteurs te typeren.Glaudemans (1990), 54. De avonden is volgens hem, 'om het modewoord dan maar te laten vallen, een absurd boek. Frits van Egters is aan zijn omgeving gehecht als Sisyphus aan zijn steen. Hij is absoluut alleen met zichzelf.'Geciteerd bij Glaudemans (1990), 54 Volgens literatuurhistoricus Hugo Brems brachten vooral Hermans en Paul Rodenko de roman expliciet met het existentialisme in verband, onder meer doordat beiden het bestaan van Frits vergeleken met de 'absurde repetitieve arbeid van Sisyfus'.Brems (2005), 49
Maas noemt de opmerkelijke namen met wie Hermans Reve verbindt: James Joyce, J. van Oudshoorn, Jean-Paul Sartre en Louis-Ferdinand Céline.
Titelverklaring Hermans schreef dat de lectuur van De avonden hem eraan herinnerde dat hij op een tentoonstelling ooit een 'objet surréaliste' van René Magritte zag, bestaande uit een cafétafel met daarop onder meer een bordje waarop 'een spiegelei geschilderd en het "geel" van dit spiegelei bestond uit een oog.'Geciteerd bij Calis (1999), 289 Later vernam hij dat 'pots de chambre', oftewel nachtspiegels, van enige eeuwen geleden, 'met een Alziend Oog op de bodem ingebakken.' Vervolgens ontkende Hermans dat de roman iets met het surrealisme te maken heeft, maar dat Reve 'de mens zo stelselmatig, zo zonder aarzeling, zij het niet zonder mededogen, "van onder af" bekijkt' zoals 'misschien nog geen auteur in onze taal' eerder deed.
Hermans' poëtica Hermans heeft waardering voor de wijze waarop Reve alledaagse handelingen in zijn roman verwerkt. In het boek worden 'systematisch alle handelingen, alle gezegden genoteerd, die in andere boeken het leven begeleiden en voor het grootste deel worden weggelaten' en de concentratie daarop 'houdt op zichzelf natuurlijk een program in.'Geciteerd bij Glaudemans (1990), 90
Hermans hecht meer waarde aan een consequent volgehouden romanconcept dan aan een verhaal of plot en daarom heeft hij waardering voor de roman, terwijl hij ook opmerkt dat zij 'volstrekt geen verhaal' heeft: 'Hij heeft niet de geschiedenis van een of andere menselijke onderneming ten grondslag, m.a.w. hij heeft geen intrigue.'Geciteerd bij Glaudemans (1990), 92
Volgens Maas gaat 'het essentiële belang van het schrijverschap' dat Hermans aan Reve toeschrijft, ook voor Hermans zelf op.
Publicatiegeschiedenis In januari 1948 verscheen het essay in de rubriek 'Kroniek van het proza' in het maandblad Criterium, bladzijde 36-42.Huygens ING, KNAW (2020), 841 Daarmee behoorde Hermans tot de eersten die in een literair tijdschrift over het boek schreven; enkele maanden later besprak Bert Schierbeek het boek in Het Woord en wijdde Podium een heel nummer aan De avonden.Calis (1999), 289
In 1989 werd het herdrukt in een door G.F.H. Raat bijeengebrachte verzameling recensies en beschouwingen: Over De avonden (Schoorl: Uitgeverij Conserve), waar het bladzijde 117-134 besloeg. In 2020 werd het essay opgenomen in deel 20 van Hermans' Volledige Werken, met ongebundeld werk uit de periode 1934-1952.
Waarderingsgeschiedenis Op 9 februari 1948 schreef Reve aan Hermans dat hij het stuk waardeerde: 'Ik was zeer getroffen door je recensie in Criterium. Er waren erg moeilijke stukken in, met Engelse citaten, maar raak was het.'
In De Vrije Katheder van 26 maart 1948 uitte Robert van Amerongen, die in de roman optreedt als Victor Poort, over zijn ongenoegen over het niveau van 'De literaire critiek en De avonden'''. Op grond van 28 kritieken had hij weinig waardering voor de recensies, ook niet voor de positieve. Uitzonderingen waren de bespreking van Annie Romein-Verschoor en vooral die van Hermans.Maas (2009), 271-272
Hermans' eerste biograaf Hans van Straten omschrijft de beschouwing als 'een voortreffelijk essay'.Van Straten (1999), 149 De bespreking wordt ook aangehaald in literatuurgeschiedenissen, bijvoorbeeld die van Anbeek uit 1999 en Brems uit 2005.
Bronnen Anbeek, Ton (1999). Geschiedenis van de literatuur in Nederland 1885-1985. Eerste druk 1990. Vijfde, herziene druk, Amsterdam en Antwerpen: Uitgeverij De Arbeiderspers. Brems, Hugo (2006). Altijd weer vogels die nesten beginnen. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1945-2005. Reeks: A.J. Gelderblom en A.M. Musschoot (hoofdredactie), Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Amsterdam: Uitgeverij Bert Bakker. Calis, Piet (1999). De vrienden van weleer. Schrijvers en tijdschriften tussen 1945 en 1948. Amsterdam: Meulenhoff Glaudemans, Willem Gerard (1990). De mythe van het tweede hoofd. De literatuuropvattingen van W.F. Hermans, 1945-1964. Proefschrift Utrecht Hermans, Willem Frederik (1948). Het alziend oog in de Nachtspiegel. Criterium jaargang 6 nummer 1 (januari 1948) via Delpher Huygens ING, KNAW (2020). 'Annotaties.' In: Willem Frederik Hermans, Volledige Werken deel 20. Ongebundeld werk 1934-1952., 763-900 Maas, Nop (2009). Gerard Reve. Kroniek van een schuldig leven I. De vroege jaren (1923-1962). Amsterdam: Uitgeverij G.A. van Oorschot. Otterspeer, Willem (2013). De mislukkingskunstenaar. Willem Frederik Hermans. Biografie, deel 1 (1921-1952). Amsterdam: De Bezige Bij 2013. Straten, Hans van (1999). Hermans. zijn tijd . zijn werk . zijn leven.'' Soesterberg: Uitgeverij Aspekt bv.
Categorie:Werk van Willem Frederik Hermans