Het Koninkrijk Illyrië (650 v.Chr.-135 v.Chr.) was de benaming voor een rijk gedurende oudheid op de Balkan dat ontstond na een alliantie van Illyrische stammen. De hoofdstad van het rijk was Skodrinon of Scodra, het huidige Shkodër wat nu in de Republiek Albanië ligt. Het rijk viel na de Illyrisch-Romeinse oorlog, waarna het geannexeerd werd door het Romeinse Rijk. Het werd de provincie Illyricum.
Geschiedenis Na de geleidelijke staatsvorming van verschillende Illyrische stammen ontstond in de 4e eeuw v.Chr. een krachtiger politiek verband in het westelijke deel van de Balkan. Een van de belangrijkste vorsten uit deze periode was Bardylis I, die erin slaagde verschillende Illyrische groepen onder zijn gezag te brengen en een koninkrijk op te bouwen dat een belangrijke regionale macht werd. Het Illyrische koninkrijk was geen volledig gecentraliseerde staat in de moderne betekenis van het woord, maar bestond uit een kerngebied dat door de koning rechtstreeks werd bestuurd, aangevuld met onderworpen of verbonden stammen en gebieden. Bardylis richtte zijn expansie voornamelijk op het zuiden en oosten. Hierbij kwam hij regelmatig in conflict met Macedonië, dat onder de Argeadische koningen eveneens zijn invloed op de Balkan probeerde uit te breiden. De Illyrische legers brachten de Macedoniërs verschillende zware nederlagen toe. Volgens antieke bronnen wist Bardylis zijn macht over grote delen van het huidige Albanië, Noord-Macedonië en aangrenzende gebieden uit te breiden. De Illyrische dreiging vormde daarmee een belangrijke factor in de politieke ontwikkelingen van de noordelijke Balkan.
De machtspositie van Bardylis werd uiteindelijk aangetast door de opkomst van Philippus II van Macedonië. In 358 v.Chr. kwam het tot een beslissende confrontatie tussen de Macedonische en Illyrische legers. Philippus II behaalde een grote overwinning, waarbij de Illyrische macht ernstig werd verzwakt. Bardylis trok zich na de nederlaag terug en stierf kort daarna. De Macedonische overwinning betekende echter niet het einde van de Illyrische politieke macht. Verschillende stammen en dynastieën behielden hun zelfstandigheid en vormden in de daaropvolgende eeuwen afzonderlijke regionale koninkrijken.
Een belangrijke Illyrische vorst uit de 3e eeuw v.Chr. was Glaucias, koning van de Taulantiërs. Hij speelde een belangrijke rol in de machtsstrijd die na de dood van Alexander de Grote in de Balkan ontstond. Glaucias onderhield nauwe betrekkingen met Pyrrhus van Epirus en steunde diens dynastieke aanspraken. Deze verbondenheid bracht het Illyrische koninkrijk in contact met de bredere machtsstrijd tussen Macedonië, Epirus en de Griekse stadstaten. Illyrische koningen waren in deze periode niet alleen militaire leiders, maar namen ook actief deel aan de diplomatieke en dynastieke politiek van de hellenistische wereld.
Onder Agron bereikte het Illyrische koninkrijk in de late 3e eeuw v.Chr. een nieuwe periode van expansie. Agron was koning van de Ardiaeïsche dynastie en wist zijn invloed over een aanzienlijk deel van de Adriatische kust en het binnenland uit te breiden. Zijn rijk profiteerde van de strategische ligging aan de Adriatische Zee en beschikte over een sterke vloot. Illyrische zeelieden en piraten waren in de oudheid berucht, hoewel het onderscheid tussen georganiseerde oorlogsvoering, handel en piraterij in deze periode niet altijd scherp was.
Agron voerde oorlog tegen verschillende Griekse en Adriatische gemeenschappen en mengde zich in conflicten op het Griekse vasteland. Zijn overwinning op de Aetolische bond in 231 v.Chr. wordt beschouwd als een van de belangrijkste militaire successen van het Illyrische koninkrijk. Kort daarna stierf Agron. Zijn opvolger was aanvankelijk zijn jonge zoon Pinnes, maar de feitelijke macht kwam in handen van Agrons weduwe Teuta, die als regentes optrad.
Onder koningin Teuta werd de Illyrische macht voortgezet, maar de toenemende activiteiten van Illyrische zeerovers brachten het koninkrijk rechtstreeks in conflict met de snel groeiende Romeinse Republiek. Rome had inmiddels zijn macht over grote delen van Italië geconsolideerd en breidde zijn belangen uit over de Adriatische Zee. Romeinse kooplieden en bondgenoten werden volgens Romeinse bronnen regelmatig door Illyrische zeerovers lastiggevallen. Daarnaast maakte Rome zich zorgen over de groeiende Illyrische invloed aan de oostzijde van de Adriatische Zee.
De spanningen leidden in 229 v.Chr. tot de Eerste Illyrische Oorlog. Rome stuurde een groot leger en een vloot naar de oostelijke Adriatische kust. Teuta werd gedwongen haar positie op te geven en moest een voor Rome gunstig vredesverdrag aanvaarden. Grote delen van het Illyrische machtsgebied kwamen onder Romeinse invloed te staan, terwijl Illyrische heersers slechts beperkte zelfstandigheid behielden.
De Romeinse overwinning betekende niet onmiddellijk het einde van de Illyrische koninkrijken. In de daaropvolgende decennia bleven verschillende Illyrische gebieden en vorsten bestaan. Nieuwe conflicten tussen Rome en Illyrische machthebbers leidden onder meer tot de Tweede Illyrische Oorlog en uiteindelijk tot verdere uitbreiding van de Romeinse invloed in de regio. De Romeinen probeerden daarbij niet alleen militair in te grijpen, maar vestigden ook diplomatieke en economische betrekkingen met Illyrische stammen en vorsten.
In het midden van de 2e eeuw v.Chr. kwam het Illyrische koninkrijk opnieuw onder een sterke koning te staan: Gentius. Hij was de laatste belangrijke koning van de Ardiaeïsche dynastie. Gentius probeerde de macht van het koninkrijk te herstellen en voerde een politiek die hem uiteindelijk opnieuw tegenover Rome bracht. Tijdens de Derde Illyrische Oorlog in 168 v.Chr. koos Gentius de kant van Perseus van Macedonië, die op dat moment in oorlog was met Rome.
De Romeinse reactie was snel. Het Romeinse leger viel Illyrië binnen en versloeg de troepen van Gentius. Gentius werd gevangengenomen en naar Italië gebracht, waar hij als gevangene zijn laatste jaren doorbracht. Het koninkrijk van de Ardiaeïsche dynastie werd vervolgens ontmanteld. Het gebied werd verdeeld in verschillende bestuurlijke eenheden en kwam onder directe of indirecte Romeinse controle.
De nederlaag van Gentius in 168 v.Chr. wordt doorgaans beschouwd als het einde van het onafhankelijke Illyrische koninkrijk. De Romeinse overwinning betekende echter niet dat de Illyrische stammen verdwenen. Illyrische gemeenschappen bleven gedurende de Romeinse periode bestaan en werden geleidelijk opgenomen in het Romeinse politieke, economische en culturele systeem. Het gebied werd uiteindelijk een belangrijk onderdeel van de Romeinse Balkan en leverde in latere eeuwen verschillende soldaten en keizers aan het Romeinse Rijk.
Het Illyrische koninkrijk ontwikkelde zich daarmee over een periode van enkele eeuwen van een verzameling grotendeels zelfstandige stammen tot verschillende koninklijke machtscentra die een belangrijke rol speelden in de politiek van de westelijke Balkan. Onder vorsten als Bardylis, Glaucias, Agron, Teuta en Gentius bereikte de Illyrische macht verschillende hoogtepunten. De voortdurende confrontatie met Macedonië en later met Rome beperkte echter de mogelijkheid om een duurzaam, centraal bestuurd rijk te vormen. Met de verovering van het koninkrijk van Gentius kwam uiteindelijk een einde aan de belangrijkste onafhankelijke Illyrische monarchie, waarna Rome de dominante macht in de regio werd.
Koningen Galaurus, 678-640 v.Chr. Grabos I, 437-423 v.Chr. Sirras, 423–393 v.Chr. Bardylis I, 393–358 v.Chr. Grabos II, 358–356 v.Chr. Pleuratus I, 356–335 v.Chr. Pleurias, 337/336 v.Chr. Cleitus, 335–295 v.Chr. Glaucias, 335–295 v.Chr. Bardylis II, 295–290 v.Chr. Monunius I, 290–270 v.Chr. Mytilos, 270–260 v.Chr. Pleuratus II, 260-250 v.Chr. Agron, 250–231 v.Chr. Teuta, 231–227 v.Chr. Demetrius, 222-219 v.Chr. Scerdilaidas, 218-205 v.Chr. Pleuratus III, 205-181 v.Chr. Gentius, 181-168 v.Chr. Ballaios, 167-135 v.Chr.
Kaarten
Categorie:Historisch land in de oudheid Illyrië