Dit artikel gaat over de geschiedenis van het kanton Zürich. De geschiedenis van de gelijknamige stad Zürich loopt soms ook parallel aan die van het kanton.

Vroegste geschiedenis De vroegste sporen van menselijke bewoning stammen uit het derde millennium v.Chr. toen de Keltische stam der Helvetiërs het gebied dat nu het kanton Zürich omvat bewoonden (met name in het Mittelland en de noordelijke Alpenvalleien). In 15 v.Chr. werd het gebied veroverd door de Romeinen en werd het onderdeel van de Romeinse provincie Gallia Belgica en daarna van de provincie Germania Superior. De Romeinen bouwden diverse Castella, bij Irgenhausen, Nürensdorf en Oberwinterthur (Vitudurum). Later werd het Castellum Turicum (Zürich) gesticht. Voorts werd de Romeinse nederzetting (vicus) Cambiodunum (Kempten) en de nederzetting Dietikon opgericht.

Vanaf 260 n.Chr. beginnen de Alemannen met aanvallen op het huidige Noord-Zwitserland. Keizer Diocletianus voerde in 286 een rijkshervorming door en het gebied dat nu de steden Zürich en Winterthur omvat werden bij de provincie Maxima Sequanorum gevoegd. In het jaar 401 begonnen de Romeinen met de ontruiming van de Castella in de noordelijke Alpen en werd het gebied door de Alemannen veroverd die zich al gauw met de aanwezige Gallo-Romeinse bevolking vermengen. In 534 werden de Alemannen door de Franken onderworpen.

Kerstening In de 7e eeuw werd het Alemannische deel van het Frankische Rijk bestuurd door de Merovingen en de Karolingen. Ierse monniken brengen het christendom en de bevolking wordt gekerstend.

De Franken stichtten het graafschap Zürich dat als gouw een bestuurlijke eenheid wordt. Het gebied dat nu het kanton Aargau vormt, werd bij dit gouw gevoegd, maar werd later deel van Thurgau.

Middeleeuwen

Bij de verdeling van het Frankische Rijk kwam Zürich aan het Oost-Frankische Rijk van Lodewijk de Duitser (9e eeuw). Lodewijk de Duitser sticht het Fraumünsterklooster. Het klooster bleef tot aan de Reformatie een benedictinessen-klooster. Het bijzondere was dat de zusters het recht hadden uit te treden en daarna te trouwen. De Karolingische koningen bouwden een palts en als paltsstad werd Zürich - sedert de 10e eeuw stadsrechten - een belangrijke plaats in het hertogdom Zwaben. In Zürich werden meerdere zittingen van de rijksdag gehouden. In de 11e eeuw werden de Habsburgers oppermachtig in Duitstalig Zwitserland. In 1218 stierf het geslacht van de hertogen van Zähringen uit en werd de stad Zürich een vrijstad van het Heilige Roomse Rijk en kwam onder rechtstreeks keizerlijk gezag. De landelijke gebieden bleven in handen van diverse adellijke families en de geestelijkheid. De belangrijkste adellijke families waren de graven van Kyburg, de baronnen van Regensberg, de graven van Rapperswil en de graven van Toggenburg. De belangrijkste geestelijke grondeigenaren waren de kloosters Fraumünster, Sant Gallen, Einsiedln, Rheinau en Reichenau. De macht van de bisschop van Konstanz was ook groot. Met het van de machtige adellijke familie Kyburg kwamen hun goederen aan het huis Habsburg.

thumb|right|De burgers van Zürich zweren trouw aan het eedgenootschap, 1 mei 1351 In de 13e eeuw nam de expansie van de stad Zürich toe en de dorpen en stadjes rond het meer van Zürich kwamen onder haar bestuur te vallen. In 1351 sloot de stad het eeuwig verbond en sloot het zich aan bij het eedgenootschap en keerde het zich daarmee nadrukkelijk tegen de regionale macht van de Habsburgers. In de 15e eeuw behoorde al praktisch het gehele kanton tot de stad Zürich en in 1467 werd Winterthur van de Habsburgers gekocht. Het zogenoemde Zürcher Landschaft (Zürich-Landschap) werd verdeeld onder de landvoogdijen Regensberg, Kyburg, Andelfingen, Grüningen, Greifensee en Küsnacht, Horgen en Maschwanden-Freiamt. De landvoogdij Sax-Forstegg, thans deel van het kanton Sankt Gallen, maakte ook deel uit van het kanton Zürich. Sommige steden in het kanton bezaten stadsrechten dus werd de macht van Zürich-Stad beperkt over die steden, sommige delen van het kanton bezaten weinig autonomie en werden als innere Vogteien rechtstreeks bestuurd door de stad. Het kanton was praktisch een stadstaat geworden.

Conflict om Toggenburg thumb|right|Vaandeldrager uit de stad Zürich, schilderij uit 1585 door Humbert Mareschet

Met het overlijden van graaf Frederik VII van Toggenburg in 1436 stierf het geslacht Van Toggenburg uit. Het kanton Zürich claimde het graafschap Toggenburg, de kantons Glarus en Schwyz claimden het land ook. In 1438 veroverde Zürich en in 1440 werd Zürich uit het eedgenootschap gezet. Zürich sloot daarop een alliantie met keizer Frederik III (1415-1493) die tot het huis Habsburg behoorde in de hoop een aanval van het eedgenootschap te kunnen afslaan. De oorlog brak spoedig daarna uit. Na een jarenlange oorlog werd er in 1450 vrede gesloten terwijl geen de partijen gebiedswinst had geboekt. Zürich zegde haar verdrag met de Habsburgers op en werd weer lid van het eedgenootschap.

Van de Reformatie tot de Franse tijd thumb|left|Kaart van de stad Zürich waarbij duidelijk de omwalling te zien is In 1525 voerde de Raad van Zürich, die onder theologische leiding van Huldrych Zwingli stond, de Reformatie in. Gesteund door Zürich verspreidde de protestantse godsdienst zich over grote delen van het Duitstalige Zwitserland. Kloosters, kloostergoederen en Rooms-katholieke kerkgebouwen werden door de regering geconfisqueerd. De kloosterrechten kwamen in handen van de stad en de mensen moesten dus nog steeds een deel van hun inkomsten aan de kloosters afstaan die het vervolgens hun jaarlijkse inkomsten afdroegen aan de stad. Het geld werd besteed aan de armen- en zielzorg. In sommige onderhorige gebieden bleven de kloosters evenwel katholiek.

Zwingli kwam in 1531, tijdens de Tweede Kappeleroorlog om het leven.

Zürich werd een toevluchtsoord voor Gereformeerde vluchtelingen uit rooms-katholieke kantons. Vooral kwamen er veel vluchtelingen uit Ticino. Deze vluchtelingen brachten de zijde-industrie en de textielbranche tot grote bloei. In de 17e en 18e eeuw kwam de huisnijverheid in zwang.

Tijdens de vier godsdienstoorlogen speelde Zürich een belangrijke rol. In 1584 sloten de gereformeerde steden Zürich, Genève en Bern sluiten een pact.

In de loop van de 16e eeuw werd de democratische regeringsvorm van de stad vervangen door een aristocratische. In 1648 trad het Zwitserse Eedgenootschap uit het Heilige Roomse Rijk en werd Zürich een soevereine stadstaat, vergelijkbaar met Venetië en Genua en bestuurd door de burgemeester die tevens voorzitter van de Stadsraad was en de facto leider van het hele kanton. Wie de lijst van burgemeesters bekijkt, komt telkens dezelfde namen van patriciërsgeslachten tegen, zoals Leu, Escher, Fries, Von Orelli, Ott, Heidegger, Landolt enz.

18e eeuw De toenemende macht van de stad en de benadeling van het platteland, leidde in 1794/1795 tot een grote opstand van de plattelandsbevolking. Op 3 februari 1798 keerde de in ballingschap verblijvende plattelandsleider en radicale revolutionair Johann Caspar Pfenninger terug en tijdens een congres van 72 afgevaardigden van plattelandsgemeenten eiste hij gelijkberechtiging van het platteland en stad. De Stadsraad verklaarde zich op 5 februari akkoord en stelde een grondwetgevende vergadering van 176 personen, de zogenaamde Landeskommission ("Landscommissie") in. Op 21 februari 1798 kwam de Landeskommission voor het eerst bijeen. Het werd geen succes en na enige dagen ging de commissie na een ruzie uit elkaar.

Franse tijd Helvetische Republiek Op 6 maart 1798 viel het Franse revolutionaire leger West-Zwitserland binnen. De revolutionairen van de Landeskommission en het Revolutionair Comité van Küsnacht schikten zich direct naar de wensen der Fransen en er werd een volksvergadering voor het kanton Zürich opgericht. De burgemeester van de stadstaat Zürich, Heinrich Kilchsberger droeg zijn macht over aan de Landeskommission en Hans Conrad von Wyss, die bereid was tot samenwerking met de Fransen, werd stadhouder.

Men zag echter al gauw in dat men de ervaren bestuurders van het ancien régime nodig had in het bestuur van het kanton. Oud-burgemeester Kilchberger werd daarom tot voorzitter van de kantonsvergadering gekozen die tot 14 april 1798 de uitvoerende macht in handen had. Op 26 april 1798 werd de kantonnale autonomie van Zürich opgeheven en werden stad en platteland als bestuurlijke eenheden gescheiden. Zürich maakte nu deel uit van de gecentraliseerde Helvetische Republiek.

Met de instelling van de Helvetische Republiek werden de onderhorige gebieden van Zürich afgenomen. Rheinau en Urdorf werden echter bij het kanton gevoegd. Het bestuur in de kantons werd uitgeoefend door een door de centrale regering aangestelde stadhouder, zo ook in Zürich. Het kanton werd opgedeeld in 15 districten. Er brak al snel en ruzie uit tussen de unitariërs en de federalisten. De eersten waren tegen de kantonnale autonomie en dus voorstanders van de Helvetische Republiek, de tweeden wilden de kantonnale autonomie hersteld zien. (De situatie is vergelijkbaar met die tijdens de Bataafse Republiek, toen er een soortgelijk conflict was tussen unitariërs, federalisten en moderaten.)

Herstel van de autonomie In 1803 kwam er een einde aan de ruzie tussen federalisten en unitariërs toen Napoleon, de nieuwe Franse machthebber, de autonomie van de Zwitsers kantons herstelde. Op 21 april 1803 werd Hans von Reinhard aangesteld tot Ambtsbürgermeister van de stad Zürich en werd niet alleen het hoofd van de stad, maar van het gehele kanton. Het ambtsburgemeesterschap werd aan een termijn van een jaar gebonden. Er kwam een Kleine Raad en een Grote Raad, een soort parlementen die onder leiding kwamen te staan van twee "burgemeesters." Er werd het censuskiesrecht ingevoerd en iedere man die een vermogen bezat van fr. 5000 mocht stemmen. Omdat er meer vermogende mensen in de stad dan op het platteland woonden, werden de stedelingen bevoordeeld.

In 1804 kwam de plattelandsbevolking in opstand tegen het kantonbestuur omdat zij de tienden weigerden te betalen. De opstand ("Bockenkrieg") werd door troepen van het eedgenootschap onderdrukt. In hetzelfde jaar reisde Hans von Reinhard (de ambtsburgemeester van 1803) naar Parijs af om als delegatielid van het eedgenootschap de kroning van Napoleon bij te wonen.

Restauratie thumb|right|Afbeelding van een boerin uit Zürich in 1817

In 1813 trekken de Fransen zich uit Zwitserland terug en begon de periode van de Restauratie. Hans von Reinhard speelde als voorzitter van Tagsatzung een belangrijke rol in deze periode.

Met het vertrek van de Fransen werd de kantonsgrondwet van 1803 afgeschaft en kwam er een grondwetgevende vergadering bijeen. Veel mensen waren bang dat alles weer werd zoals voor de Franse inval, en kwamen in opstand. Met hulp van het leger wist de regering van Zürich de opstand de kop in te drukken. Op 6 juni 1814 keurde de Grote Raad de nieuwe grondwet goed. De grootste verandering ten opzichte van de grondwet van 1803 was dat van 212 leden van de Grote en Kleine Raad er 130 uit de stad Zürich moesten komen. Dit riep niet alleen verzet op van de plattelandsbevolking maar ook van de andere steden die zich ook benadeeld voelden. Andere veranderingen waren dat de scheiding der machten en de volkssoevereiniteit werden afgeschaft.

Het kanton werd opgedeeld in 11 Oberämter. De leiding lag in handen van een voor zes jaar door de Kleine Raad gekozen Oberambtmänner.

Negentiende eeuw Na de invoering van de conservatieve grondwet begonnen jonge liberalen en radicalen in Zürich zich te roeren. Zij zagen niets in de grondwet en wilden er een liberale voor in de plaats. Er werden schutters- en zangverenigingen opgericht, die in werkelijkheid geheime liberale genootschappen waren.