thumb|Portiek G van der Veenstraat 80 (juli 2023)
Prof. Dr. Frithjof Willem Sophi van Thienen, bekend als Fr.W.S. van Thienen, (Delft, 15 mei 1901 – Huajuápan de León, Mexico, 31 oktober 1969) was een Nederlands kunsthistoricus.
Biografie Hij was het enige kind van de blinde organist Willem van Thienen en Sophia Marij Susanna Meijer, beiden uit Nederlands-Indië. Hijzelf bleef ongetrouwd en woonde jarenlang aan de Euterpestraat in Amsterdam, in 1945 hernoemd naar Gerrit van der Veenstraat 80.Gemeente Amsterdam: Persoonskaart Van Thienen. Gearchiveerd op 19 juni 2023.
Hij doorliep het plaatselijk gymnasium te Delft en ging studeren aan de Rijksuniversiteit Utrecht alwaar hij afstudeerde onder Willem Vogelsang. Zijn proefschrift (getiteld Studiën zür Kostümgeschichte der Blütezeit Hollands) handelde over de geschiedenis van het kostuum in het Holland tussen 1600 en 1670. Hij werd gepromoveerd tot doctor in letteren en wijsbegeerte op basis van zijn proefschrift Das Kostüm der Blütezeit Hollands (1930). Hij werd docent aan de Academie van beeldende Kunsten in Den Haag (1933-1938) en was vanaf 1935 tevens verbonden aan het Gemeentemuseum Den Haag; eerst als onderzoeker, maar tussen 1938 tot 1943 ook als curator. Zijn werk daar legde de basis voor de collectie van het Nederlands kostuummuseum en Thienen leidde dan ook de Stichting Vrienden van het Nederlands Costuummuseum.Dooie poppen met jurken Dilemma’s rond een Nederlands modemuseum. Gearchiveerd op 8 juni 2023.
In die periode schreef hij twee monografieën over Johannes Vermeer en Pieter de Hooch. Hij liep in die periode echter ook in de val; het schilderij Emmaüsgangers zag hij in de voetsporen van Abraham Bredius aan voor een echte Vermeer, terwijl het (bleek later) een vervalsing was van Han van Meegeren. In 1941 publiceerde hij samen met Karel G. Boon Algemeene kunstgeschiedenis, een meerdelig boekwerk (1941-1951). In 1943, midden in de Tweede Wereldoorlog, werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Rijksakademie van beeldende kunsten in Amsterdam, als opvolger van P.H. van Moerkerken jr. Het jaar daarop was hij er hoogleraar kunstgeschiedenis, weer een jaar later volgde een aanstelling aan de Theaterschool Amsterdam. Tussen 1945 en 1949 was hij schrijver voor het maandblad Apollo, Maandschrift voor literatuur en beeldende kunst.
In 1948 was hij als adviseur verbonden aan de filmopnames van een korte film van Bert Haanstra, De Muiderkring herleeft.
In 1951 schreef hij Het Noord-Nederlands costuum van de Gouden Eeuw (The great age of Holland, 1600-1660). In 1952 was Van Thienen vicevoorzitter te Venetië alwaar een conferentie werd gehouden over de geschiedenis van het kostuum. In het seizoen 1952/1953 was hij gastdocent kunstgeschiedenis aan Rijksuniversiteit Groningen. Er volgden nog diverse publicaties tijdens zijn Amsterdamse periode, zoals Acht eeuwen kostuum (1967, over periode 1100-1967 bij W. de Haan, Hilversum) en Het doek gaat op over, vijfentwintig eeuwen in en om het theater (W. de Haan , Hilversum, 2000 exemplaren).
Naast zijn werk was hij jarenlang voorzitter van de vereniging Het Toneelmuseum. Van 1963 tot 1967 was hij voorzitter van de International Federation of Theatre Research. Gedurende zijn leven ontwierp Van Thienen het decor voor allerlei toneelstukken en opera's, zoals Faust van Goethe, maar ook kostuums. Tevens schreef hij regieaanwijzingen.
Eerbetoon In 1967 werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau; in dezelfde categorie als graficus Maurits Cornelis Escher, letterkundige P.J. Kemp, musicus Felix de Nobel en kunstenaar Hendrik de Vries.
Geurt Brinkgreve legde de Thienen vast in een penning met aan de ene zijde zijn portret en aan de andere zijde een man die een schilderij bekijkt met onderschrift Amor Artis (Liefde voor de kunst).Veilingsite Heritage Auctions Europe (geraadpleegd 8 juni 2023)
Overlijden Hij overleed tijdens een vakantie in Mexico op 31 oktober 1969 aan een hartinfarct.
Dagblad Trouw omschreef nog dat hij betrokken was bij de besturen van het Toneelmuseum en het Nederlandse Pantomime.
Bibliografie
Scenografie, Rijksakademie van Beeldende Kunsten, 1969 Het doek gaat op: vijfentwintig eeuwen in en om het Europese theater, De Haan, cop. 1969 Acht eeuwen kostuum, De Haan [etc.], 1967 Beeldhouwkunst uit de late middeleeuwen in de Nederlanden, Nederlandse Stichting Openbaar Kunstbezit [etc.], 1966 Een huis vol toneel, Toneelmuseum, cop. 1966 Culture-historic dioramas of Dr. W.G.L. Wieringa, from palacegarden of Amenhotep III in Egypt 1380 B.C. to Napoleon in Sankt Helena, 1815-1821, 1962 Klederdrachten, Contact, cop. 1962 Acht eeuwen Westeuropees costuum, De Haan, 1960 (2e dr. 1967 o.d.t. Acht eeuwen kostuum) Algemene kunstgeschiedenis. De kunst der mensheid van de oudste tijden tot heden,5 delen, Standaard Boekhandel, 1959 Amsterdam theaterstad. Fodor, 18 juni-30 sept. 1957, Het Toneelmuseum, 1957 Kabinet van mode en smaak. Het Nederlands Costuum-Museum, Stichting Vrienden van het Nederlands Costuum-Museum, Madame. Costuums, waaiers, preciosa, Cultureel centrum "De Vleeshal", Twee eeuwen Franse mode, co-auteur Anne Berendsen, Stedelijk Museum Het Prinsenhof (Delft), 1954 Ballerina's in beeld, Corvey, 1953 Exotische kunst: de kunst van China, Japan, de Indische gebieden, Tibet, Amerika, de Islam-gebieden, Afrika, De Haan, 1951 De stem van Parijs, De Bussy, 1951 Oud en nieuw in de klederdrachten rondom de Zuiderzee, 1950 Jan Vermeer van Delft, Van Ditmar, Pieter de Hoogh, H.J.W. Becht, De Hollandsche schilderkunst in de 17e eeuw in: "'De Gids", jaargang 101, 1937 De kleederdrachten, in: "Volk van Nederland", (red. J. de Vries), 1937, p.129-163 Portretten van Erasmus, in: "De Gids", jaargang 100, 1936 Vermeer en Rembrandt, in: "De Gids", jaargang 99, 1935 Das Kostüm der Blütezeit Hollands 1600-1660, Deutscher Kunstverlag, 1930 Studien zur Kostümgeschichte der Blütezeit Hollands, Deutscher Kunstverlag,
Categorie:Nederlands hoogleraar Categorie:Nederlands kunsthistoricus