miniatuur|Zegel van de schepen van de Lierse bijvang voor Nijlen - Jan Van den Bulcke (1464) miniatuur|Zegel van Pauwel Van den Bulcke (1555) Van den Bulcke en Bulckaert, hun diverse schrijfwijzen en Franse versies zijn Vlaamse familienamen die verwijzen naar de herkomst vanuit de historische heerlijkheid ten Bulcke. Deze dorpsheerlijkheid, zonder lokale kerk, lag op de hogere gronden van de huidige deelgemeente Rekkem van de stad Menen in de Belgische provincie West-Vlaanderen.

Betekenis Bulck was in de middeleeuwen het toponiem voor een hoger gelegen met water omsloten of omheind agrarisch gebied en met de tijd ook voor een agrarisch perceel met dezelfde kenmerken.

Situering Gezien de familienaam afgeleid is van een toponiem, zijn er vergelijkbare plaatselijke, maar niet verwante varianten zoals Van den Bilck te Brugge en Van den Bolck te Zundert (NB). Door de eeuwen heen werden, mits misspelling en dialectische vervorming, meerdere schrijfwijzen gehanteerd voor personen die ook tot de Rekkemse afstamming behoorden. Bulck afgeleid van beluik(en) wordt soms ook verward met de Germaanse afkorting bul(c)k voor een ossendrijver (Latijn:bubulcus).

Wapens en zegels Van den Bolcke Voor de schrijfvariant Van den Bolcke met oorsprong in Vlaanderen is er een wapenschild beschreven met 3 kepers en 2 eikenbladeren. Het boek Armorial Général van Johannes Rietstap geeft meer details met de beschrijving: op zilver, 3 rode kepers, 2 groene eikenbladeren zijdelings boven de hoogste keper en onderaan een azuurblauwe ster. Dit wapen vertoont gelijkenissen met de ambtswapens van de schepenen van de Lierse bijvang in Nijlen en is qua beschrijving identiek aan dit van Pauwel Van den Bulcke uit 1555. Een bijna identiek wapen werd begin 17de eeuw te Herentals gebruikt door de familie Van den Bolcke, afstammelingen van de vroege Nijlense Van den Bulcken.Opschriften en versiering van Van den Bolcke zerkstenen in de Sint-Waldetrudiskerk te Herentals Nijlen, waar de eerste wapens verschenen, behoorde zoals vele buurgemeenten tot de Meierij Herentals (Mayerye Van Herentals).

Wapenschilden in Herentals

Van den Bulcke Vanaf 1459 was er al een stempel met wapen gekend voor Jan Van den Bulcke, schepen van de bijvang van Lier voor Nijlen en Kessel. Het bijbehorende wapen heeft drie rode kepers in de linkerhelft, waarbij niet duidelijk te zien is of drie kleine structuren al de ster en eikenbladeren van het latere familiewapen zijn. Deze drie kepers verwijzen waarschijnlijk naar het wapen van de stad Lier, al verschijnen die ook regelmatig in de wapens van de abten van de abdij van Tongerlo. Rechts staat een wapen met drie lelies, zoals dat van de families van Aarschot, Van Lyere en Van Immersele. Hun afstammelingen waren vanaf 1107 de heren van een heerlijkheid tot Lyere (Lier) en ze gingen bij de naam heer tot Lyere.

Lelies vinden we ook terug in het Wapen van Zundert verwijzend naar de familie Van Aarschot-Schoonhoven. Hierbij dient opgemerkt dat deze gemeente ook een gebied den Bolck heeft in het aangrenzende Wildert.

Zegels in de bijvang van Lier

De Le Beulque 200px|linksEen Franstalige bron beschrijft een familiewapen voor de gelijknamige rijke handelsfamilie in het Franse Lille als: "D'or à trois rencontres de boeufs de sable" of "Op goud met drie zwarte ossen". Hierbij wordt verwezen naar Barbe De Le Beulque, dochter van Gilles en echtgenote van Ignace Breckvelt, Sr. de la Haye (1629-1697). In de Muschart-wapenkaartjescollectie verwijst de categorie 64E voor Bulck (Zeeland) ook naar een ossenkop. Wellicht is er in de Franse bron een verwarring tussen "De Le Beulque" als vertaling van "Van den Bulcke" met "Bul(c)k(e)" voor een ossendrijver (Latijn=Bubulcus). Dit zou dus een verkeerde toewijzing kunnen zijn.

Van den Bolck met molenijzers 130px|linksVoor de familie Van den Bolck met oorsprong in Noord-Brabant is er een beschrijving van een gouden achtergrond met 3 azuurblauwe molenijzers. Dit wapen heeft geen gelijkenissen met familiewapens te Rekkem, Nijlen of Herentals. Waarschijnlijk hoort het bij de familie van den Bolck (c. 1400) te Zundert (NB) of er kan een link zijn met het geslacht Van Rode - Van Boisschot, die ook drie molenijzers voerden.

Geschiedenis Na de splitsing van Rechem in diverse heerlijkheden, ontstond de dorpsheerlijkheid ten Bulcke als leen van burg en kasselrij Kortrijk. Het was een landelijk gebied in het hoger gelegen deel van de Rekkemse vallei met landbouwpercelen. Het had een klein dorp gelegen aan de verbindingsweg tussen Rekkem en Moeskroen. De Sint-Niklaaskerk van Rekkem was haar dorpskerk. De heerlijkheid behoorde samen met 12 andere parochies tot de Roede der Dertien Parochieën.

Tot ongeveer 1400 kwamen de verwante familienamen buiten Rekkem enkel voor in Aalbeke, Lauwe en Kortrijk. De familienaam Bulckaert komt veel minder voor dan de van-varianten en deze blijft voornamelijk beperkt tot de provincie West-Vlaanderen.

Bewoners van ten Bulcke reisden rond voor handel of arbeid en verwezen naar zichzelf met voornaam en afkomst. Zo zien we in de 14de eeuw de familie van Zegher Van den Buelcke in de Gentse textielnijverheid en die van Lambert Van den Bulcke (c. 1385-1430) in het Kempische Nijlen. Lambert had minstens 2 zonen en overleed op latere leeftijd te Lier. Zijn nageslacht zou zich de eeuwen nadien verder verspreiden in de provincie Antwerpen als Van den Bulck.

In de 16de eeuw deden slechte leefomstandigheden West-Vlaamse afstammelingen noordelijk trekken. Sommigen vestigden zich eerst in Antwerpen, maar na het ontzet van Leiden en de val van Antwerpen trokken enkele textielondernemers onder hen verder naar Leiden om daar hun activiteiten te herstarten. In dezelfde eeuw werden velen door religieuze vervolging gestraft en terechtgesteld. In de stad Antwerpen werden meerdere gezinnen van de familie geëxecuteerd.

In Lier eindigde begin 1590 Cathelyne van den Bulcke op de brandstapel na een veroordeling van hekserij. Cathelyne had haar verleden niet mee gezien ook haar moeder eerder om dezelfde rede werd terechtgesteld en Digne Wouters Van den Broecke de echtgenote van grootvader Wouter er reeds van verdacht werd. Achterliggende redenen zouden het onbegrip van de lokale bevolking zijn over het bereiden van sommige speciën of mortels met de urine van paarden gebruikt bij de aanleg van dijken. Voor Cathelyne zou de aanleg van een concurrerende dwarsverbinding tussen de Grote Nete en de Kleine Nete een rol kunnen gespeeld hebben.

Door de afsplitsing van Zeeuws-Vlaanderen van Vlaanderen en migraties zien we de familienamen ook in Nederland. Oorlogen dreven familieleden al dan niet tijdelijk naar Frankrijk en Engeland. Eind 19de en begin 20ste eeuw zochten afstammelingen hun economisch geluk in Canada en de Verenigde Staten.

Rond Rekkem blijven de herkomstfamilienamen nog steeds sterk aanwezig. Net over de Franse grens in Neuville-en-Ferrain en Tourcoing herkennen we familienamen als Buelque en van den Buelque.

België

Rekkemse vallei - Ten Bulcke De heerlijkheid ten Bulcke te Rekkem was een agrarisch gebied met meerdere hoeves en een beperkte dorpskern met vierschaar. Naast de mogelijkheid voor landbouwers om enkele schapen voor eigen gebruik te houden, waren er te Rekkem nog minstens vijf onafhankelijke schaapkuddes tot in de 18de eeuw. De Rekkemse vallei en aangrenzende gemeenten produceerden naast granen ook, al van minstens tijdens de Romeinse bezetting, wol en vlas voor de textielindustrie. Een aantal laat-middeleeuwse bewoners van de heerlijkheid zag hierin een broodwinning en werden als textielhandelaars poorters van Kortrijk en Gent. Sommigen weken uit naar nu Franse buurgemeenten als Halluin (nl:Halewijn) en Bousbecque (nl=Boesbeke) om daar textiel te produceren..

Joos Joostzoon Vandenbulcke werd in 1567 eigenaar van 't Ghoet te Spyckhau in Rekkem, welk met rente afbetaald was in 1576. en Pieter Van den Bulcke was eigenaar van de heerlijkheid Ter Linde (Tileull) in Halewijn van 1588 tot c. 1600

Onder de Spaanse bezetting in de 17de eeuw trokken veel Vlaamse textielondernemers naar de Nederlandse stad Leiden. De textielindustrie zou voor een deel van de Van den Bulcken een belangrijke nijverheid blijven tot het begin van de 20ste eeuw.

Kortrijk In 1398 registreerde men te Kortrijk de Rekkemse buitenpoorters Zeger en Jan van den Buelke. Wat later in 1409 noteerde men ook een Lammin van den Buelke en in 1426 stond Ysac Huugszoon vanden Beilke geregistreerd als Kortrijks poorter. Vermoedelijk waren er in die periode al familieleden actief in de landelijke textielproductie en -handel, die regelmatig hun producten in Kortrijk kwamen aanbieden. Pas in de 16de eeuw zou de textielnijverheid zich meer in de steden zelf concentreren.

Nadat de wijk Overleie in 1577-78 werd voorzien van een gebastioneerde omwalling, kocht Pieter Thomaeszoon Vandenbulcke er het huis en de lochting genaamd De Raeme met schuur en stallingen, gelegen achter 't Moereaenthooft. Huize de Raeme lag waarschijnlijk in het zicht van de Broeltorens nabij het Rameplein (nu groenzone De Paulientjes). Het plein was gekend als locatie voor het drogen van geverfd textiel op houten ramen. Een gelijknamig huis was eerder gekend als blekerij. Jan Janszoon kocht in dezelfde wijk Huize d'Orloghe gelegen op de hoek van 't Graeubroerstratkin. Op het dit huis werd in dezelfde periode een schuld geregistreerd aan de lokale brouwer Joos Braye.

Ook andere huizen waren in het bezit van naamgenoten, zoals dat van Arent Pieterszoon Vandenbulcke een huus buuter Rysselpoorte vanaf 18 juni 1571, welke hij in februari 1572 verkocht aan de buurman Roegier Wyffle om in 1580 in dezelfde buurt een nieuw huis te kopen een huis buuter Rysselpoorte in 't Weestraetken naast Lauwers Mortier. In 1577 vroeg een schuldeiser dat Jan Vandenbulcke die garant stond dat hij twee huusen ypotequeert, ligghende in 't Weestraetken aan de gemeene weide. In 1583 kocht Pieter Janszoon Vandenbulcke een huis op Overleye in de Brugstraete en Jan Vandenbulcke kocht in 1586 een huis in de Leystraete. In dezelfde periode deed begijn Barbele Vandenbulcke ook meerdere transacties vanuit het Kortrijkse begijnhof.

Ook in de 18de en 19de eeuw bleven afstammelingen actief in de textielindustrie. De mannen veelal als wever en de vrouwen als kantwerksters.

In de moderne tijd was er een notaris Vandenbulcke te Bellegem. Deze gebruikte geen familiewapen maar een overheidszegel in de functie van vrederechter van Kortrijk.

Gent miniatuur|rechts|Jean Van den Bulcke (Gent, 1807 - 1899) In de 14de eeuw wanneer het Gravensteen uitgebouwd is en Gent zo'n 64.000 inwoners telt, verschenen de eerste bronnen. Een zoendinc uit 1375 vermeldde reeds een Zegher Van den Buelcke, in Franse teksten vermeld als Sohier Van den Bulcke. Een akte van 29 januari 1390 registreerde hem en zijn vrouw Marie als de kopers van het voormalig huis van Jacob Van Artevelde op de Kalandenberg 7, een wijk toen gekend voor de lakenhandel en wevers. De omgeving van de Kalandenberg was een bekende Gentse wijk waar oorspronkelijk een kalander walsmachine stond en waar ook vooraanstaande personen woonden zoals de prins van Oranje.

Ook andere Van den Buelcken als Jhan, Luuc en Clais staan in Gentse akten vernoemd. In de 15de eeuw huwde Lauwereins Van den Buelcke met Jhane Heus (Heuysse), de dochter van Jhan Heus geseit de Baermakere. Schoonvader Jhan was de deken van het Gentse ambacht in de periode 1429-1430.

De familienaam Van den Buelcke verschijnt niet in de diverse lijsten van Gentse dekens en hoofdmannen noch in overzichten van wevers.. Ook in de publicatie 'Wapenen vanden edelen porters van Ghendt alzo zij van hauts tijden in schepenen bouck staen' staat de naam niet vermeld. Het lijkt dus een familietak die eerder bij de handel dan bij de productie van tapijten of laken betrokken was, al zijn er bronnen die toch aan wevers denken.