miniatuur|De Kantarelli (cantharel) vaas van Tapio Wirkkala wordt gezien als een van de symbolen van de Finse gouden jaren en een internationaal symbool van Fins modernisme De Finse gouden jaren, ook bekend als de gouden jaren van Fins glas (Fins: ), waren de jaren in de periode na de Tweede Wereldoorlog die duurden tot in de jaren '60 van de twintigste eeuw.Niet te verwarren met de gouden jaren van de Finse schilderskunst (1880-1910). Deze periode wordt gekenmerkt door de grote internationale populariteit van Fins glas en Finse glaskunstenaars. De hoogtijdagen van de Finse gouden jaren waren de jaren '50, mede dankzij de grote successen die behaald werden op de triënnales van Milaan in 1951, 1954 en 1957.
De meest invloedrijke ontwerpers tijdens de gouden jaren waren Kaj Franck, Timo Sarpaneva en Tapio Wirkkala. Glasproducenten Iittala, Riihimäki en Nuutajärvi waren de drie belangrijkste glasproducenten in deze periode.
Interbellum De productie van hoogwaardig gebruiksglas was inherent aan de glasproductie in Finland en de andere Noordse landen. Het Zweedse concept van vackrare vardagsvara ("mooiere alledaagse goederen"), ontwikkeld door Gregor Paulson in 1919, kreeg in de jaren '20 ook bekendheid in Finland. De expositie van Zweeds design in Göteborg in 1923 en in Helsinki in 1924 waar glas van de Zweedse producent Orrefors te zien was, vormden de inspiratiebron voor Adolf Paavali Kolehmainen om soortgelijke producten in Finland te produceren. Kolehmainen was op dat moment directeur van de Finse glasfabriek in Riihimäki, Riihimäen Lasi Oy, een van de grootste glasproducenten van Finland. In diezelfde periode startte ook glasproducent Karhula, met de productie van huishoudglas. Beide producenten legden de focus op glazen flessen. Van 1919 tot en met 1932 zorgde dit voor enige moeilijkheden wat betreft de afzetmarkt, aangezien er in die periode in Finland een verbod op alcohol gold. miniatuur|300x300px|Aalto, Aino Aalto Voor de Tweede Wereldoorlog had Finland een deels agrarische economie. Het land exporteerde hoofdzakelijk ruwe materialen en bulkgoederen zoals hout, karton en papier. Voorwerpen die in Finland werden gemaakt, waren meestal kopieën van voorwerpen uit andere landen en hadden nog geen uitgesproken Finse identiteit. Een importverbod in Finland in het interbellum leidde ertoe dat de producten die in Finland werden geproduceerd steeds meer diversifieerden.
In deze periode werd in de glasindustrie nog niet samengewerkt met professionele glasontwerpers. De eerste samenwerking kwam in 1925 toen glasproducent Riihimäki ging samenwerken met de Zweedse ontwerper Tyra Lundgren voor de Tyra-serie drinkglazen. Dit ontwerp werd vervolgens door andere producenten, waaronder Iittala, gekopieerd. In 1928 schreef Riihimäki een wedstrijd uit voor het ontwerp van een simpele set glaswerk voor dagelijks gebruik. Dit leidde tot een samenwerking met Henry Ericsson. Voor Riihimäki ontwierp Ericsson daarnaast ook enkele gegraveerde sierglazen en kommen die werden getoond op de Wereldtentoonstelling van 1929 in Barcelona. Ericsson was in de jaren '20 een van de meest bekende Finse ontwerpers.
Nadat het alcoholverbod in Finland in 1932 werd opgeheven, steeg de vraag naar glaswerk. Datzelfde jaar kreeg Hans Ahlström een leidinggevende functie binnen het Ahlströmconcern, waar glasproducent Iittala onderdeel van was, en nam Göran Hongell aan als vaste ontwerper. Hongell was daarmee de eerste ontwerper in Finland die als glasontwerper in vaste dienst was bij een glasproducent. Tot dan toe hadden ontwerpers op projectbasis gewerkt en kregen zij opdrachten door mee te doen aan ontwerpwedstrijden.
In 1932 schreef Karhula-Iittala een ontwerpwedstrijd uit voor een ontwerp van een drinkglazenset, een ontwerp voor een servies van geperst glas, een set gebruiksvoorwerpen voor de kaptafel en voor kunstglas. Deze wedstrijd was de eerste wedstrijd van een glasfabrikant waar gevraagd werd naar een ontwerp voor persglas. De Finse architecte en ontwerpster Aino Aalto nam deel aan de wedstrijd en won een tweede plaats met haar ontwerp van de Bölgeblick-glazenset. Na enkele aanpassingen werd de set in productie genomen. De naam veranderde naar Aalto en werd later verkocht onder de naam Aino Aalto. De Aalto-glazenset werd onder meer in 1933 in Londen en tijdens de triënnale van Milaan in 1936 geëxposeerd.
Internationale exposities Vanaf het begin van de jaren '30 werd Fins glas steeds vaker tentoongesteld op internationale exposities. Na 1932 had Fins glas door glaskunstenaars als Gunnel Nyman, Arttu Brummer, Henry Ericsson, Göran Hongell en Aino en Alvar Aalto een steeds grotere internationale bekendheid verkregen. Hun werken waren onder meer te zien tijdens de Wereldtentoonstelling in Parijs in 1937 en de Wereldtentoonstelling van New York in 1939.
In 1933 schreef glasproducent Riihimäki twee wedstrijden uit, waarvan een in samenwerking met het fototijdschrift Suomen Kuvalehti. Bij de wedstrijd in samenwerking met het tijdschrift werd het publiek gevraagd naar hun favoriete ontwerp dat vervolgens in productie werd gebracht. De andere wedstrijd was bedoeld voor de ontwikkeling van glaswerk om te tonen op de triënnale van Milaan in 1933.
Hoewel Finland meedeed aan de triënnales van Milaan in 1933 en 1936, werd daar weinig gebruiksglas getoond. Het geperste glas dat in Finland werd gemaakt werd gezien als niet prestigieus genoeg voor de triënnale. Desondanks ontvingen de Finse ontwerpers en de Finse expositie goede kritieken in de Italiaanse pers. De Finse expositie werd onder meer bezocht door koning Viktor Emmanuel en premier Benito Mussolini.
De focus van de triënnale van Milaan in 1936 lag op het bevorderen van export, wat niet in goede aarde viel bij de Finse Arts and Crafts Association (Suomen taideteollisuusyhdistys). Om die reden werd er enkel glas dat verkocht werd door Artek, het bedrijf van architect Alvar Aalto en zijn vrouw Aino Aalto, getoond. Tijdens deze triënnale won Aino Aalto haar eerste gouden medaille voor haar ontwerp van de Aalto-serie. Het ontwerp werd hierna veelvuldig gekopieerd, waaronder door Riihimäki.
Stijl en smaak De jaren '20 en '30 kenden een groei in de belangstelling voor interieurvormgeving waarbij glas een belangrijke rol speelde. De tendens was dat een slechte smaak het gevolg was van onwetendheid en dat educatie door middel van boeken en studiegroepen noodzakelijk was. miniatuur|Timo Sarpaneva (links) en Helge Nieminen in de Iittala-glasfabriek. Nieminen werkt hier aan het werk Orkidea. In de jaren '30 werd het functionalisme de belangrijkste kunststroming in Finland. De bekendste ontwerpers in deze stroming waren Kaj Franck, Aino en Alvar Aalto. Ontwerpen zoals de Eskimoerindens skinnbuxa-vaas is Noors voor 'De leren broek van de Eskimo-vrouw'., ook bekend als de Savoy-vaas of Aalto-vaas, en de Aalto-glazenset uit deze periode werden designklassiekers. Tegenover de functionalisten stonden de traditionalisten met Arttu Brummer als kopstuk.
Dik glas dat kneedbaar lijkt en werken die de nadruk leggen op esthetiek, zoals te zien in de werken van Gunnel Nyman, werden belangrijk kenmerken in Fins glasontwerp. Nymans werken inspireerden latere ontwerpen van onder meer Timo Sarpaneva en Tapio Wirkkala.
De meeste ontwerpers waren als freelancers bij de verschillende glasproducenten betrokken en hadden, in tegenstelling tot ontwerpers in vaste dienst, weinig te doen met de dagelijkse gang van zaken bij het glasproductieproces. Bij de glasproducenten kregen de ontwerpers carte blanche om te creëren wat zij wilden. Hierdoor werden zij in staat gesteld om nieuwe technieken uit te proberen, wat bijvoorbeeld leidde tot de rookgordijntechniek van Gunnel Nyman. Timo Sarpaneva vond de wet-stick methode uit de negentiende eeuw opnieuw uit. Hij maakte hierbij gebruik van een dunne metalen punt waarmee een gat in het vloeibare glas werd gemaakt. Vervolgens werd er een natte houten stok in het gemaakte gat gestoken waardoor stoom ontstond. Door de stoomvorming vormde er uiteindelijk een bel in het glas. De techniek werd voor het eerst gebruikt door Sarpaneva in het begin van de jaren '50 en werd onder meer toegepast in de werken Kajakki, Lansetti en Orkidea waarmee Sarpaneva in 1954 Grands Prix won op de triënnale van Milaan. Deze nieuwe innovaties konden op een later moment worden toegepast in massaproductie.
Oorlogsjaren en wederopbouw Door alle gebeurtenissen in Finland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog, zoals het uitbreken van de Winteroorlog, de Vervolgoorlog en de Laplandoorlog en de grote glasschaarste die hiervan het gevolg was, lag de productie van kunstglas in Finland tussen 1939 en 1945 bijna volledig stil. Door de oorlogsjaren waren de Finse landsgrenzen verschoven en na het einde van de oorlog waren er ongeveer 400.000 vluchtelingen die opnieuw ergens gevestigd moesten worden. De spanningen tussen Finland en de Sovjet-Unie waren hoog. Na de oorlog moest Finland herstelbetalingen doen aan de Sovjet-Unie. Deze betalingen werden gedaan in de vorm van vervaardigde goederen uit de metaal- en technische industrie. De moederbedrijven in deze industrieën hadden vaak ook dochterbedrijven in de glas- en keramiekindustrie. Door middel van de internationale promotie van export van glas en keramiek, naar onder meer Zwitserland en de Verenigde Staten, probeerden deze bedrijven geld te verdienen om vervolgens de metaal- en technische industrie mee te financieren. Glasontwerpers werden aangespoord om te streven naar innoverende en kwaliteitsvolle producten. miniatuur|Glasfabriek in Riihimäki miniatuur|Glasfabriek in Iittala In 1947 werd een vredesakkoord tussen Finland en de Sovjet-Unie getekend. De naoorlogse jaren kenmerkten zichzelf door een stijging in sociale gelijkheid, een hervonden belang van het gezinsleven en een snel stijgende ontwikkeling van Fins design. Hierdoor steeg de populariteit van keramiek en gebruiksglas, met name van Finse producenten. Voor de wederopbouw was er nood aan glas, maar Finland was voor de productie hiervan afhankelijk van de import van zand waarvoor weinig budget beschikbaar was. Glasproducenten werden toegestaan om ruiten, flessen en standaard gebruiksglas te produceren, maar deze producten hadden een prijsbeperking die was opgelegd door de overheid. Een uitzondering in de prijsbeperking werd gemaakt voor enkele stukken decoratief glas. Deze ontwerpen werden omschreven als "mooi, maar doelloos".
In 1946 werd er een Noordse expositie gehouden in de Liljevalchs konsthall in Stockholm. De Zweedse overheid financierde de participatie van kunstenaars uit Denemarken, Finland en Noorwegen die onder de oorlog hadden geleden. Finland stond reeds goed bekend om keramiek en textiel, maar de expositie gaf ook kunstglasontwerpers en -producenten de mogelijkheid te exposeren. Voor deze expositie creëerden Gunnel Nyman en Arttu Brummer stukken voor Riihimäki die daar tentoongesteld werden. Datzelfde jaar had glasproducent Riihimäki Helena Tynell in dienst genomen. Tynell was de eerste vaste ontwerper voor de glasproducent en ook haar werk was te zien op de expositie in Stockholm. Glasproducent Iittala stelde tevens kunstglas tentoon in Stockholm. Voor de expositie schreven zij een ontwerpwedstrijd uit die gewonnen werd door Timo Sarpaneva en Kaj Franck. Het exposeren van kunstglas was voor glasproducenten een zeer belangrijk onderdeel van de marketingstrategie. Deze expositie wordt gezien als de start van de Finse gouden jaren.
In de jaren '30 was een verdere verschuiving ontstaan binnen de glasproductie. Diverse glasproducenten maakten plannen om de productie van mondgeblazen en geperst glas te scheiden. Zo verplaatste glasproducent Karhula-Iittala de productie van mondgeblazen glas eind jaren '40 naar het dorp Iittala nabij Hämeenlinna.