De Gotische oorlog in Spanje was een militaire operatie van de Visigoten in opdracht van het West-Romeinse rijk. De operatie bestond uit meerdere campagnes die tussen 416 en 418 plaatsvonden en waren gericht tegen de Vandalen en de Alanen. Het doel was de Romeinse macht in de Spaanse provincies Betica, Lusitania en Cartaginense te herstellen.Bachrach 1973, pag. 56 Voor zover bekend nam het Romeinse veldleger niet rechtstreeks aan de gevechten deel. Aan de zijde van de Romeinen vochten uitsluitend foederati-eenheden mee. De rol van de Vandaalse Asdingen in Gallaecia was volgens historicus Thompson echter onduidelijk en omstreden.

Bronnen De geschiedenis van de Gotische oorlog is slechts summier overgeleverd. De belangrijkste bron is de kroniek van Hydatius (ca. 400-469), bisschop van Chaves. Zonder zijn werk zou slechts weinig over de geschiedenis van Spanje in de 5e eeuw bekend zijn geweest. (1985), Romans and Barbarians: The Decline of the Western Empire, The University of Chicago Press, pag. 137. Een andere tijdgenoot die informatie over deze periode heeft overgeleverd is Orosius (375-420). Verder zijn de geschriften van Sidonius Apollinaris (ca. 430-486), de naamloze Gallische kroniek van 452, en de werken van Isidorus van Sevilla (ca. 560-636) van belang. Ook moderne historici als E.A. Thompson en B.P. Bachrach hebben uitgebreid onderzoek gedaan naar deze periode en hierover gepubliceerd.

De grote lijnen van de gebeurtenissen zijn redelijk goed bekend. Na drie jaar oorlogsvoering brachten de Visigoten Romes' vijanden in Spanje een zware nederlaag toe. Fredbal, de koning van de Silingen, werd gevangengenomen, terwijl Attaces, de koning van de Alanen in Lusitania, werd gedood. Gunderik, de koning van de Vandaalse Asdingen in Gallaecia, wist de oorlog te overleven, omdat Visigoten de Asdingen niet aanvielen. De reden hiervoor zijn niet in de bronnen overgeleverd en is daarom onderwerp van discussie onder latere historici. Volgens Thompson werd Gunderik door de keizer als bondgenoot geaccepteerd en waren het mogelijk zijn troepen die de Alanen in Carthaginensis een zware slag toebrachten. Constantius achtte de Romeinse doelstellingen bereikt en greep in. Hij dwong de Visigoten de campagne te beëindigen en Spanje te verlaten.

Achtergrond De barbaarse invasie Op 31 december 405/406 brak een coalitie van barbaarse volkeren (Alanen, Vandaalse Asdingen, Vandaalse Silingen en Sueven) door de Romeinse grensverdediging aan de Rijn en viel Gallië binnen. Deze gebeurtenis staat bekend als de Rijnoversteek. In hun kielzog ontstond een spoor van vernielingen. Kort daarop brak er een burgeroorlog uit en stak het rebellerende Britse leger onder aanvoering van Constantijn III het Kanaal over. Door een combinatie van militaire actie en diplomatie wist de Britse usurpator de situatie te stabiliseren en verwierf hij de controle over Gallië en Hispania (het huidige Spanje en Portugal). Daarbij ondervond hij relatief weinig tegenstand van het keizerlijke veldleger dat grotendeels was ingezet tijdens de oorlog tegen Radagaisus.

Constantijn wist vervolgens met de Alanen en Vandalen tot overeenstemming te komen. Hierdoor kon hij zijn eigen machtspositie versterken, terwijl de barbaarse groepen hun eigen belangen konden veilig stellen. Een deel van de Alanen, onder leiding stond van koning Goar, wist hij over te halen aan zijn zijde mee te vechten.Sozomen, IX, xiii, 4, en Olymp., jr. 16Uit die barbaren creëerde Constantijn een regiment genaamd de "Honorians", die hij als taak meegaf om de passen in de Pyreneeën te bewaken.Orosius, Hist., VII, 40, 7-10, en Sozomen, IX, xii, 7.

In 409 kwam Constantijns' generaal Gerontius in Spanje tegen hem in opstand en werden de Alaanse regimenten onttrokken aan de Pyreneeën, waardoor de Alanen en Vandalen zonder problemen het Iberische schiereiland konden binnentrekken. Gallische Kronieken van 452, pag. 552, II; Hydatius, Kronieken, XLII; Isidore, Geschiedenis van Goten, Vandalen en Sueven, hfdst. 71; Over deze gebeurtenis zie Courtois, Les Vandales, pag. 52, en Demougeot, L'empire romain, pag. 394-395.

De aankomst van de barbaren in Spanje In oktober 409 arriveerden de Vandaalse, Alaanse en Suevische stammen in Spanje, waar ze aan het plunderen sloegen. De Romeinen konden hier weinig tegenover stellen. De meeste legereenheden van Constantijn bevonden zich namelijk in de provincie Tarraconensis waar het ingezet werd tegen de opstandige generaal Gerontius.

Net als de bewoners in Gallië, lijken de Histo-Romeinen weinig ondernomen te hebben om tegen de indringers ten strijde te trekken. In plaats daarvan trokken zij zich in de versterkte steden, dorpen en castra in de hoop dat de Alanen en de Vandalen verder zouden trekken. De indringers die nomaden waren, op hun buurt lijken geen pogingen te hebben ondernomen om de versterkte plaatsen in te nemen. Hoewel de bevolking zich redelijk veilig achter in de steden kon verschansen, raakte het platteland ernstig ontwricht. De velden werden op veel plaatsen ontdaan van voedsel en in sommige gebieden ontstond hongersnood. Tijdgenoten berichten de situatie als buitengewoon ernstig en maken zelfs melding van gevallen waarin moeders hun eigen kinderen zouden hebben opgegeten. Hydatius, Kron., 46, 47, 48; Isidore, Hist. Wand., 72; Olymp. fr. 30. Zie ook Courtois, Les Vandales, pag. 52-53.

De verdeling van Spanje In 411 verliet Gerontius met meeneming van zijn gehele krijgsmacht Spanje om tegen Constantijn te strijden. De nieuwkomers vulden dit machtsvacuüm op en besloten het land in bezit te nemen en onder elkaar te verdelen.Hydatius, kron., XVII De Alanen waren de belangrijkste groep en eigenden zich de provincies Lusitaniaen Tarraconenses toe, de Vandaalse Silingen kregen Baetica, terwijl de Asdingen en de Sueven de kleinste provincie Gallaecia onderling verdeelden.

Met de Histo-Romeinse landeigenaren werden regelingen getroffen voor het gebruik en de verdeling van het land. Deze waren gebaseerd op het principe van hospitalitas, d.w.z. de Alanen en andere indringers werden de gasten van de Romeinse landeigenaren en ontvingen een aanzienlijk deel van de inkomsten uit hun landgoederen. In ruil daarvoor "beschermden" de gasten hun gastheren tegen overvallers en plunderaars. Daarnaast stichtten zij hun eigen nederzettingen. Deze regelingen lijken Spanje tijdelijk een zekere mate van vrede te hebben gebracht. fr. 30. Zie ook Courtois, Les Vandales, pp. 52-53. Hydatius, Kron., 49; Isidore, Hist. Wand., ch. 73. Voor de verdeling van het land tussen de Romeinen en barbaren, zie , "Hospitalite," pag. 975-1011. Zie ook Courtois, Les Vandales, pag. 52-53

Het keizerlijke leger van Honorius bevond zich op afstand in ItaIië, waar het na de oorlog tegen Radegasius gebonden was om de Visigoten in bedwang te houden. Na de val van Rome in 410 bevonden deze zich in het zuiden en waren nu op weg naar het noorden. Bovendien diende het leger de Italiaanse prefectuur te beschermen tegen de usurpators Constantijn III, Jovinus en Heraclianus. Pas nadat Constantius III, de opperbevelhebber van Honorius’ leger deze bedreigingen had geneutraliseerd en vrede gesloten met de Visigoten in 415, verzamelden de Romeinen de troepen die ze konden missen om ingezet te worden de indringers. De capaciteit hiervoor bleef echter beperkt, aangezien de voortdurende oorlogen het Romeinse leger sinds 395 hadden gehalveerd.

Het bondgenootschap met de Visigoten Het West-Romeinse rijk kende een wisselende relatie van conflict, samenwerking en afhankelijkheid met de Visigoten. Het rebellerende leger dat de Gotische leider Alarik I in 395 onder zich verzamelde was uitgegroeid tot een politieke en militaire gemeenschap waarmee Rome sinds 410 in staat van oorlog was, zij het dat er ook perioden waren van samenwerking. Het Romeinse Rijk beschikte simpelweg over te weinig manschappen om de Visigoten te verslaan, maar daarentegen waren de Visigotische soldaten ook onmisbaar in de verdediging van het rijk tegen haar vijanden.

In 414 trouwde Athaulf, koning van de Visigoten met Galla Placidia, de dochter van keizer Theodosius (379-395). Na de voltrekking van dit huwelijk raakten de relaties met de Romeinen wederom verstoord door toedoen van Honorius' generaal Constantius, de latere keizer Constantius III. Hij liet de mediterrane havens van Gallië blokkeren om de Visigoten economisch en militair onder druk te zetten. Als reactie hierop riep Athaulf in 414 Priscus Attalus in Bordeaux uit tot keizer. De zeeblokkade van Constantius bleek echter succesvol. In 415 verlieten de Visigoten Zuid-Gallie en trokken zij naar Noord-Spanje. Attalus vluchtte, maar viel uiteindelijk in handen van Constantius en werd verbannen naar het eiland Lipari.

Ataulf trok vervolgens de Pyreneeën over en installeerde zijn hof in Barcino, het huidige Barcelona in de provincie Tarraconensis. Desalniettemin verliep de komst naar Spanje vreedzaam. Opvallend is dat de Visigoten nauwelijks tegenstand ondervonden. Niet bevestigd door bronnenmateriaal lijkt het erop, dat Athaulf en Constantius tot overeenstemming kwamen. De vreedzame binnenkomst in Barcelona, evenals de arrestatie van Attalus lijken een weerspiegeling hiervan. Een dergelijke regeling zou zowel in het belang van de Visigoten als van het West-Romeinse Rijk zijn geweest. Kennelijk gestoeld op de wens van de Visigoten op vreedzame co-existentie met de Romeinen en die van het Romeinse Rijk om de mankracht van Goten te gebruiken om de andere stammen te bestrijden die jaren eerder naar het binnenland van Spanje waren gemigreerd.

De oorlog in Spanje Na Spanje onderling verdeeld te hebben, hoopten de Alanen en Vandalen van de Romeinen de status van foederati te ontvangen en richten zij een verzoek tot keizer Honorius. In ruil voor vrede boden zij aan als bondgenoten voor het rijk te vechten, en om hun goede wil te tonen waren zij bereid gijzelaars te geven. Op aanraden van zijn belangrijkste adviseur, de opperbevelhebber van het leger Constantius, wees de keizer echter dit verzoek af, met uitzondering voor de Asdingen.Thompson pag. 153-154 Honorius koos voor onderwerping van de barbaren in Spanje, door verdeel en heers toe te passen, wilde hij hun verzwakken. Om dit plan te verwezenlijken waren de Visigoten, met wie hij onlangs een nieuw vredesverdrag had gesloten, zijn belangrijkste troefkaart.

De positie van de Asdingen in de oorlog In Spanje waren de Alanen verdeeld in twee hoofdgroepen: er was een groep onder leiding van Respendial in Cartaginensis gevestigd en een groep onder het leiding van Attaces in Lusitania. Ook de Vandalen waren in twee groepen verdeeld; in Silingen en Asdingen, zij het met dit verschil dat deze al veel langer (vanaf de 2e eeuw) als aparte stamverbanden bekend waren. De Silingen bevonden zich in de zuidelijke provincie Baetica en de Asdingen in het noordelijke Gallaecia.Hydatius, Kron., XVII

In Honorius' aanvalsplan om het Romeins gezag in de Spaanse provincies te herstellen kregen de Asdingen een bijzondere taak te vervullen. De herovering van de provincie Cartaginensis droeg hij niet op de Visigoten maar gaf hiertoe opdracht aan de Asdingen. Nog voordat de Visigoten in actie kwamen trokken de Asdingen onder aanvoering van koning Gunderik op tegen de Alanen van Respendial en versloegen deze in een veldslag die vermoedelijk plaatsvond in de buurt van de steden Toletum en Consabru. De overwonnenen dienden zich onder Gunderiks gezag te plaatsen en Cartaginensis te verlaten.

De veldtocht van de Visigoten