De bruinsnedeviltkop (Mallocybe fuscomarginata) is een paddenstoel uit de familie Inocybaceae. Hij vormt ectomycorrhiza met wilg (Salix) en andere loofbomen in struwelen en jonge bosjes op voedselrijk zand.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed Het is een kleine soort. De hoed heeft een diameter tot 30 mm (volgens Stangl).Die Gattung Inocybe in Bayern van J. Stangl, Regensburg 1989, blz 37 of 20 tot 60 mm (volgens Kibby Mushrooms and Toadstools of Britain and Europe / G. Kibby / / blz 26). De kleur is roodbruin, glad en iets vezelig.Veldgids zeereep: Vezelkoppen (Inocybe) bij Kruipwilg Hij heeft een kleine umbo.
Lamel De lamellen hebben bij ouderdom een duidelijke donkere bruine gewimperde snede. Ze zijn 0,3 tot 0,4 cm breed. De lamellen zijn sinuate-adnate aan de steel gehecht.
Steel De steel heeft een lengte van 20 tot 50 mm en een dikte van 3 tot 8 mm. Het heeft dezelfde kleur als de hoed en heeft een vage ringzone.
Geur De geur is zurig tot aardig.
Microscopische kenmerken De sporen meten 10-12 × 5-7 μm (Veldgids zeereep), 9-13 × 5,5 μm (FAN), 9-12 (-13) × 5,5-7 μm (Stangl) of 9,0-13,0 × 5,5-7,5 (Kibby). De cheilocystidia hebben dikke wand vaak met bruine inhoud met gespen. Het bruinwandige kenmerk gaat mogelijk ook op voor andere vezelkoppen, zo kan de gewone viltkop dit ook hebben. Ze meten 20-40 × 20-25 μm. Er zijn geen pleurocystidia aanwezig (net als alle soorten uit het genus). De basidia meten 35-43 × 8-10 μm en hebben overwegend vier sterigmata.
Verspreiding In Nederland komt de bruinsnede viltkop vrij zeldzaam voor.
Categorie:Inocybaceae Categorie:Schimmelsoort