Marcel Eemans (Marc. Eemans, Marc Eemans, M. Van Hemelrijck) (Dendermonde, 16 juni 1907 – Brussel, 28 juli 1998) was een controversieel Belgisch schilder, dichter, kunstcriticus en kunsthistoricus.

"Un personnage qui aurait pu au moins nous faire le plaisir magnifique de se faire oublier"."Het minste wat deze persoon voor ons had kunnen doen was ons het fantastische genoegen verschaffen van ervoor te zorgen dat hij vergeten werd"Het betreft hier een parodie op een citaat van André Breton, naar aanleiding van het overlijden van Saint-Pol-Roux. In werkelijkheid had het citaat betrekking op kunstenaars, in het bijzonder Saint-Pol-Roux, die uit bescheidenheid de vergetelheid voor zichzelf hadden opgezocht. ("A ceux qui comme lui s'offrent le magnifique plaisir de se faire oublier."). Hier werd dit citaat bewust gepariodeerd naar aanleiding van de fel gecontesteerde herdenkingsactiviteiten van oorlogsslachtoffer Saint-Pol-Roux door Marc. Eemans die een collaboratieverleden had. http://referentiel.nouvelobs.com/archives_pdf/OBS0110_19661221/OBS0110_19661221_036.pdf. Gearchiveerd op 19 oktober 2023.

Beknopte beschrijving Marc Eemans was een bijzonder erudiet persoon, met een grote passie voor mystiek en gnostiek. Op zijn 23ste stond hij aan de top van het Belgisch surrealisme. Door zijn afwijkende overtuigingen viel hij in ongenade in de surrealistische kunstkringen en ging zijn eigen weg in de magisch realistische richting, zowel als kunstschilder, dichter en als redacteur.

Zijn bewondering voor de Noordse sagen, de Wagneriaanse legenden en Duitse filosofen dreef hem tijdens de Tweede Wereldoorlog naar verregaande samenwerking met de Duitse bezetter. Hij was redacteur bij diverse nationaalsocialistisch gezinde kranten en tijdschriften zoals het Nederlandse Hamer, de Vlaamse collaboratiekrant DeVlag en het rexistische dagblad Le Pays Réel, wat hem bij de repressie een jarenlange gevangenisstraf opleverde.

Na de oorlog zette hij zijn activiteiten als schilder en poëet in de magisch realistische richting verder en was hij auteur van talrijke kunsthistorische boeken. Als redacteur van het tijdschrift "De Periscoop" was hij hoofdzakelijk belast met artikelen over kunst en met kunstkritiek. Met zijn uiterst conservatieve en traditionalistische opvattingen en initiatieven en zijn minimalisatie van zijn aandeel in de collaboratie bleef hij tot het einde van zijn leven een bijzonder controversieel figuur en werd zelfs gecanceld in kunsthistorische uitgaven.

Jeugd en opleiding (1907-1922) Marc Eemans werd op 16 juni 1907 in Dendermonde geboren. Drie jaar later werd zijn vader, een postbeambte, naar Brussel overgeplaatst en verhuisde het gezin Eemans naar Brussel.

Eemans volgde lager onderwijs in Laken en ging daarna studeren aan het Koninklijk Atheneum van Brussel. In het atheneum bracht zijn leraar Maurits Brants hem in contact met de Germaanse sagen, wat een belangrijke en blijvende invloed op hem heeft gehad. Eemans was bijzonder intellectueel begaafd en zeer leergierig. Op zijn 14de jaar las hij al filosofische werken zoals Plato, Spinoza en Nietzsche en werken van Kloos, Gorter, Couperus en vele anderen.

Zijn vader was een kunstliefhebber die graag tentoonstellingen bezocht en rechtstreekse contacten had met de kunstenaarskring "Doe stil voort", waarin Victor Servranckx, Felix De Boeck en Prosper de Troyer actief waren. Eemans vergezelde zijn vader steevast en kwam op die manier reeds op zeer jonge leeftijd rechtstreeks in contact met kunst en kunstenaars.

Op vijftienjarige leeftijd ging hij lessen volgen aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Brussel, waar hij de symbolistische schilders Constant Montald (1862-1944) en Emile Fabry (1865-1966) als docenten had.

Abstract kunstenaar (1923-1925) Hyperactief en creatief als hij was hield hij zijn opleiding aan de academie maar een korte tijd vol. Onder invloed van Victor Servranckx, die hij ontmoet had op een tentoonstelling, begon hij zelf in abstracte stijl te schilderen, wat destijds "plastique pure" of "zuivere beelding" genoemd werd.

Hij bezocht in die periode reeds artistieke studentenkroegen, waaronder "Le Diable-au-Corps" in de Koolstraat in Brussel. Daar werd hij bevriend met de dichter René Baert (1904-1945). Baert leerde hem het werk van de Duitse symbolist Novalis kennen, weliswaar in de Franse vertaling van Maurice Maeterlinck. NovalisPseudoniem van Friedrich von Hardenberg (1772-1801) was een van de meest uitgesproken vertegenwoordigers van de Duitse Romantiek, een idealist die op een zakelijke wijze in de romantiek de dagelijkse werkelijkheid herkende, met mythes en sprookjes als een diepere laag. Hij was de bedenker van de term "magisch realisme". Eemans zou deze filosofie gedurende zijn ganse leven trouw blijven. Hij had overigens ook een bijzondere interesse in de Vlaamse mystiek en via zijn oudere broer Nestor maakte hij kennis met de sagen van Richard Wagner. rechts|kaderloos|236x236px|rand In 1923 kwam hij in contact met Geert van Bruaene (1891-1964) die in het Hotel Ravenstein samen met Michel de Ghelderode een aanvankelijk bescheiden artistiek centrum "Le Cabinet Maldoror" uitbaatte. Dit groeide echter vlug uit tot een kunsthandel, waar werken van Otto Dix, George Grosz, Wassily Kandinsky, László Moholy-Nagy, Constant Permeke, René Magritte en Victor Servranckx te koop aangeboden werden. De contacten met Geert van Bruaene en andere kunststijlen hadden als gevolg dat de abstracte werken van Eemans een figuratieve inslag kregen. Eemans verklaarde zelf dat hij door Van Bruaene een surrealist werd zonder dat hij het besefte. In 1925 opende Van Bruaene de galerie "La Vierge poupine""De maagd met het poppengezicht" in de Naamsestraat in Brussel. Daar ontmoette Eemans de dichter Paul van Ostaijen (1896-1928), die er codirecteur was. Van Ostaijen overtuigde hem van de innige band tussen poëzie en mystiek. Van Ostaijen beval Eemans aan bij Eddy du Perron (1899-1940). Hierdoor kon hij in juli 1925 in "De Driehoek", het tijdschrift van Jozef Peeters en Eddy du Perron een artikel publiceren met als titel: "Enkele beschouwingen over constructivisme als nieuwe kunst", een pleidooi voor abstracte kunst. Hij was op dat ogenblik politiek gezien duidelijk links gericht. Zijn abstract werk was vertegenwoordigd op de stand van 7 Arts op de biënnale van Monza in 1925, hij was toen nauwelijks 18 jaar.

Surrealist (1925-1930) "Société du Mystère" Nog in 1925 werd hij overweldigd door het eerste "Manifest van het Surrealisme" van André Breton. Hij nam afstand nam van het abstracte en koos resoluut voor het surrealisme.

In datzelfde jaar ontmoette hij op een avondcursus voor journalistiek de negentienjarige socialistische militante Irène Hamoir, met wie hij een nauwe band kreeg en die hij liet kennis maken met het surrealisme.

Samen met René Baert stichtte hij in 1926 de organisatie "Humanisme". Hij schreef een manifest, maar het werd niet gepubliceerd.

In het Tijdschrift 7 Arts, waarin hij sinds 1925 actief was, gaf hij in naam van de organisatie "Humanisme" zijn eigen definitie over het surrealisme: "Het surrealisme is schepper en geen vleier: het is het werk van een gezond leven en niet de vervolmaking van een concept".

In oktober 1926 nam hij als volstrekt buitenstaander deel aan de "Slag van het Casino van Sint-Joost-Ten-Node", een uit volledig de hand gelopen ludieke reactie van de "Société du Mystère tegen de première van een toneelstuk "Tam-tam", opgevoerd door het jonge avant-garde toneelgezelschap Groupe Libre. De Société du Mystère was de surrealistische groep rond René Magritte, met de dichter Paul Nougé als spil en bezieler van de groep, en verder met Marcel Lecomte, E.L.T. Mesens, Camille Goemans, Louis Scutenaire en André Souris. Eemans en Irène Hamoir werden die avond in de "Société du Mystère" opgenomen. Met Camille Goemans en E.L.T. Mesens zou Eemans een levenslange vriendschap onderhouden.

In december schreef Eemans het manifest van de "Groupe Humanisme", gevolgd in mei 1927 door "Lettre à Irène sur l'automatisme".

Zijn werken uit 1926, zoals Opus 26, hadden al een duidelijke surrealistische inslag en in 1927 was hij onmiskenbaar een surrealistische schilder. Hij was nauwelijks 20 jaar en bijzonder actief in de groep "Société du Mystère" rond Magritte.

Eemansj werd een van de redacteurs van het tijdschrift "Distances", het eerste officiële tijdschrift van de surrealisten, in 1928 opgericht door Paul Nougé en Camille Goemans, dat vorm moest geven aan de eenheid van geest van de Belgische surrealisten. Het zou slechts drie nummers kennen en in 1928 eindigen. Het blad werd niet gecommercialiseerd en enkel naar medestanders verstuurd.

In 1928 kreeg Marc Eemans zijn eerste tentoonstelling in de galerij "L'époque" van E.L.T. Mesens. Die galerij was gefinancierd door Paul-Gustave van Hecke. De catalogus bevatte een gedicht van Jean (later Louis) Scutenaire, die op dat moment nog een goede vriend van Marc Eemans was. In deze brochure werd Eemans vermeld tussen namen als Marc Chagall, Max Ernst, Giorgio de Chirico, Hans (later Jean) Arp en Paul Klee.

Eemans kon tevens deelnemen aan enkele officiële Belgische exposities en stond samen met René Magritte vermeld op het publiciteitsbord van het voorlopig Museum voor Moderne Kunst op het Koningsplein in Brussel. Hij werkte nu ook mee aan "Variétés" het tijdschrift van Paul-Gustave van Hecke, waarin veel aandacht besteed werd aan het surrealisme. Hij stond ook in voor de illustraties van de omslag.

Breuk met de Belgische surrealistische beweging (1930) Irène Hamoir trouwde in februari 1930 met Louis Scutenaire, waardoor Eemans hevig aan liefdesverdriet leed. In maart kwam zijn boezemvriend Camille Goemans noodgedwongen terug uit Parijs na het faillissement van zijn galerij, met zeer zware financiële gevolgen voor Magritte, die een contract met maandelijkse uitkeringen verloren zag gaan en hierdoor verplicht werd opnieuw in loondienst te gaan werken.

Iets later in het voorjaar van 1930 ontstond er een breuk tussen Eemans en de andere leden van de groep "Société du Mystère" die zich al langer aan zijn niet aflatende erkenningsdrang en superieure houding ergerden. Hij bestookte hen voortdurend met nieuwe ideeën, zonder dat er verder gevolg aan werd gegeven. Magritte daarentegen vond het ludieke aspect van de groep belangrijk.

De erudiete Eemans die vooral aangetrokken was door het esoterische en het occulte had een totaal andere opvatting over het surrealisme dan de streng marxistisch ingestelde surrealisten van de groep. Magritte wilde met zijn surrealisme enkel de werkelijkheid tonen, zonder gebruik te maken van symbolen. Zijn werken waren beelden van de zichtbare wereld, geen symbolen, maar dusdanig samengebracht dat ze mysterie opriepen. Het schilderij zelf bevatte geen boodschap, noch een interpretatie van het mysterie, het toonde enkel het mysterie. De interpretatie en zelfs de gevoelens die een werk opriep, was volledig voor rekening van de toeschouwer, het was niet de opzet van het werk. Magritte wilde dat de toeschouwer náár, en niet ín zijn beelden keken. Hij wilde dat de toeschouwer het mysterie waarnam in plaats van het te interpreteren. Marc. Eemans, Marcel Lecomte en Camille Goemans waren daarentegen van mening dat het mystieke en occulte de basis moesten vormen van het surrealisme. Mystieke teksten uit alle culturen waren het verband tussen de sacrale kern die in het onbewuste aanwezig was en tot uiting kwam in de surrealistische kunst. Het feit dat Eemans in januari 1930 in het gezelschap ostentatief uitpakte met zijn vertaling van het mystiek werk van het eerste visioen van Zuster Hadewijch blijkt de breuk versneld te hebben. De breuk met Camille Goemans was een rechtstreeks gevolg van de slechte afloop voor Magritte van het Parijse avontuur, wat Goemans bijzonder kwalijk werd genomen.