In de Nederlandse plaats Zwartsluis ontwikkelden zich vooral in de 19e eeuw diverse scheepswerven. Hoewel de meeste werven inmiddels zijn verdwenen, zijn er enkele nog steeds actief.
Voorgeschiedenis miniatuur|Zwartsluis, Gemeenteatlas, 1865 miniatuur|Grote Schutsluis van Zwartsluis miniatuur|Haven van Zwartsluis, Siebe Jan Bouma, 1952 miniatuur|Luchtfoto van Kolksluis in Zwartsluis, voor 1930 miniatuur|Werf Van Goor en Spiekman De gunstige ligging aan de monding van het Zwarte water en het Meppeler Diep waren bepalend voor de economische ontwikkeling van Zwartsluis. In 1398 werd de Swarte Sluys voor het eerst genoemd. De scheepvaart die zich hier ontwikkelde werd ook nog eens versterkt door een achterland met veel veen, eerst uit de kop van Overijssel, later uit Drenthe, dat vanaf de vijftiende eeuw tot diep in de negentiende eeuw werd afgegraven. Zwartsluis werd een belangrijke doorvoerhaven voor turf. De oever van het Meppelerdiep werd gebruikt bij de opslag en handel in turf.
Bij een stormramp in 1649 spoelde de Nye sluis weg en werd de Staphorsterschutsluis aangelegd. Daartoe werd een nieuwe monding voor het Meppelerdiep gegraven waarbij de eilandjes ontstonden. Het Sluziger turfverleden, met handel, opslag en overslag, speelde zich grotendeels af op deze drie eilandjes, die dan ook de Turfeilanden werden genoemd.
In 1780 was Zwartsluis de belangrijkste havenplaats van Overijssel: het aandeel van Zwartsluis in het totale scheepvaartverkeer binnen de provincie bedroeg circa 43%. Het bracht Zwartsluis veel welvaart, ook de aanverwante handel en bedrijvigheid konden zich ontplooien, zoals de scheepswerven, mastenmakerijen en kalkovens. Ook telde Zwartsluis een aantal vissers, die zich gesteund zagen door de opening van een visafslag in 1876. Na de bouw van de Kolksluis in 1880, kreeg de visafslag een plaats bij deze sluis. In deze jaren verminderde het belang van de turfopslag op de eilandjes. Scheepsbouw en -reparatie namen de plaats in van turf. Jaarlijks passeerden 25.000 schepen de sluizen van Zwartsluis. In 1948 werden nog maar 14.000 schepen geschut. Tegenwoordig wordt de haven van Zwartsluis vooral gebruikt door recreanten, de scheepsbouw is nog steeds actief.
Scheepsbouw Zwartsluis telde veel werven, zij het dat het aantal flink kon wisselen. In 1832 waren het er acht, in 1850 vijf, een kleine tien jaar later al weer zeven en in 1875 telde het dorp tien werven. In 1859 werkten er 61 mensen op de verzamelde werven. De scheepsindustrie was de grootste werkgever in Zwartsluis, dat zou decennia zo blijven. In het midden van de negentiende eeuw was de werf van Prins de grootste. In de jaren dertig van de twintigste eeuw domineerde de werf van Van Goor en Spiekman. De werven in Zwartsluis bouwden vooral grotere schepen voor de binnenvaart. In 1890 werd een eerste ijzeren tjalk gebouwd. De hoogtijdagen lagen rond 1916 toen de verzamelde werven 130 medewerkers telden. In die tijd werden ook de grootste schepen (schoeners) gebouwd. De mooiste klipperaken (veel gebruikt voor het transport van turf) kwamen uit Zwartsluis. Tussen 1880 en 1930 produceerden de werven in Zwartsluis zo’n vijfhonderd schepen. Ook vandaag de dag is de scheepsbouw in Zwartsluis nog een actieve sector. Enkele historische werven hebben kunnen overleven en nieuwe werven zijn opgericht.
Van Goor en Spiekman miniatuur|Scheepswerf Poppen, 2013 De Meppeler scheepstimmerman Van Goor kreeg in 1876 vergunning om aan de Zomerdijk een werf te stichten. Van Goor ging in 1917 samen met Spiekman. Deze werf werd in 1979 Scheepswerf Kunst om in 1982 overgenomen te worden door de firma Poppen.
Gebroeders Appelo Cornelis en Hendrik Appelo begonnen in 1878 een scheepswerf aan het Klein Lageland. Rond de eeuwwisseling verhuisde deze werf naar de Nieuwesluis, waar de werf zich vestigde aan beide zijden van het Meppelerdiep. Rond 1917 had deze werf drie langshellingen en drie dwarshellingen. Daarnaast had Hendrik Appelo nog een smederij en een houtzagerij. De familie splitste op met werfactiviteiten aan de Zomerdijk en aan de Nieuwesluis. De Nieuwesluis tak sloot eind jaren twintig de deuren na enkele noodlottige werfongevallen. Aan de Zomerdijk gingen de activiteiten door, na de Tweede Wereldoorlog vooral als reparatiewerf. In 1963 werd de werf gekocht door Hilbrand Poppen uit Winsum. De werven van Appelo bouwden veel hasselter aken voor de binnenvaart, beroemd om hun sierlijke lijn.
Familie Poppen De familie Poppen werkte in het Groningse Stadskanaal (1934), verhuisde via Winsum (1946) en Lemmer (1960) naar de Zomerdijk in Zwartsluis (1963), waar Hildebrand Poppen de werf van de gebroeders Appelo overneemt. In 1983 voegt de familie de naastgelegen werf van het failliet verklaarde Kunst Scheepswerven toe aan de werf. Ook in later jaren wordt er nog uitgebreid.
Gebroeders De Goede De werf Volharding van de Gebroeders H. en D. de Goede was gevestigd aan Het Bosch. Tussen 1880 tot 1956 bouwden zij aanvankelijk tjalken en aken en later veel klipperaken en vanaf de jaren twintig ook motorschepen. Deze werf werd vanaf 1956 voortgezet door Geertman. De familie Geertman kwam uit Dedemsvaart. De werf beschikt over een dwarshelling en een afbouwkade aan het Bosch. Inmiddels is de vierde generatie actief.
Gebroeders Bieze, Firma J.A. Visscher en Zn. en meer miniatuur|Historische werven in Zwartsluis (locatie bij benadering). Kaart van OpenStreetMap Enkele werven hebben minder sporen achtergelaten zoals de scheepswerf van familie Broek, die actief was aan het Klein Lageland tussen 1858 en 1965 en kleine houten schepen repareerde. De werf van de Gebroeders Bieze aan de Zomerdijk die vooral kleinere schepen zoals schippersvletjes (volgboten voor de binnenvaart) bouwde. De werf van Breman die in de jaren vijftig en zestig van de 20e eeuw binnenvaart- en vissersschepen bouwde. De werf van de Firma J.A. Visscher en Zn. bouwde tussen 1925 en 1983 kleinere vaartuigen, dekschuiten en motorsleepboten. Ook genoemd worden de reparatiewerf van de firma Drenth aan de Kranerweerd. Willem van den Berg en zoon rond 1837, Klaas Lier die zijn werf verkocht in 1859, A. Slot en zoon die tussen 1866 en 1879 onder meer Hoogeveense pramen bouwden en Jan van Veen die in dezelfde periode actief was. De laatste was de schoonvader van Hendrik Appelo die dan ook in 1874 zijn werf aan de Zomerkade overnam. De familie Prins was tussen 1840 en 1900 op verschillende plaatsen in Zwartsluis actief. Vroeg in de negentiende eeuw wordt de werf van (Erven) Cornelis Uyterwijk genoemd, die aan de Nieuwesluis lag. van tot locatie eigenaar kaarttot na 1832Klein Lageland (minuutplan A525)Hendrik Kersjes (1760 - 1837) 1voor 18301965Klein Lageland (minuutplan A536)Gebroeders Broek / Roelof Broek2rond 1804na 1827Nieuwesluis (minuutplan B403)Cornelis Uyterwijk (1763 - 1827) en Erven Uyterwijk31879Op het grote eiland bij de Nieuwesluis (minuutplan A1151a).Cornelis Johan Vriese418661879Pachtte van erven Cornelis Johan de VrieseJ. Slot18371864Nieuwesluis (minuutplan B374)Willem van den Berg (1759 - 1839) en nazaten 518401900Nieuwesluis (minuutplan A1159) Jacob Prins 6Nieuwesluis (minuutplan B 397)Evert Lier719001929Nieuwesluis 5K. en later H. Appelo, werf gesloten na enkele ongelukken.17Zomerdijk 14-26Prins91859Zomerdijk (minuutplan A 261)Evert en Klaas Lier 8Zomerdijk 26Familie Bieze10Zomerdijk 30Appelo1118761917Zomerdijk 58Van Goor1219171979Zomerdijk 58Van Goor en Spiekman1219791982Zomerdijk 58Kunst, na faillissement over genomen door naastgelegen Poppen1218571874Zomerdijk 64Jan van Veen (schoonvader van Hendrik Appelo)1318781963Zomerdijk 64Gebroeders Appelo, overgenomen door Hilbrand Poppen131963hedenZomerdijk 64Hilbrand Poppen1319581966Zomerdijk 84Breman 141880/18901956Het Bosch 12Volharding H. en D. de Goede 151956hedenHet Bosch 12 Geertman, nam de werf van De Goede over1519251983Nieuwesluis 5J.A. Visscher17Mastenmakersstraat naast 39A. Prins16Mastenmakersstraat 7Firma A. Beuk en J. Buit18
Categorie:Scheepswerf in Nederland Zwartsluis