Het grasmosklokje (Galerina graminea) is een schimmel behorend tot de familie Galerinaceae. Hij leeft saprotroof op de grond, vaak tussen mossen (geen Sphagnum), vooral in (matig) schrale graslanden, wegbermen en grazige plekken in de duinen, zelden in bossen, op matig voedselrijke, meestal kalkhoudende, zwak zure tot basische zand- en kleibodems.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen

Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 5–15 mm. De vorm is aanvankelijk convex, daarna klokvormig of licht umbovormig met een geribbelde rand, oranje.

Steel De steel is 2–5 cm lang en 1–2 mm dik. De vorm is cilindrisch tot iets verbreed aan de voet. De kleur is lichtoranje. Het oppervlak is vezelig, jong met wollige velumrestjes.

Lamellen De lamellen zijn aflopend, aangehecht tot iets aflopend met tandje. De kleur is oranje.

Vlees Het heeft geen duidelijke geur en een licht bittere smaak.

Sporenprint De sporenprint is bruin.

Microscopische kenmerken De basidia zijn 4-sporig. De sporen zijn ellipsvormig, dunwandig, zonder kiempore, glad of fijn wratachtig, bleek egel bruin, geen reactie met KOH, en meten 7–9,5 × 4–5 μm. Er zijn geen gespen aanwezig. Cheilocystiden zijn over de hele steel aanwezig en meten 27-43 × 5-7 × 1,5-3 × 2,5 μm. Pleurocystiden en pileocystiden zijn aanwezig.

Verspreiding Het komt voor in het grootste deel van Noord-Amerika en de meeste Europese landen. In Nederland komt het grasmosklokje algemeen voor.

Foto's

Categorie:Galerinaceae Categorie:Schimmelsoort