Micheil Saakasjvili (Georgisch: ) (Tbilisi, 21 december 1967) is een Georgisch-Oekraïens politicus. Hij was van 2004 tot 2013 de president van Georgië namens zijn partij de Verenigde Nationale Beweging. Saakasjvili was oppositieleider tijdens de Rozenrevolutie in november 2003, toen president Sjevardnadze tot aftreden werd gedwongen.

Na zijn presidentschap was Saakasjvili gouverneur van de Oekraïense regio Odessa en was later hervormingsadviseur voor president Zelensky. Vlak voor de Georgische gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2021 dook Saakasjvili plotseling op in de Georgische havenstad Batoemi. Hij werd daags daarna gearresteerd en gevangengezet vanwege illegale grensoverschrijding en de lopende aanklachten tegen hem.

Jonge jaren Saakasjvili studeerde Internationaal recht in Oekraïne en aan het Internationaal Instituut voor de Mensenrechten in Straatsburg. Tijdens een mensenrechtencursus in Frankrijk ontmoette hij zijn latere echtgenote, de Nederlandse Sandra Roelofs uit Terneuzen. Het paar vertrok naar New York waar Saakasjvili rechten studeerde aan de Columbia-universiteit. Vervolgens werkte hij in de Verenigde Staten als jurist.

Politicus in de periode Sjevardnadze In 1995 verhuisde Saakasjvili terug naar Georgië, waar hij na de parlementsverkiezingen lid werd van het parlement van Georgië namens de Burgerunie, de partij van Edoeard Sjevardnadze. In 1999 werd Saakasjvili in het parlement herkozen via een enkelvoudige kiesdistrict in Tbilisi. Op 12 oktober 2000 werd hij benoemd tot minister van Justitie. Acht maanden later presenteerde hij een wetsontwerp om de in Georgië wijdverbreide corruptie aan te pakken. Politici zouden onder andere worden gedwongen opgave te doen van hun inkomsten. Sjevardnadze wees het voorstel van de hand. Uit protest hiertegen bood Saakasjvili op 19 september 2001 zijn ontslag aan. Volgens Saakasjvili was het niet mogelijk om de regering van binnenuit te hervormen en corruptie te bestrijden.

Hij nam een maand later deel aan tussentijdse verkiezingen in een van de districten van Tbilisi om zo terug te komen in het parlement. Later dat jaar formeerde hij zijn eigen partij Nationale Beweging, waarmee hij oppositieleider werd. In juni 2002 werd Saakasjvili met zijn partij tweede in de gemeenteraadsverkiezingen in Tbilisi, vlak achter de Georgische Arbeiderspartij onder leiding van Sjalva Natelasjvili. Beide partijen hadden rond de 25 procent van de stemmen en kwamen een samenwerking in de raad (sakreboelo) overeen. Saakasjvili weigerde echter in te gaan op het voorstel van Natelasjvili om zijn parlementszetel op te geven in ruil voor het voorzitterschap van de raad van Tbilisi. Niettemin werd Saakasjvili na politiek gesteggel en onvrede binnen oppositiegelederen in november 2002 voorzitter van de raad. Hij bleef dit formeel tot 6 januari 2004.

Rozenrevolutie miniatuur|Saakasjvili tijdens de protesten in november 2003. Voor de parlementsverkiezingen van 2003 voerde Saakasjvili campagne onder de leus Georgië zonder Sjevardnadze, die hij van de Republikeinse Partij over had genomen en waar hij mee samenwerkte. De verkiezingen verliepen frauduleus, wat ontaardde in wekenlange protesten. Toen president Sjevardnadze het nieuw verkozen parlement op 22 november 2003 wilde inzegenen, ondanks een boycot door een deel van de oppositie, protesteerden buiten duizenden voor een "bloedeloze revolutie" en eisten zij het vertrek van Sjevardnadze.

Onder leiding van Micheil Saakasjvili, die een rode roos droeg, drongen demonstranten het parlement binnen en onderbraken de toespraak van Sjevardnadze. De president werd in de chaos door zijn beveiliging weggevoerd uit het parlement. In de avond van 23 november 2003 nam Sjevardnadze ontslag, na een gesprek met Saakasjvili en Zoerab Zjvania, en was er sprake van de Rozenrevolutie. Parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze werd waarnemend president, omdat de grondwet bepaalt dat de parlementsvoorzitter deze rol vervult bij het ontslag van de president.

Presidentschap: eerste termijn miniatuur|Het gezin Saakasjvili krijgt de felicitaties van Colin Powell bij de inhuldiging van Micheil Saakasjvili als president. Bij de presidentsverkiezingen van 4 januari 2004 werd Saakasjvili met ruim 96 procent van de stemmen verkozen tot de nieuwe president van Georgië, bij een hoge opkomst van 88 procent. Hij was op dat moment met een leeftijd van 36 jaar het jongste staatshoofd in Europa. Op 25 januari 2004 werd hij ingezegend. Op 28 maart 2004 werd de parlementsverkiezing overgedaan, die werd gewonnen door de partij van Saakasjvili die op deze manier ook een parlementaire dekking had voor zijn hervormingsagenda.

Territoriale hereniging Als president kreeg Saakasjvili te maken met problemen rond de afscheidingsgebieden van het land. Een van zijn belangrijkste verkiezingsbeloften was de eenheid van het land weer te herstellen. Hij wist de autonome republiek Adzjarië in mei 2004 zonder geweld weer onder centraal gezag te plaatsen, zonder de autonomie van het gebied af te schaffen, maar de problemen met Zuid-Ossetië en Abchazië werden niet opgelost. Na het herstel van het gezag over Adzjarië liepen de spanningen rond Abchazië en Zuid-Ossetië op.

miniatuur|Saakasjvili en de Russische president Vladimir Poetin hadden een gespannen relatie. Saakasjvili probeerde een eind te maken aan de smokkel vanuit Rusland via Zuid-Ossetië, een grens die door de centrale autoriteiten niet gecontroleerd werd, waardoor het veel douane-inkomsten misliep. Dit viel samen met de corruptie-aanpak, een ander groot speerpunt van Saakasjvili. In de zomer van 2004 escaleerden de spanningen rond Zuid-Ossetië met een mislukte poging het Georgische gezag te herstellen. In Abchazië wist Georgië de Kodorivallei onder controle te krijgen. Rusland was nadrukkelijk betrokken bij het tegenhouden van Saakasjvili's ambities ten aanzien van de twee afscheidingsgebieden, maar ook de pro-westerse en hervormingsgezinde koers zinde Moskou niet. De spanningen met Rusland liepen verder op, waarbij Saakasjvili Rusland regelmatig beschuldigde van provocerende acties.

Op bezoek in Nederland Op 4 mei 2005 bezochten Saakasjvili en zijn eega Sandra Roelofs het eiland Texel in het kader van de 60e herdenking van de 'Opstand van de Georgiërs', een opstand van de Georgische soldaten van het 822e Georgische bataljon van de Wehrmacht in het voorjaar van 1945 tegen de Duitse bezetter van het eiland.

Ontevreden bevolking miniatuur|Het neerslaan van de demonstraties in november 2007 bleef Saakasjvili achtervolgen. In november 2007 braken grote protesten uit onder de bevolking tegen zijn beleid, waarbij hem vooral vriendjespolitiek, corruptie en te veel economische hervormingen werden verweten. De hervormingen zouden volgens tegenstanders tot meer armoede hebben geleid. Op 7 november riep Saakasjvili de noodtoestand uit, nadat het beëindigen van een demonstratie in Tbilisi door de politie was uitgelopen op rellen. Hij liet twee kritische tv-stations sluiten. Bij de onrust vielen meer dan 500 gewonden. Saakasjvili verklaarde dat Rusland achter de protesten zat.

Deze dag is zijn politieke nalatenschap blijven achtervolgen en de latere Georgische Droom-regering heeft hem ook voor deze dag laten vervolgen. Als gevolg van de afloop van de demonstratie en de kritiek die hij kreeg, besloot Saakasjvili vervroegde presidentsverkiezingen uit te schrijven, die op 5 januari 2008 werden gehouden. Grondwettelijk moest hij aftreden nadat hij door zijn partij tot kandidaat was gekozen. Hierdoor werd voor de tweede maal in vier jaar parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze waarnemend president en staatshoofd.

Presidentschap: tweede termijn miniatuur|Saakasjvili schreef vervroegde verkiezingen uit en stelde zich opnieuw verkiesbaar als president. Saakasjvili won de presidentsverkiezingen minder overtuigend met 53,5 procent van de stemmen. Hij wendde daarmee wel een verwachte tweede stemronde af. De oppositie was het niet met de uitslag eens en bestempelde de verkiezingsgang als frauduleus en intimiderend. Deze conclusie werd niet gedeeld door internationale waarnemers, die stelden dat de verkiezingen over het algemeen eerlijk waren verlopen. Tijdens de vervroegde parlementsverkiezingen in mei 2008 won zijn partij een grote meerderheid. In april 2008 kreeg Georgië van de NAVO een "open deur" uitnodiging om op termijn lid te worden. Het NAVO-lidmaatschap was een van de belangrijkste speerpunten van Saakasjvili om het land te beschermen tegen Russische agressie.

Russisch-Georgische Oorlog

Na de westerse erkenning van de onafhankelijkheid van Kosovo in de winter van 2008 en de NAVO-uitnodiging aan Georgië, liepen de spanningen rond de Georgische afscheidingsgebieden snel op. Rusland had het Westen en Georgië al meermaals gewaarschuwd dat het bij de westerse erkenning van Kosovo de Georgische afscheidingsgebieden zou gaan erkennen. De spanningen rond Zuid-Ossetië escaleerden in de eerste dagen van augustus, waarbij separatisten etnisch-Georgische dorpen in Zuid-Ossetië beschoten. Op de late avond van 7 augustus 2008 begon de Georgische krijgsmacht een operatie tot "herstel van de constitutionele orde in Zuid-Ossetië".

miniatuur|De Russische inval in 2008. Enkele uren later reden Russische troepen, die paraat stonden aan de Russisch-Zuid-Osseetse grens, het gebied in via de Roki-tunnel en was de Russisch-Georgische Oorlog een feit. De oorlog verliep dramatisch voor Georgië, dat na vijf dagen het laatste stuk controle over Zuid-Ossetië en Abchazië kwijtraakte. Rusland erkende twee weken later de onafhankelijkheid van de twee zelfverklaarde republieken en stationeerde er duizenden manschappen. Aanvankelijk werd Saakasjvili door bondgenoten verweten zich mee te hebben laten sleuren in de Zuid-Osseetse provocaties.

In november 2013 werd Saakasjvili als president opgevolgd door Giorgi Margvelasjvili. Sindsdien bracht hij zijn tijd vooral door in de Verenigde Staten en Oekraïne. In eigen land werd Saakasjvili vervolgd in verband met de invallen bij de tv-zenders en het neerslaan van de anti-regeringsdemonstraties in november 2007, waarvoor hij vijf tot acht jaar gevangenisstraf kon krijgen.

Oekraïne Na een korte periode van verblijf in de Verenigde Staten in 2014, verhuisde Saakasjvili begin 2015 naar Kiev in Oekraïne, nadat hij door president Petro Porosjenko was benaderd voor een adviseursrol in diens regering om hervormingen vlot te trekken. De regering Porosjenko had moeite om de verwachtingen van de Majdanrevolutie op dit vlak waar te maken en zag in Saakasjvili de juiste persoon om dit een impuls te geven, met zijn verleden als radicale hervormer in Georgië.

Gouverneur in Odessa miniatuur|Saakasjvili werd door president Porosjenko benoemd als gouverneur van Odessa. Enkele maanden later werd Saakasjvili op 30 mei 2015 door Porosjenko geïnstalleerd als gouverneur van de regio Odessa. Tegelijkertijd verkreeg hij het Oekraïense staatsburgerschap, dat hiervoor vereist was. In december 2015 maakten de Georgische autoriteiten bekend dat Saakasjvili per presidentieel decreet het Georgische staatsburgerschap was afgenomen, vanwege het aannemen van de Oekraïense nationaliteit.

Op 7 november 2016 trad Saakasjvili terug als gouverneur van Odessa. Hij zei dat onder president Porosjenko het bestrijden van corruptie een onmogelijke taak was en dat hij constant werd tegengewerkt bij zijn pogingen hervormingen door te voeren. Na zijn ontslag begon hij de partij Beweging voor Nieuwe Krachten.

Intrekking Oekraïens staatsburgerschap