thumb|300px|Dwergstaten Een dwergstaat, ministaat of microstaat is een kleine staat, veelal een combinatie van een gering aantal inwoners en een gering landoppervlak. Vaak – maar niet altijd – gaat het om een eilandstaat.

Definitie Er zijn geen algemeen aanvaarde criteria voor wat wel of niet een ministaat is, maar over het algemeen worden territoriale omvang, bevolkingsaantal, geografische kenmerken en de beperkte aanwezigheid van natuurlijke bronnen meegewogen om een land een dwergstaat te noemen. In 2022 werd beargumenteerd dat er op dat moment 41 ministaten geïdentificeerd konden worden aan de hand van een aantal criteria, met als belangrijkste het hebben van maximaal een miljoen inwoners, vanwege de beperkte mate van onder meer (economische) zelfredzaamheid. In het academische debat wordt de grens van een miljoen inwoners veelal aangehouden, maar dit is geen vaste definitie en er is veel variatie. Anderen beargumenteerden juist dat de mate van succesvolle eenzijdige delegatie van bepaalde soevereiniteitskenmerken aan grotere mogendheden (bijvoorbeeld grotere buurlanden), in ruil voor welwillende bescherming van hun politieke en economische levensvatbaarheid tegen geografische of demografische beperkingen bepalend is voor de definitie van een dwergstaat. Denk hierbij aan Monaco of Liechtenstein die vrijwillig en geheel zonder dwang een deel van hun soevereine overheidstaken bij respectievelijk Frankrijk en Zwitserland hebben belegd. In deze argumentatie zou er sprake zijn van negen dwergstaten.

Oorzaken van het bestaan van dwergstaten Dwergstaten bestaan door verschillende oorzaken. Eilandstaten hebben een geografie die zich goed leent voor zelfbestuur. Bij dwergstaten in berggebieden gaat het meestal om moeilijk toegankelijke gebieden, die vanuit de omringende landen niet of nauwelijks aan te vallen waren, terwijl de dwergstaat zelf zich goed kon verdedigen. Ook ontstaan veel dwergstaten doordat landen het niet eens kunnen worden over de loop van de grens, en er een verdrag gesloten wordt om het betwiste gebied onder zelfbestuur of dubbelbestuur te plaatsen. Ook historische anomalieën kunnen aanleiding geven tot de vorming van dwergstaten waardoor ze buiten grotere staten kunnen blijven.

Afhankelijkheid Dwergstaten kampen, net als eilandstaten (veel dwergstaten zijn bovendien ook eilandstaten), met een tekort aan economische hulpbronnen die middelen van bestaan kunnen garanderen. Dit leidde met name in de 19e eeuw tot een uittocht van jonge mensen die hun geluk elders gingen beproeven, waardoor de staten te kampen kregen met een braindrain en ontvolkt dreigden te raken. In de 20e eeuw wisten veel van hen nieuwe inkomensbronnen te vinden, geholpen door de toenemende mobiliteit. Sommige ministaten leven grotendeels van toerisme, anderen moeten het hebben van een bankgeheim, voordelige belastingfaciliteiten of het zijn van goedkoop vlagland. Andere, zoals Singapore en Hong Kong, profiteerden van hun gunstige ligging en ontwikkelden zich tot een handelshub.

Aan het bankgeheim, fiscale faciliteiten en het zijn van goedkoop vlagland kleven risico's. Het kan ergernis opwekken bij grotere (OESO-)landen, die zich zorgen maken over het weglekken van belastinggelden of misbruik door de georganiseerde misdaad. Dit kan leiden tot economische sancties waar de ministaat weinig tegenover kan stellen. Veel ministaten hebben dan ook een 'broodheer' (vaak de voormalige kolonisator of het buurland) die het in internationaal verband enigszins voor hen opneemt, onder voorwaarde dat het economisch beleid de 'broodheer' niet schaadt. Zo is Frankrijk de 'broodheer' van Andorra en Monaco, Zwitserland van Liechtenstein, Italië van San Marino en Vaticaanstad, en het Verenigd Koninkrijk van zijn voormalige koloniën. Van staatkundige eenheden die niet onafhankelijk zijn is het moederland vaak de 'broodheer': het Verenigd Koninkrijk van Jersey, Guernsey, Man en Gibraltar, en China sinds eind jaren 90 van Hong Kong en Macau. Ook wordt vaak de defensie door de broodheer behartigd. Een aantal dwergstaten is hierdoor economisch succesvol geworden.

Europese dwergstaten Europese dwergstaten zijn (gerangschikt naar aflopende grootte): Andorra 468 km² 316 km² 160 km² San Marino 61 km² Monaco 2 km² 0,44 km²

Een in 2024 voorgestelde nieuwe dwergstaat is de Ordestaat van de Bektasji (0,11 km²)

Noord-Amerikaanse dwergstaten Dominica 754 km² Saint Lucia 620 km² Antigua en Barbuda 442 km² Barbados 420 km² Saint Vincent en de Grenadines 389 km² Grenada 344 km² Saint Kitts en Nevis 261 km²

Aziatische dwergstaten Singapore 716 km² Bahrein 665 km² Maldiven 298 km²

Oceanische dwergstaten Tonga 748 km² Kiribati 717 km² Micronesië 702 km² Palau 459 km² Tuvalu 26 km² Nauru 21,1 km²

Afrikaanse dwergstaten Comoren 2235 km² Mauritius 2040 km² Sao Tomé en Principe 1001 km² Seychellen 455 km²

(Ter vergelijking: het eiland Texel heeft een oppervlakte van 170 km².)

Historische dwergstaten Vrije stad Danzig 1920-1939 1966 km² Republiek Gersau 1433-1798, 1814-1817 14,35 km² Neutraal Moresnet 1816-1920 3,44 km² (condominium tussen Nederland/België en Pruisen) Abdijvorstendom Thorn ±1150-1794 1,5 km²

Zie ook Lijst van landen naar oppervlakte Stadstaat Micronatie Dwergstaten en de Europese Unie Vrije rijksstad

Categorie:Land naar type