De Brandenburgers (Duits: Brandenburger) waren Duitse speciale eenheden van de Wehrmacht in de Tweede Wereldoorlog. Hun belangrijkste taak was operaties uit te voeren achter de vijandelijke linies. Het doel hiervan was verrassingsaanvallen op operationeel belangrijke doelen, sabotage of samenwerking met geallieerde politieke groeperingen. Operaties werden vaak uitgevoerd in semi-camouflage (Duits: Halbtarnung, vijandelijke uniform over eigen) of, in strijd met het internationaal recht, in volledige camouflage (Duits: Volltarnung, volledige uitrusting en uniform van de vijandelijke troepen). De leden van deze eenheid kwamen voornamelijk uit de bergtroepen maar ook zeker in het buitenland wonende Duitsers met nationaalsocialistische overtuigingen. Deze laatste meldden zich vrijwillig aan en waren zeer nuttig, omdat ze vreemde talen kenden en ook vertrouwd waren met de gewoonten van het leven in het (mogelijke) operatiegebied. De eenheid groeide uit van enkele honderden mannen bij het begin van de oorlog tot een volledige divisie in 1943. Maar ondanks de gebruikte eenheidsvorm, werden de troepen meestal in kleinere groepen ingezet. Probleem was wel dat deze groepen vaak direct ondergeschikt waren aan legergroepen. Dit betekende dat ze vaak werden gebruikt als infanteriereserve en "opgebrand" werden zonder rekening te houden met hun speciale waarde. Het inzetgebied omvatte zowel het directe frontgebied in alle campagnes en in alle strijdtonelen, als ook zelfstandig in zuidelijk Afrika, Afghanistan, in het Midden-Oosten en de Kaukasus. In het latere verloop van de oorlog werden delen van de speciale eenheid meest gebruikt in de strijd tegen partizanen op de Balkan, voordat de divisie in de laatste maanden van de oorlog geheel werd gereorganiseerd tot een reguliere pantsergrenadierdivisie.

Gebruik van eenheids-insigne120px120pxSonderverband1942-43Divisie1943-44

Voorgeschiedenis Nog voor het begin van de oorlog tegen Polen in 1939 stelde de Abwehrabteilung II onder bevel van “Oberstleutnant i.G.” Erwin von Lahousen (en de Abwehrgruppen van de Wehrkreise VIII en XVII), d.w.z. de Duitse militaire geheime dienst, verschillende K-Trupps (K = Kampf = gevecht) op. Dit gebeurde op aanbeveling van Hauptmann Theodor von Hippel en ze bestonde uit Pools-sprekende Sileziërs en etnische Duitsers. Het was hun taak om belangrijke sleutelposities in te nemen en vast te houden totdat reguliere Wehrmacht-eenheden arriveerden. Zo bezette het 500 man sterke Kampfverband Ebbinghaus (ook Freikorps Ebbinghaus) onder bevel van Hauptmann Ernst Ebbinghaus industrieterreinen in Opper-Silezië. Vrijwel al deze acties werden met succes uitgevoerd. De compagnie van de K-Trupp Herzner ( onder Hans-Albrecht Herzner ) kreeg later echter bekendheid. Deze Trupp hield op 26 augustus 1939, d.w.z. op de oorspronkelijk geplande datum van de aanval op Polen, de operationeel belangrijke tunnel bij de Jablunka-pas gedurende enkele uren bezet omdat Herzner niet op de hoogte was gesteld van het uitstel van de aanval. Hij rukte op met zijn "geheime soldaten" naar het treinstation van Mosty, in de veronderstelling dat de oorlog tegen Polen al begonnen was. Naast deze actie voerden de "K-Trupps" ook acties uit bij het Katowice rangeerterrein (gelukt) en probeerden ze de bruggen bij Tczew en Grudziądz in te nemen, maar deze laatste twee werden toch opgeblazen.

De leden van de "K-Trupps" in de Fall Weiss - de Duitse aanval op Polen - waren meestal burgers, die speciaal waren opgeleid door de contraspionage voor deze speciale inzet, zowel militair als qua inlichtingenwerk. De ervaringen uit deze missies gaven echter aanleiding om een reguliere troepenmacht op te richten voor commando-operaties.

Bau- und Lehrkompanie (DK) z.b.V. Zo werd onder bevel van Theodor von Hippel op 15 oktober 1939 op het voormalige Oostenrijkse militaire oefenterrein in Bruck an der Leitha de eerste reguliere Duitse commando-eenheid opgericht. Deze kreeg de codenaam "Baulehrkompanie (DK) z. B. V." (DK = "Deutsche Kompanie" = "Duitse Compagnie") en kwam grotendeels voort uit het Freikorps Ebbinghaus en het Sudetendeutsches Freikorps.

Bau-Lehr-Kompanie z.b.V. 800 Al op 25 oktober 1939 werd deze eenheid omgedoopt in Baulehrkompanie z. B. V. 800 in Brandenburg an der Havel. Nadat op 1 en 23 november 1939 nog twee compagnieën waren opgericht op twee verschillende locaties, werden de eenheid officieel uitgebreid tot bataljonssterkte.

Bau-Lehr-Bataillon z.b.V. 800 +Baulehrbataillon z.b.V. 800 (voorjaar 1940) eenheid eenheid taalgebied bataljonsstaf Brandenburg 1e compagnie Baden bei Wien Russisch-Baltische 2e compagnie Brandenburg an der Havel Engels / Noord-Afrikaans 3e compagnie Münstereifel Tsjechisch-Joegoslavisch 4e compagnie Nederrijn o. a. Pools

Bau-Lehr-Bataillon z.b.V. 800 werd daarmee gevormd op 15 december 1939. Wel waren de eenheden nog in verschillende garnizoenen waren gehuisvest en elk vertegenwoordigde ook een taalgebied (zie: tabel rechts). De organisatie en coördinatie van alle sub eenheden werd uitgevoerd door de bataljonsstaf, die net als de 2e compagnie in Brandenburg an der Havel was gevestigd. Hierdoor werd de eenheid binnen de Duitse krijgsmacht al snel kort "Brandenburg" genoemd.

Voor de aanval op Noorwegen (Operatie Weserübung), werd een peloton (Nordzug) ingezet. Als steun voor de invasie in Frankrijk en de Lage Landen in mei 1940, kreeg het bataljon in totaal zo’n 100 doelen op. De teams hiervoor waren meestal minder dan 10 man groot en de doelen bestonden uit het innemen van bruggen om te voorkomen dat ze opgeblazen werden, het innemen of vernietigen van communicatiecentra en het vormen van wegversperringen. Van de 61 doelen die in de nacht van 10 mei 1940 werden aangepakt, werden 42 stuks intact aan de oprukkende Wehrmachttroepen overgeven. De meest spectaculaire waren alle vier de bruggen over het Julianakanaal, de brug over de Maas bij Gennep, de Our bruggen, de brug bij Born, bij Sankt Vith en een van de bruggen over het Albertkanaal ten oosten van Fort Eben-Emael. En als kroon op hun werk slaagden 32 “Brandenburgers” erin op 25 mei 1940 de sluizen (en bruggen) van Nieuwpoort te veroveren op de BEF en daarmee te verhinderen dat door inundaties de oprukkende Duitse troepen gehinderd zouden worden. Na afloop van de vijandelijkheden kregen 120 man van het bataljon een IJzeren Kruis 1e of 2e klasse uitgereikt, een uitzonderlijk hoog aantal in zo korte tijd.

Lehr-Regiment Brandenburg z.b.V. 800 thumb|upright|200px|"Admiral" Wilhelm Canaris, hoofd van de Abwehr Op 1 juni 1940 bereikte de omvang van de eenheid een zodanig niveau, dat deze werd omgedoopt tot het Lehr-Regiment Brandenburg z.b.V. 800. Pas nu, na talrijke acties, werd de term "Brandenburg" echt synoniem voor Duitse commando's. De eenheid rapporteerde direct aan het OKW/Amt Ausland/Abwehr. De “Brandenburger” ressorteerde daarmee direct onder het hoofd van de Abwehr, "Admiral" Wilhelm Canaris.

Het regiment was o.a. betrokken bij de voorbereidingen van Operatie Seelöwe en Operatie Felix. Tijdens de Balkanveldtocht namen gevechtsteams van het 2e Bataljon deel aan de oversteek van de Donau bij Orșova, veroverden de bruggen over de Vardar bij Axioupoli en verschillende minder belangrijke bruggen.

Voor Operatie Barbarossa werd het regiment zeker in de beginfase intensief ingezet. Het 1e bataljon was toebedeeld aan Heeresgruppe Süd, waarbij de 2e en 4e compagnieën bij het 17e Leger en de 3e compagnie bij Panzergruppe 1 ingedeeld waren. Het 2e en 3e bataljon ondersteunden respectievelijk Nord en Heeresgruppe Mitte, behalve de 6e compagnie die het 11e Leger vanuit Roemenië steunde en de 9e compagnie die pas in september bij het oostfront aankwam.

Speciale acties aan het oostfront 1941