Little Dorrit is een roman geschreven door Charles Dickens en oorspronkelijk gepubliceerd als feuilleton tussen 1855 en 1857. Het verhaal gaat over Amy Dorrit, het jongste kind van haar familie, die geboren en opgevoed is in de Marshalsea, een gevangenis voor schuldenaren in Londen. Arthur Clennam komt haar tegen nadat hij na 20 jaar weg te zijn geweest terug thuiskomt, klaar om zijn leven opnieuw te beginnen.

De roman persifleert enkele tekortkomingen van de overheid en maatschappij, zoals de institutie van schuldenaren gevangenissen, waar schuldenaren worden gevangengezet, niet in staat om te werken en toch opgesloten tot ze hun schulden hadden terugbetaald. De gevangenis in dit geval is de Marshalsea, waar Dickens' eigen vader opgesloten is geweest. Dickens bekritiseert ook de onbekwame bureaucratie van de Britse overheid, die in deze roman in de vorm van de fictieve "Circumlocation Office" aanneemt. Dickens persifleert ook de stratificatie van de maatschappij als gevolg van het Britse klassensysteem.

Ontwikkeling Het personage Little Dorrit (Amy) was volgens sommigen geïnspireerd door Mary Ann Cooper (geboren als Mitton). Dickens bezocht haar familie soms en noemde haar bij die naam. Ze woonden in The Cedars, een huis aan Hatton Road; hier kwam later het oostelijk deel van de luchthaven Heathrow.

Publicatiegeschiedenis

Boek Een - Armoede

I - december 1855 (hoofdstukken 1-4) II - januari 1856 (hoofdstukken 5-8) III - februari 1856 (hoofdstukken 9-11) IV - maart 1856 (hoofdstukken 12-14) V - april 1856 (hoofdstukken 15-18) VI - mei 1856 (hoofdstukken 19-22) VII - juni 1856 (hoofdstukken 23-25) VIII - juli 1856 (hoofdstukken 26-29) IX - augustus 1856 (hoofdstukken 30-32) X - september 1856 (hoofdstukken 33-36)

Boek Twee – Rijkdom

XI – oktober 1856 (hoofdstukken 1–4) XII – november 1856 (hoofdstukken 5–7) XIII – december 1856 (hoofdstukken 8–11) XIV – januari 1857 (hoofdstukken 12–14) XV – februari 1857 (hoofdstukken 15–18) XVI – maart 1857 (hoofdstukken 19–22) XVII – april 1857 (hoofdstukken 23–26) XVIII – mei 1857 (hoofdstukken 27–29) XIX en XX – juni 1857 (hoofdstukken 30–34)

De roman werd dan uitgegeven als boek door Bradbury en Evans in 1857.

Betekenis en ontvangst Zoals veel van de latere fictie van Dickens, heeft deze roman veel terugnames van kritisch fortuin gezien. Het is een kritiek op HM Treasury en de blunders die leiden tot de dood van 360 Britse soldaten in de Slag bij Balaklava. Gevangenschap, letterlijk en figuurlijk, is een groot thema van de roman, met Clennam en de Meagles in quarantaine in Marseilles, Rigaud opgesloten voor moord, mrs. Clennam opgesloten in haar huis, de Dorrits opgesloten in de Marshalsea, en een groot deel van de karakters opgesloten in het strikt gedefinieerde Engels sociale klassensysteem van die tijd.

Tsjaikovski, een gulzige lezer en frequente bezoeker van het theater wanneer hij niet aan het componeren was, was gefascineerd door het boek.

Franz Kafka, een grote bewonderaar van Dickens, stuurde een kopie naar Felice Bauer. "Gisteren stuurde ik je Little Dorrit. Je kent het goed. Hoe konden we Dickens vergeten. Het is waarschijnlijk geen goed boek om helemaal te lezen met de kinderen, maar delen ervan zullen jou en de kinderen zeker veel plezier brengen."

De Amerikaanse kritiek Anne Stevenson spreekt over Little Dorrit als "een wonderlijk boek, een tragisch, komisch, satirisch, poëtisch, mysterieus verhaal dat een gelijkenis van liefde blijkt te zijn." Ze prijst de karakterisatie van de "hoofdpersonages" (Arthur Clennam, mr. Dorrit en Little Dorrit), maar ziet de anderen als "een cast van muppets waarvan de meester-showman het niet kan laten om hen te taggen met stereotypische zinnen ... De naam van elk karakter is een gids voor het entertainment dat men kan verwachten: de energieke mr. Pancks raakt zijn haar altijd omhoog en blaast stoom af als een sleepboot, mr. Sparkler klaagt over "verdomd prachtige vrouwen zonder flauwekul rond hun", mr. Flintwinch, met zijn verwrongen nek een scheve das, verdraait zichzelf altijd in sinistere hoeken."

Personages

Rigaud: Europese man die in de gevangenis in Marseilles wacht op het proces over zijn moord op zijn vrouw. Hij verwacht en eist van mensen dat ze hem als een heer behandelen, hoewel hij anderen niet behandelt zoals een heer dat zou doen. Hij is ook gekend als Lagnier in een herberg in Frankrijk nadat hij de jury ervan overtuigd dat hij onschuldig is, hoewel het grotendeel van Frankrijk weet dat hij schuldig is. In Engeland is hij gekend als Blanois, met een plan voor afpersing. John Baptist Cavalletto: Italiaanse man die wacht op het proces voor zijn kleine smokkelen in Marseilles, en wordt in dezelfde cel als Rigaud gezet. Hij gaat naar Engeland en vestigt zich in Bleeding Heart Yard door zijn connectie met Arthur Clennam. Arthur Clennam: Na zijn terugkomst uit China spendeert hij enkele weken in quarantaine in Marseilles nadat hij door een gebied is gereisd waar een plaag bezig was. Hij is een 40-jarige vrijgezel en ontmoet zijn nieuwe vrienden in de quarantaine. Hij is een man van zijn woord en een vriendelijke man, met vaardigheden in business. Mrs. Clennam: Vrouw van vader van Arthur Clennam, die het familiebedrijf regelde in Londen. Ze was opgevoed in een strikte en wrede religieuze sekte, en leeft nog zoals ze dit in haar kindertijd deed. Ze hield Arthur bij zich in Londen tot hij betrapt werd met een vriendin, zij en de ouders van het meisje keurden beide de connectie af. Ze stuurde hem weg naar China om met zijn vader te gaan werken. Mr. Gilbert Clennam: Oom van Arthur Clennams vader, ook degene die het familiebedrijf opstartte. Hij verplichte Arthurs vader, die hij opvoedde, om zijn huwelijk dat hij wilde op te geven om te trouwen met een vrouw die zijn oom voor hem koos. Gilbert Clennam leeft niet meer in het verhaal, maar 40 jaar eerder, wanneer Arthur geboren was. Biologische moeder van Arthur Clennam: Zij wordt in het verhaal niet bij naam genoemd, er wordt voor haar enkel 'de biologische moeder van Arthur' en 'de eerste vrouw van zijn vader' gebruikt. Zij werd weggeduwd door mrs. Clennam en Gilbert Clennam. Affery: Later mrs. Flintwinch. Zij verzorgt mrs. Clennam en Arthur voor hij naar China vertrok. Ze is bang van haar echtgenoot en haar minnares. Ze hoort de geluiden van het gebouw, wat voor haar mysterieus is. Mr. Jeremiah Flintwinch: Klerk voor het Clennam bedrijf tot Arthur aankondigt dat hij bij zijn terugkomst naar Londen niet in het familiebedrijf zal werken. Mr. Flintwinch is opgevoed om partner van mrs. Clennam te worden. Nadat mrs. Clennam invalide wordt en veel verzorging nodig heeft, beslist ze dat Flintwinch en Affery zouden moeten trouwen, wat ze dan ook doen. Na de poging tot afpersing vlucht hij uit Londen en wordt er gezegd dat hij gekend was als mijnheer van Flijntevijnge in Amsterdam en Den Haag. Mr. Meagles: Engelsman die met zijn vrouw, dochter en de meid van zijn dochter door Europa reist. Hij is een gepensioneerde bankier. Hij en zijn familie worden, nadat ze door een gebied met een plaag reizen, in quarantaine gezet in Marseilles, ook al zijn ze niet ziek. Hij wordt bevriend met Arthur Clennam. Mrs. Meagles: Vrouw van mr. Meagles en moeder van hun dochter. Minnie Meagles: Dochter van mr. en mrs. Meagles, overlevende van een tweeling. Ze is een mooie jonge vrouw, verwend door haar ouders en wordt door hen Pet genoemd. Tattycoram: Meid van Minnie Meagles. Zij was een wees die werd binnen genomen door de Meagles. Ze is jonger dan Minnie, heeft donker haar en een temperament dat snel naar woede gaat. Haar naam was Harriet Beadle. Ze leeft met de familie in Twickenham, en daarna met Miss Wade in Londen en Calais tot ze terugkeert naar de Meagles. Miss Wade: Ook een reiziger in quarantaine in Marseilles. Zij is afstandelijk, maar maakt een connectie met Tattycoram. Ze was ooit verleid door Henry Gowan. Zij heeft een link met Rigaud, doordat hij de waardevolle doos met de familiepapieren van de familie Clennam bij haar liet. Mr. William Dorrit: Ongeveer 30 jaar voor het verhaal begint gaat hij de schuldenaren gevangenis de Marshalsea binnen met zijn vrouw en twee kinderen. Na verloop van tijd wordt hij de "vader van de Marshalsea" gebaseerd op zijn sociale gedragingen, zo onderhoudt hij ook de verwachtingen van de sociale klas waarin hij is opgegroeid. Hij doet geen moeite om het probleem op te lossen waarvoor hij in de gevangenis belandde. Mrs. Dorrit: Zij kwam met haar kinderen een dag later dan haar echtgenoot in de gevangenis aan. Ze was zwanger en beviel ongeveer zeven maanden later van hun derde kind en tweede dochter. Mrs. Dorrit stierf toen het meisje ongeveer acht jaar oud was. Edward Dorrit: Het oudste kind van de Dorrits, ook Tip genoemd, die de gevangenis binnenging toen hij ongeveer drie jaar oud was. Hij wordt later een gokker. Fanny Dorrit: De oudste dochter van de Dorrits, zij ging de gevangenis toen ze twee jaar oud was. Ze wordt een knappe en actieve jonge vrouw, die een dansopleiding doet in het theater. Ze trouwt later met Edmund Sparkler. Amy Dorrit: Zij is geboren in de gevangenis en wordt Little Dorrit genoemd. Ze wordt iemand die voor anderen zorgt, met een gevoelig hart en is praktisch om genoeg geld te verdienen om te eten en te leven met haar vader in de gevangenis, het emotionele en praktische hart van haar familie. Ze is 22 jaar oud bij het begin van het verhaal. Frederick Dorrit: Oudere broer van William en oom van Edward, Fanny en Amy. Hij is artistiek en speelt een muziekinstrument om geld te verdienen nadat de financiën van zijn familie uiteen vielen. Zijn karakter is niet hetzelfde als dat van zijn jongere broer. In zijn jongere tijd had hij een huis voor artistieke mensen en nam de moeder van Arthur Clennam, die een zangeres was, in huis. Young John Civery: Hij is de zoon van John Civery, die hoopt om zijn positie aan het slot in de Marhalsea gevangenis snel te overhandigen. Young John is verliefd op Little Dorrit, maar deze verliefdheid is niet wederzijds. Hij helpt haar wanneer hij kan, zo hielp hij Pancks met zijn "waarzegger" taak om de Dorrits met hun erfenis te linken. Mrs. Finching: Ze is nu een weduwe, maar in haar jonge dagen was Flora verliefd op Arthur Clennam. Wanneer hij terugkwam naar Engeland, had ze nog hoop dat hij opnieuw verliefd zou worden op haar, ook al is ze erg veranderd. Ze brengt humor met zich mee als ze een scene binnenkomt, ze spreekt Arthur nooit aan als mr. Clennam, wat gepast zou zijn op dat moment. Haar vader is mr. Casby. Mr. Finchings tante: Wanneer haar echtgenoot sterft, erft mrs. Finching de zorg van zijn tante, die spreekt met woorden van opstandigheid die nooit echt duidelijk zijn voor anderen. Mr. Christopher Casby: Hij wordt door zijn misleidend vriendelijke vertoning en lang grijs haar ook De Aartsvader genoemd. Voor hem staat geld boven alles op één, terwijl hij voor de wereld een ander beeld onderhoudt. Hij is de eigenaar van het domein van Bleeding Heart Yard, en zijn dochter is Flora. Mr. Pancks: Huurophaler voor mr. Casby. Hij wordt bevriend met Arthur Clennam, en leeft zich uit met zijn interesse in mensen met hun erfenissen matchen, waarin hij zichzelf de "waarzegger" noemt. Mr. Rugg: Advocaat van mr. Pancks en Doyce en Clennam. Hij is ook de huisbaas van Pancks. Hij hielp met het "waarzeggers" werk om de Dorrits met hun erfenis te linken. Daniel Doyce: Hij is een investeerder van mechanische apparaten, met een spoor van succes in Parijs en Sint-Petersburg. Hij is terug in Engeland met de ijdele hoop om een patent te krijgen op een apparaat dat hij had uitgevonden. Hij heeft een bedrijf in Bleeding Heart Yard. Hij ontmoette Arthur Clennam voor het eerst in het Circumlocution Department. Hij is bevriend met mr. Meagles en ziet Arthur Clennam als man van financiën en zakenpartner.