Asteroma padi is een schimmel uit de familie Gnomoniaceae. De soort leeft als parasiet in de bladeren van soorten uit het geslacht Prunus en veroorzaakt daar karakteristieke bruine bladvlekken. De soort is onder meer bekend van gewone vogelkers (Prunus padus) en pruim (Prunus domestica).Klebahn, H. (1908). Untersuchungen über einige Fungi imperfecti und die zugehörigen Ascomycetenformen. VI. Asteroma Padi DC. Zeitschrift für Pflanzenkrankheiten 18: 129–153.
Kenmerken Aantasting Op geïnfecteerde bladeren ontstaan bruine, zich uitbreidende vlekken van afgestorven bladweefsel. Bij gewone vogelkers kunnen vanuit deze vlekken donkere, boom- of waaiervormig vertakte structuren over het blad lopen. Klebahn beschreef dat de vertakkingen deels langs de bladnerven kunnen verlopen, maar niet strikt tot de nerven beperkt zijn.
De conidiomata zijn acervulair en bevinden zich onder de cuticula van het blad. Het mycelium is vertakt en gesepteerd en varieert van bleekbruin tot vrijwel kleurloos.
Microscopische kenmerken De conidiogene cellen zijn flesvormig tot cilindrisch en worden tot ongeveer 16 × 2,5–3,5 µm groot. De conidiën zijn kleurloos, gladwandig en eencellig. Ze zijn recht tot enigszins gebogen en spoelvormig en meten ongeveer 11–15 × 2–4 µm.
Taxonomie Asteroma padi werd in 1815 beschreven door Augustin Pyramus de Candolle in de derde editie van de Flore française. De oorspronkelijke beschrijving was gebaseerd op materiaal van bladeren van Prunus padus uit Frankrijk. Index Fungorum plaatst de soort tegenwoordig in het geslacht Asteroma, binnen de Gnomoniaceae. Index Fungorum: Asteroma padi DC.
De nomenclatuur van de soort kent een complexe geschiedenis. De conidiale vorm werd onder andere aangeduid als Actinonema padi, Actinonemella padi en Cylindrosporella padi.
Klebahn onderzocht de levenscyclus van de schimmel aan het begin van de twintigste eeuw. Op overwinterde, met Asteroma padi geïnfecteerde bladeren van Prunus padus vond hij peritheciën van een geslachtelijke vorm die hij Gnomonia padicola noemde. Met infectieproeven en reinculturen liet hij zien dat de conidiale vorm en deze geslachtelijke vorm tot dezelfde levenscyclus behoorden. Gnomonia padicola wordt tegenwoordig als Ophiognomonia padicola geclassificeerd. In moderne taxonomische bronnen bestaat enige variatie in de behandeling van de namen van de geslachtelijke en ongeslachtelijke vormen; Index Fungorum handhaaft Asteroma padi als afzonderlijke geaccepteerde naam.
Ecologie en waardplanten De schimmel ontwikkelt zich voornamelijk in levende bladeren van Prunus. De klassieke waardplant is gewone vogelkers (Prunus padus); ook het oorspronkelijke materiaal waarop de naam werd gebaseerd, kwam van deze waardplant. Britse vondsten uit 2021–2025 zijn eveneens afkomstig van levende bladeren van P. padus.
De soort is daarnaast aangetoond op andere Prunus-soorten. Kabaktepe, Akata en Sevindik beschreven in 2019 materiaal op Prunus domestica uit Turkije. Ook op Amerikaanse vogelkers (Prunus serotina) is A. padi als veroorzaker van lichtbruine bladvlekken gemeld.
De schimmel kan in geïnfecteerde bladeren overwinteren. Klebahn vond in het voorjaar de geslachtelijke vruchtlichamen op bladeren die gedurende de winter op de grond hadden gelegen. Ook Ophiognomonia padicola wordt beschreven van overwinterde bladeren van Prunus padus.
Verspreiding Asteroma padi is uit verschillende delen van Europa bekend. In de literatuur zijn onder meer vondsten uit Duitsland, Zwitserland, Tsjechië en Polen vermeld. In 2019 werd de soort voor het eerst voor Turkije gepubliceerd, op basis van materiaal dat in 2014 op Prunus domestica in de provincie Kayseri was verzameld.
Categorie:Gnomoniaceae Categorie:Schimmelsoort