De spreidingswet, officieel de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, is een Nederlandse wet die gemeenten verplicht een door het Rijk vastgesteld aantal opvangplaatsen voor asielzoekers te realiseren en waarbij het Rijk via provinciale coördinatie en uiteindelijk aanwijzingsbevoegdheid kan afdwingen dat deze capaciteit daadwerkelijk tot stand komt.
In 2023, tijdens het demissionair kabinet-Rutte IV, diende staatssecretaris voor asiel en migratie Eric van der Burg (VVD) het wetsvoorstel in in de Tweede Kamer, waar de kamer het aanvaardde met 81 stemmen voor en 66 tegen. Het voorstel kreeg steun van zowel de linkse partijen als D66, CU, en het CDA. De rechtse partijen, waaronder de VVD en PVV waren tegen. Vanaf de invoering is de spreidingswet onderwerp van fel politiek debat. Voorstanders stellen dat wettelijke afdwinging noodzakelijk is om een structureel tekort aan opvangplaatsen en ongelijke regionale belasting te voorkomen. Tegenstanders betogen dat de wet een disproportionele inbreuk vormt op de lokale autonomie, doordat gemeenten verplicht worden opvang te realiseren zonder directe invloed op de nationale instroom van asielzoekers. Door tegenstanders wordt de wet ook wel de 'dwangwet' genoemd. In 2024 werd de voorstel aangenomen door de Eerste Kamer en trad op 1 februari 2024 in werking als wet.
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) stelt prognoses over de nationale instroom en doorstroom van asielzoekers. Op basis van deze prognoses stelt de minister van Asiel en Migratie een nationale capaciteitsraming vast voor de komende twee jaar. Dan krijgt elke gemeente een indicatief aantal opvangplekken op basis van een formule, waarin rekening wordt gehouden met inwoneraantal en sociaaleconomische status (SES). De gemeenten zijn verplicht om samen met de provincies en het COA deze opvangplekken te creëren en krijgen rijkssubsidie voor het aantal gerealiseerde opvangplekken. Bij de verdeling kan worden bepaald dat een gedeelte van de opvangplaatsen van bijzondere aard moet zijn. Dat is op dit moment het geval voor AMV's: Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen. Als een gemeente faalt om voloende opvangplekken te realiseren, dan is de minister bevoegd om unilateraal opvanglocaties aan te wijzen. Weigert de gemeente alsnog, dan is de gemeente in overtreding van de wet en kan via de rechter een dwangsom worden opgelegd. Gemiddeld moeten Nederlandse gemeenten op grond van de spreidingswet ca. 5 asielzoekers opvangen per 1000 inwoners.
Wetsgeschiedenis Asieldeal Naar aanleiding van de asielcrisis sloten de coalitiepartijen van het kabinet-Rutte IV in 2022 een overeenkomst over asiel. Daarin werden op aandringen van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie (VVD) en Christen-Democratisch Appèl (CDA) maatregelen aangekondigd om het aantal asielzoekers te beperken. Anderzijds werd afgesproken dat er een wet zou komen om de verdeling van asielzoekers beter te regelen.
De indiening was voorzien voor 1 oktober 2022, maar tijdens de uitwerking van de wet rezen er bezwaren bij de Tweede Kamerfractie van de VVD. Zij hadden bezwaar tegen het dwangmatige element dat in de wet besloten ligt. Ze wilden ook dat er meer gedaan zou worden aan de instroom van asielzoekers, omdat de maatregelen uit de asielovereenkomst nog onvoldoende effectief werkten. VVD-premier Mark Rutte haalde de fractie begin november 2022 over om toch in te stemmen met de wet.
Gemeenten en veiligheidsregio's uitten na presentatie van het wetsvoorstel hun zorgen over de uitvoerbaarheid. De Afdeling advisering van de Raad van State herhaalde deze zorgen ook en gaf het advies onderdelen te heroverwegen. Het kabinet besloot de wet echter in maart 2023 onaangepast in te dienen bij de Tweede Kamer, vanwege het feit dat het een precair compromis was tussen de coalitiepartijen.
Kamerbehandeling Tijdens de behandeling in de Tweede Kamer rezen er wederom bezwaren vanuit de VVD. Dit had betrekking op het Besluit gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen, de Algemene Maatregel van Bestuur die de wet verder invult, maar waarover nog geen overeenstemming was. Dit vertraagde de behandeling van de wet.
De spreidingswet was mede aanleiding voor de kabinetscrisis over asiel, waarna het kabinet-Rutte IV viel. Na de val van het kabinet nam de VVD-fractie afstand van de wet. De wet werd echter niet controversieel verklaard. Ook zonder de VVD was er uiteindelijk een meerderheid van Democraten 66, Christen-Democratisch Appèl en Partij van de Arbeid, Socialistische Partij, GroenLinks, Partij voor de Dieren, ChristenUnie, DENK, Volt, Liane den Haan, Nilüfer Gündoğan die op 10 oktober 2023 instemde met de wet.
In de Eerste Kamer werd de wet op 16 januari 2024 aangenomen.VVD Eerste Kamer steunt spreidingswet De steun van de VVD-fractie leidde tot spanningen tussen PVV, VVD, NSC en BBB bij de kabinetsformatie.
Mogelijke intrekking Het voornemen uit het hoofdlijnenakkoord dat werd opgesteld door de Partij voor de Vrijheid (PVV), VVD, Nieuw Sociaal Contract (NSC), BoerBurgerBeweging (BBB) tijdens de kabinetsformatie van 2023-'24 was om de wet in te trekken. Dit is niet gelukt.
De cijfers: asielopvang-opgave 2026 De gezamenlijke opgave voor asielopvang van alle Nederlandse provincies en gemeenten in 2026 bedraagt 88.000 opvangplaatsen, waarvan ca. 6,36% voor AMV's. Formeel gaat het om de "Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2026". Deze werd door de minister van Asiel en Migratie op 27 februari 2026 gepubliceerd in de Staatscourant.Zie: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2026-8582.pdf "Capaciteitsraming, provinciale opvangopgave en indicatieve verdeling per gemeente 2026", Staatscourant No.8582, 27 februari 2026. Geraadpleegd op 27 april 2026.
Daarvan moet de provincie Zuid-Holland de meeste asielzoekers opvangen: 18.175 en Zeeland het minste: 1.910. De provincies Groningen en Flevoland hoeven geen nieuwe opvangcapaciteit te realiseren omdat zij beiden al ongeveer twee keer zoveel asielzoekers opvangen als op grond van de spreidingswet is vereist. Groningen vangt al 4.933 asielzoekers op terwijl de spreidingswet om slechts 2.483 plaatsen vraagt. In Flevoland gaat het om 4.573 resp. 2.285 plaatsen (peildatum 1 februari 2026).
De gemeente die de meeste asielzoekers moet opvangen is Amsterdam: 4.089. Dat is meer dan 2x zoveel als de hele provincie Zeeland.
De gemeenten die het minste asielzoekers hoeven op te vangen zijn Vlieland en Schiermonnikoog: allebei 5.
Een aantal grotere steden/gemeenten in Nederland moet (in 2026) het volgende aantal opvangplaatsen realiseren: Rotterdam (2.465); Den Haag (2.306); Utrecht (1.843); Eindhoven (1.106); Groningen (898); Almere (1.164); Tilburg (981); Breda (932); Nijmegen (769); Arnhem (679); Apeldoorn (828); Haarlem (891); Leeuwarden (521); Assen (331); Zwolle (656); Middelburg (237); 's-Hertogenbosch (809); Maastricht (446); Lelystad (377).
In een aantal plaatsen in Nederland vonden de laatste jaren ordeverstoringen plaats als protest tegen de komst van asielzoekerscentra. De gemeenten waar dat gebeurde hebben in 2026 de volgende opvangplicht op grond van de spreidingswet: Loosdrecht (gemeente Wijdemeren) 143 opvangplaatsen; Ter Apel (gemeente Westerwolde) 124 opvangplaatsenNB: de gemeente voldoet in ruime mate aan deze plicht; het asielzoekerscentrum in Ter Apel heeft een capaciteit van ongeveer 2000 personen.; Albergen (gemeente Tubbergen) 125 opvangplaatsen; Oranje (gemeente Midden-Drenthe) 179 opvangplaatsen; Beek en Donk (gemeente Laarbeek) 126 opvangplaatsen; Geldermalsen (gemeente West-Betuwe) 302 opvangplaatsen; Nieuw-Lekkerland (gemeente Molenlanden) 254 opvangplaatsen.
Er zijn in Nederland veel gemeenten die helemaal geen asielzoekers opvangen, in januari 2024 waren dat er 111. In sommige van die plaatsen verzette het gemeentebestuur zich tegen de komst van asielzoekerscentra, zoals de gemeente Westland (bij Den Haag) waar de gemeenteraad zich fel en openlijk heeft uitgesproken tegen de spreidingswet.Gemeente Westland verzet zich tegen spreidingswet, maar heeft geen keus, Periklesinstituut, 23 januari 2024. Geraadpleegd op 28 april 2026. Niettemin moet deze gemeente 643 opvangplaatsen realiseren in 2026.
Berekening van het aantal asielzoekers per gemeente Voor de berekening van het aantal opvangplaatsen dat elke gemeente moet realiseren wordt een formule gebruikt waarin het aantal inwoners en de sociaal-economische status van die gemeente worden gewogen.Dit is gepubliceerd in het "Besluit van 26 januari 2024, houdende regels inzake de uitvoering van de Wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen alsmede vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de wet gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen (Besluit gemeentelijke taak mogelijk maken asielopvangvoorzieningen)", hier te vinden in het Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, 2024, No. 13, van 26 januari 2024. 'Rijkere' gemeentes moeten meer asielzoekers opvangen per inwoner dan 'arme' gemeentes. De formules luiden als volgt:
Wf = (SESWOA + 1)*iG/In Iv = BO*Wf/TWf
waarin: BO: De door de Minister van Justitie en Veiligheid vastgestelde totale behoefte aan opvangplaatsen (dus 88.000 in 2026). Wf: De wegingsfactor per gemeente; TWf: De totale wegingsfactor die wordt berekend door alle wegingsfactoren van de gemeenten (Wf) bij elkaar op te tellen (dat totaal is ca. 1,04). SESWOA: De score van een gemeente voor zijn SociaalEconomische Status, gebaseerd op Welvaart, Opleiding, en Arbeidsverleden. Welvarende en sociaal-economisch 'sterke' gemeentes scoren boven 0, zoals Bloemendaal (0,367); sociaal-economisch 'zwakke' gemeentes scoren onder 0, zoals Heerlen (-0,291). De gemiddelde score van alle gemeentes is ongeveer 0. Zie: Hoe interpreteer je de SES-WOA-scores en hoe zijn deze bepaald?, Centraal Bureau voor de Statistiek, ongedateerd. Geraadpleegd op 28 april 2026. iG: Het aantal inwoners van de gemeente volgens de meest recente door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers;Voor de bevolkingscijfers van gemeenten zie: Inwoners per gemeente, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2026. Geraadpleegd op 28 april 2026. In: Het aantal inwoners van Nederland volgens de meest recente door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers;Zie: Bevolkingsteller, Centraal Bureau voor de Statistiek, 2026. Geraadpleegd op 28 april 2026. Iv: Het aantal te realiseren opvangplaatsen per gemeente ('indicatieve verdeling per gemeente')
Om zichtbaar te maken hoezeer de overheid geen al te zware plicht wil opleggen aan sociaal-economisch zwakkere gemeenten kunnen we de opvangplicht voor het 'rijke' Bloemendaal en het 'arme' Heerlen vergelijken indien zij allebei 50.000 inwoners zouden hebben. In dat geval zou Bloemendaal ca. 321 opvangplaatsen moeten realiseren en Heerlen ca. 166. Dat scheelt dus aanzienlijk.
Statushouders Statushouders zijn asielzoekers met een (tijdelijke of permanente) verblijfsvergunning. De spreidingswet gaat alleen over de opvang van asielzoekers, niet over de opvang van statushouders, en dus ook niet over (bijv.) het aantal woningen dat gemeenten ter beschikking moeten stellen voor de huisvesting van statushouders.
BES-eilanden