Onafhankelijk Albanië (Albanees: ) (1912-1914) is de benaming van het land Albanië na de uitgeroepen onafhankelijkheid ten opzichte van het Ottomaanse Rijk op 28 november 1912. Op 29 juli 1913 werd het land door de internationale gemeenschap erkend als soevereine staat. Tijdens dit congres, de Vrede van Londen, werden ook de grenzen van het land aangepast als gevolg van de Balkanoorlogen en werden gebieden afgestaan aan de buurlanden Servië, Montenegro en Griekenland. Ismail Qemali was als premier de eerste staatshoofd van de moderne Albanese natiestaat.
Geschiedenis Na de nationale ontwaking van Albanezen en de Albanese opstanden werd de onafhankelijkheid van Albanië ten opzichte van het Ottomaanse Rijk uitgeroepen op 28 november 1912. Het leidde tot de vorming van de huidige Albanese staat. De nieuwe staat werd aanvankelijk echter niet erkend door grootmachten en buurlanden (Servië, Montenegro en Griekenland); de legers van deze landen wilden aanspraak maken op gebieden in Albanië waarna zij het land binnenvielen en gewelddadigheden pleegde tegen de bevolking. Het land werd internationaal erkend in juli 1913 als gevolg van de Verdrag van Londen na de Balkanoorlogen.
De Albanese leiders riepen in Vlorë de onafhankelijkheid van Albanië uit en vormden de Voorlopige regering van Albanië. Ismail Qemali werd voorzitter van de voorlopige regering en speelde een centrale rol bij de organisatie van de nieuwe staat. De regering probeerde een centraal bestuur en nationale staatsinstellingen op te bouwen. Dit verliep moeizaam, omdat grote delen van het Albanese grondgebied tijdens de Eerste Balkanoorlog door de buurlanden werden bezet. Daarnaast beschikte de regering over beperkte financiële middelen, een zwak georganiseerde krijgsmacht en weinig moderne staatsinstellingen. Hierdoor was haar feitelijke gezag buiten het gebied rond Vlorë beperkt.
Een belangrijk onderdeel van het beleid van Qemali was het verkrijgen van internationale erkenning voor de Albanese onafhankelijkheid. Hij onderhield contacten met verschillende Europese mogendheden en probeerde diplomatieke steun voor de nieuwe staat te verkrijgen. Met name Italië en Oostenrijk-Hongarije steunden het bestaan van een onafhankelijk Albanië, mede vanwege hun eigen strategische belangen op de Balkan en aan de Adriatische Zee.
De toekomst van Albanië werd vervolgens besproken tijdens de internationale onderhandelingen in Londen. De grote mogendheden erkenden Albanië als een onafhankelijke en soevereine staat, maar stelden de grenzen vast waarbij aanzienlijke gebieden met een Albanese bevolking buiten de nieuwe staat kwamen te liggen. Deze gebieden werden voornamelijk toegewezen aan Servië, Montenegro en Griekenland.
Naast buitenlandse druk kreeg Qemali te maken met politieke verdeeldheid binnen Albanië. Albanese leiders verschilden van mening over de inrichting van de nieuwe staat en de verhouding tussen het centrale bestuur en de verschillende regio's. Ook bestonden er aanzienlijke religieuze en regionale verschillen onder de Albanese bevolking, waardoor het vormen van een sterk centraal gezag werd bemoeilijkt.
Er werd gezocht naar een Europese prins die als vorst van Albanië kon regeren omwille de politieke stabiliteit. In januari 1914 trad Ismail Qemali af. De macht kwam tijdelijk onder internationaal gezag, die toezicht hield op Albanië. Fejzi Alizoti was de formele tijdelijke opvolger. De grootmachten kozen uiteindelijk de Duitse prins Wilhelm zu Wied als vorst. In 1914 werd het vorstendom Albanië gesticht en begon zijn regeerperiode.
Staatshoofd Premier Ismail Qemali (1912-1914) Premier Fejzi Alizoti (1914)
Kaarten
Categorie:Geschiedenis van Albanië Albanie 1912