Loge Scaldis is een vrijmetselaarsloge in de Nederlandse stad Goes (provincie Zeeland) die is opgericht in 2003. Loge 'Scaldis' is een vereniging van leden van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, die - op grond van een haar door die Orde verleende constitutiebrief - zelfstandig werkt in Goes. De naam van de loge is de Latijnse benaming voor de rivier de Schelde: de gunstige ligging van Goes nabij de Oosterschelde is van grote invloed geweest op de ontwikkeling van de stad.
De loge kent vandaag de dag (anno 2024) ca. twintig leden, veelal uit Goes maar ook uit andere delen van de provincie. De leden komen daarbij uit alle geledingen van de maatschappij. Wekelijks is er op maandag een logebijeenkomst, waarbij er doorgaans een Open loge is - een rituele bijeenkomst waarbij de aanwezigen formeel gekleed zijn en maçonnieke regalia als schootsvel en handschoenen dragen - of een comparitie. Bij dit laatste type bijeenkomst wordt een inleiding gegeven over een filosofisch, spiritueel of anderszins interessant onderwerp (in vrijmetselaarsjargon: er wordt een bouwstuk opgeleverd), wat daarna besproken wordt.
Liefdadigheid speelt een belangrijke rol in de loge, bij de meeste bijeenkomsten wordt rondgegaan met de bedelnap (in vrijmetselaarsjargon 'de tronk') om geld op te halen voor het goede doel. Van 2008 tot 2013 hield de loge elke twee maanden een boekenmarkt waarvan de opbrengst bestemd was voor diverse goede doelen.
Kenmerken Het rangnummer van de loge is 295 (tweehonderdvijfennegentig). De onderscheidingskleuren van de loge zijn wit en rood, dit zijn tevens de heraldieke kleuren van Goes zoals ook terug te vinden in de stadsvlag van Goes.
Het zegel van de loge is cirkelvormig en bestaat uit een passer en een winkelhaak binnen een - onderbroken - cirkel, op de gestileerde golven van de Schelde.
Het logegebouw Het logegebouw van loge 'Scaldis' bevindt zich aan de Beestenmarkt no. 5 in Goes. In de 17e en 18e eeuw was in het pand een deel van de Goese Latijnse school gevestigd. In de loop van de 20e eeuw werd het pand gebruikt voor zeer diverse bestemmingen zoals een openbare normaalschool, de brandweerkazerne van Goes en een handel in landbouwartikelen. Naast het logegebouw bevindt zich cultureel centrum 't Beest.
Met het oog op de aankoop van een eigen gebouw werd op 26 juni 1990 door leden van de toenmalige loge 'De Opgaande Ster' de beheerstichting 'De Steen' opgericht. Deze stichting wist in 1991 het pand aan de Beestenmarkt te verwerven, met financiële ondersteuning van onder meer de De Veer Stichting en de Stichting Maçonniek Bouwfonds. Het pand is vervolgens in eigen beheer geheel verbouwd en op 22 oktober 1993 ingewijd als logegebouw. In het pand - wat vrijwel volledig gelijkvloers is - bevindt zich een ruime vergaderzaal (in vrijmetselaarsjargon: de voorhof), met daarin tevens een bar (in vrijmetselaarsjargon: de Zevende Graad). Daarnaast is er ook een werkplaats - ook wel tempel genoemd - voor rituele bijeenkomsten en in 2002 is er een bestuurskamer toegevoegd.
In de hal is een glas-in-loodraam te vinden met in het midden het stadswapen van Goes, en daar omheen de wapens van de omringende steden waar een vrijmetselaarsloge is gevestigd: Bergen op Zoom, Terneuzen, Vlissingen, Middelburg en Zierikzee. Het raam was een geschenk van de gezamenlijke loges uit genoemde steden bij de inwijding van het logegebouw.
De stoelen in de werkplaats van het logegebouw aan de Beestenmarkt zijn afkomstig uit het voormalige gebouw van de Orde van Vrijmetselaren aan de Fluwelen Burgwal in Den Haag, wat in 1856 door Prins Frederik geschonken werd aan de Orde en in 1993 door haar verlaten werd. De tafels in de Voorhof zijn afkomstig uit het voormalig Huis van Bewaring in Middelburg aan de Kousteensedijk, wat in 1993 gesloopt is.
Loge 'Scaldis' houdt sinds haar oprichting haar bijeenkomsten in dit logegebouw. Stichting 'De Steen' is nog steeds eigenaar van het pand en verantwoordelijk voor onderhoud en beheer. Het logegebouw in Goes heet eveneens 'De Steen', boven de voordeur is een gevelsteen met daarin een ruwe steen ingemetseld. De ruwe steen is een bekend maçonniek symbool; elke vrijmetselaar wordt geacht te werken aan zichzelf, en zo van zijn ruwe steen een zuivere kubiek te maken.
Geschiedenis van de vrijmetselarij in Goes De eerste loge 'De Opgaande Ster' (1801 - 1823) miniatuur|Prins Frederik der Nederlanden als Grootmeester. 1817 (Anoniem, collectie Rijksmuseum) De geschiedenis van de vrijmetselarij in Goes begint in de zogeheten Franse Tijd (1794 - 1814). De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder leiding van stadhouder Willem V was ten einde gekomen. Nederland was in 1794 ingelijfd door Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte en werd getransformeerd tot een vazalstaat, eerst in de vorm van de Bataafse republiek en in 1806 als het Koninkrijk Holland. In 1810 werd het land geannexeerd en volledig onderdeel van het Franse Keizerrijk.
Na de Franse Tijd ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de zoon van stadhouder Willem V werd geïnstalleerd als koning Willem I. De tweede zoon van Willem I, prins Frederik, was gedurende 65 jaar (1816 - 1881) grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.
In 1801 besloot een zevental Zeeuwse vrijmetselaars tot de oprichting van een loge in Goes, genaamd 'De Opgaande Ster'. De oprichters van de eerste loge onder deze naam waren:
Hendrik Speelveld, onder meer baljuw in Goes en tevens aquarellist Gerardus Codde, brouwer Marinus Hoelands, militair Anthonie Noordhoeve, eveneens militair Cornelis van de Vaarde, wijnkoper Jan Cornelis Cruque, apotheker P. Elsman, ambtenaar
Zij vroegen hiertoe een constitutiebrief aan bij het Grootoosten der Bataafse Republiek, een voorloper van het huidige Grootoosten der Nederlanden. Zij waren allen aanhangers van de patriottenbeweging, die tijdens de nadagen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden streefde naar meer democratie en een einde aan de vrijwel absolute macht van Willem V. Bij de oprichting werd - om onopgehelderde reden - een formeel protest hiertegen ingediend door loge 'La Philantrope' uit Middelburg bij het hoofdbestuur van de Orde. Het hoofdbestuur antwoordde echter dat zij geen reden zag om de constitutiebrief niet te verlenen.
De eerste loge onder de naam 'de Opgaande Ster' werd geïnstalleerd op 28 oktober 1801, van de verdere geschiedenis ervan is echter weinig bekend. In 1823 werd de loge opgeheven (in vrijmetselaarsjargon: zij doofde de lichten). De Voorzittend Meester van de loge stuurde de constitutiebrief terug naar het Grootoosten in Den Haag, in het begeleidend schrijven werd vermeld dat er nauwelijks meer leden verschenen op bijeenkomsten. Het archief van de loge werd na de opheffing ervan door een voormalig lid in bewaring genomen, maar na diens overlijden door zijn schoonzoon verbrand omdat men hem er niets voor wilde betalen. miniatuur|Zegel loge 'De Opgaande Ster' 1801-1823|207x207px Het zegel van de eerste (en tweede) loge onder de naam 'De Opgaande Ster' was ovaal en bevatte verschillende maçonnieke symbolen. Van boven naar beneden:
een zogeheten tetragrammaton, geplaatst in een driehoek de passer en winkelhaak de zon, de maan (omgeven door zeven sterren) en een vijfpuntige ster (een verwijzing naar de naam van de loge) een doodshoofd een lam (een verwijzing naar Johannes de Doper, schutspatroon van de vrijmetselarij en vaak afgebeeld met een lam) een waterpas, troffel, hamer, en een schietlood zeven treden van de tempeltrap (naar de tempel van Salomo)
De tent in het midden is vermoedelijk een verwijzing naar het tabernakel, de verplaatsbare tempel welke de Israëlieten meenamen tijdens de Exodus. In de rand van het zegel de naam en zetel van de loge en de afkorting W-K-S, wat staat voor 'Wijsheid, Kracht en Schoonheid', een van de zinspreuken van de vrijmetselarij.
De kleuren van de loge waren eerst rood en groen, later rozerood en groen. De naam 'De Opgaande Ster' is een verwijzing naar de zon, als onderdeel van de lichtsymboliek welke toegepast wordt in de vrijmetselarij.
De tweede loge 'De Opgaande Ster' (1860 - 1899) Zevenendertig jaar later was Nederland getransformeerd in een constitutionele monarchie onder koning Willem III, en de industriële revolutie in Nederland was begonnen. Een elftal vrijmetselaars verzocht aan het hoofdbestuur van de Orde om wederom een loge onder de naam 'De Opgaande Ster' te mogen oprichten in Goes. Dit waren: Otto Verhagen, de broers H.K.D. en J.C.D. van den Bussche, J. Persant Snoep, J.H.C. Kakebeke, C.H. Schotsberg, J. Vereeke, H. Vleugels, F.C. Baarens, A.L. Palen en J.K. van de Kruijsse Pilaar. De meesten van hen waren ondernemers.
Hun verzoek was gebaseerd op de omstandigheid dat in de voorgaande jaren het aantal vrijmetselaars in Goes aanzienlijk gegroeid was en men een behoorlijke reis moest ondernemen om aan de arbeid in omringende loges deel te kunnen nemen. Door het Grootoosten der Nederlanden - met als grootmeester Prins Frederik - werd op 19 juni 1859 in antwoord op dit verzoek een afschrift verstrekt van de oorspronkelijke constitutiebrief. Op 15 december 1860 vond de installatie van de nieuwe loge plaats in het logement 'De Prins van Oranje' te Goes, in aanwezigheid van een groot aantal vertegenwoordigers van andere loges en hoogwaardigheidsbekleders.
In haar relatief korte bestaan nam de loge - voor die tijd - liberale standpunten in, die soms leidden tot conflicten met het hoofdbestuur van de Orde. Zo ontstond in 1861 een discussie met het hoofdbestuur over de vraag in hoeverre 'atheïsten en materialisten' geschikt waren om vrijmetselaar te worden. Het hoofdbestuur wilde deze uitsluiten, de loge juist niet. Een felle woordenstrijd ontbrandde, waarin de loge zelfs beschuldigd werd van het schenden van de grondwet van de Orde. Ook bij het introduceren van nieuwe rituelen in 1866 vanuit de Orde tekende de loge protest aan tegen het in haar ogen dogmatische karakter ervan met de nadruk op religieuze elementen. In 1869 ten slotte ontstond wederom een discussie met het hoofdbestuur inzake het wel of niet mogen bespreken van sociale vraagstukken in de loge. Dit werd door het hoofdbestuur ongewenst geacht met het oog op de eenheid in de loges, maar door de leden van 'De Opgaande Ster' juist als belangrijk om volledig onderdeel te zijn van de maatschappij.
In 1876 wist de loge een eigen logegebouw te verwerven aan de Rozemarijnstraat te Goes. Na een aantal rustige jaren overleed echter in 1882 Voorzittend Meester J. Persant Snoep, die de loge twintig jaar had geleid. Na zijn overlijden nam het logebezoek geleidelijk af en ontstonden financiële problemen. Uiteindelijk leidde dit er toe dat 'De Opgaande Ster' na de viering van de zomerzonnewende (in vrijmetselaarsjargon: Zomer Sint Jan) in 1891 vrijwel geen activiteiten meer ontplooide. Op 21 juni 1899 werd de loge opgeheven. Het logegebouw werd verkocht en de resterende gelden werden geschonken aan loge 'L'Inséparable' te Bergen op Zoom, ter financiering van het logegebouw aldaar.
Na het opheffen van de loge werden een aantal bescheiden ervan in bewaring gegeven bij loge 'La Compagnie Durable' te Middelburg. Van deze loge is in 1940 vrijwel de volledige inventaris verloren gegaan bij het bombardement op Middelburg. Begin twintigste eeuw heeft echter een lid van 'La Compagnie Durable' op basis van deze bescheiden een historisch overzicht gemaakt van 'De Opgaande Ster' en dit gepubliceerd in het 'Jaarboekje voor Nederlandsche Vrijmetselaren', editie 1912. Hierdoor is toch het nodige bekend gebleven van de geschiedenis van de loge.
De derde loge 'De Opgaande Ster' (1983 - 2016)