De Tweede Kamerverkiezingen 1871 waren periodieke Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 13 juni 1871.
Nederland was verdeeld in 41 kiesdistricten, waarin 80 leden van de Tweede Kamer gekozen werden.Acht enkelvoudige kiesdistricten kozen één lid, in 30 meervoudige kiesdistricten werden twee leden afgevaardigd, in het kiesdistricten Rotterdam en Sneek drie en in het kiesdistrict Amsterdam zes. Een kiezer bracht evenveel stemmen uit als er afgevaardigden in zijn kiesdistrict gekozen werden. Om gekozen te worden moest een kandidaat minimaal de districtskiesdrempel behalen.De districtskiesdrempel werd bepaald door de volgende formule: 50% van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal in het district te verkiezen zetels.
De verkiezingen werden gehouden vanwege het aftreden van 40 leden van de Tweede Kamer van wie de zittingstermijn afliep op 17 september 1871. In drie kiesdistrictenAmersfoort, Amsterdam en Utrecht. was een tweede verkiezingsronde benodigd tussen de twee hoogstgeplaatste (niet-direct gekozen) kandidaten uit de eerste ronde vanwege het niet-behalen van de districtskiesdrempel. Deze tweede ronde vond plaats op 27 juni 1871.
Uitslag Opkomst 1869 1871 # stemmen % # stemmen % Kiesgerechtigden 97.201 100.336 Niet opgekomen 31.666 32,58% van het aantal kiesgerechtigden. 39.893 39,76 Opkomst 65.535 67,42 60.443 60,24
Verkiezingsuitslag naar groepering GroeperingIn 1871 bestonden nog geen politieke partijen. Gekozen leden sloten zich gewoonlijk eerst na hun verkiezing aan bij een kamerfactie.Zetels 1869Een wijziging van het aantal zetels van een groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode. AfAftredend in 1871 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de periodieke verkiezingen in 1871. 1871 +/− liberalen 26/28 14 17 31 +3 thorbeckianen 20/16 5 4 15 −1 conservatieven 16 10 8 14 −2 conservatief-katholieken 9/10 5 7 12 +2 antirevolutionairen 4 3 2 3 −1 conservatief-protestanten 3/4 2 1 3 −1 conservatief-liberalen 2 1 1 2 0 totaal 80 40 40 80 0
Gekozen leden
Bij deze verkiezingen werden 30 leden herkozen. Twee leden hadden aangegeven niet herkiesbaar te zijn, terwijl acht aftredende leden verslagen werden.
Onderstaand volgen enkele bijzonderheden:
in het kiesdistrict Amsterdam versloeg Cornelis Fock (52,4%, liberalen) het aftredende lid Herman Insinger (43,7%, conservatieven);
in het kiesdistrict Arnhem versloeg Jules van Zuylen van Nijevelt (51,0%, conservatieven) het aftredende lid Ludolph Sloet van de Beele (46,7%, liberalen);
in het kiesdistrict Boxmeer versloeg Petrus van den Heuvel (68,6%, conservatief-katholieken) het aftredende lid Hyacinthus Kerstens (29,4%, liberalen);
in het kiesdistrict Breda versloeg Carel van Nispen tot Sevenaer (64,2%, conservatief-katholieken) het aftredende lid Norbertus Guljé (32,4%, thorbeckianen);
in het kiesdistrict Dokkum werd Willem Bergsma (liberalen) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Philippus van Blom (liberalen) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het kiesdistrict Dordrecht versloeg Willem Gevers Deynoot (73,2%, liberalen) het aftredende lid Marinus Bichon van IJsselmonde (22,1%, antirevolutionairen);
in het kiesdistrict 's-Gravenhage werd Willem Wintgens (conservatieven) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van François de Casembroot (conservatieven) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;
in het kiesdistrict Haarlem was in eerste instantie Cornelis Fock gekozen, die het aftredende lid Willem van der Hucht (conservatieven) versloeg. Fock was echter tevens gekozen in het kiesdistrict AmsterdamHet was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district c.q. de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden., waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Haarlem een naverkiezing gehoudenAan deze naverkiezing nam Van der Hucht niet meer deel. waarbij Jan Kappeyne van de Coppello (liberalen) gekozen werd;
in het kiesdistrict Hoorn versloeg Klaas de Jong (51,7%, liberalen) het aftredende lid Willem van Goltstein van Oldenaller (45,0%, conservatieven);
in het kiesdistrict Tiel versloeg Donald Mackay (50,3%, liberalen) het aftredende lid Theo van Lynden van Sandenburg (48,5%, conservatief-protestanten).
De zittingsperiode van de Tweede Kamer ging in op 18 september 1871. De zittingstermijn van Tweede Kamerleden bedroeg vier jaar.Om de twee jaar was de helft van de Kamerleden aftredend.
Bronvermelding
Categorie:Nederlandse politiek in 1871 1871 Nederland