De Tweede Kamerverkiezingen 1875 waren periodieke Nederlandse verkiezingen voor de Tweede Kamer der Staten-Generaal. Zij vonden plaats op 8 juni 1875.De verkiezing in het kiesdistrict Haarlemmermeer werd ongeldig verklaard vanwege onregelmatigheden, waardoor een naverkiezing noodzakelijk werd. Deze werd gehouden op 3 november 1875.

Nederland was verdeeld in 41 kiesdistricten, waarin 80 leden van de Tweede Kamer gekozen werden.Acht enkelvoudige kiesdistricten kozen één lid, in 30 meervoudige kiesdistricten werden twee leden afgevaardigd, in de kiesdistricten Rotterdam en Sneek drie en in het kiesdistrict Amsterdam zes. Een kiezer bracht evenveel stemmen uit als er afgevaardigden in zijn kiesdistrict gekozen werden. Om gekozen te worden moest een kandidaat minimaal de districtskiesdrempel behalen.De districtskiesdrempel werd bepaald door de volgende formule: 50% van het aantal uitgebrachte geldige stemmen, gedeeld door het aantal in het district te verkiezen zetels.

De verkiezingen werden gehouden vanwege het aftreden van 40 leden van de Tweede Kamer van wie de zittingstermijn afliep op 19 september 1875. In vier kiesdistrictenAlmelo, Arnhem, Delft en Utrecht. was een tweede verkiezingsronde benodigd tussen de twee hoogstgeplaatste (niet-direct gekozen) kandidaten uit de eerste ronde vanwege het niet-behalen van de districtskiesdrempel. Deze tweede ronde vond plaats op 22 juni 1875.

Uitslag Opkomst 1873 1875 # stemmen % # stemmen % Kiesgerechtigden 99.716 106.121 Niet opgekomen 38.832 38,94% van het aantal kiesgerechtigden. 35.733 33,67 Opkomst 60.884 61,06 70.388 66,33

Verkiezingsuitslag naar groepering GroeperingIn 1875 bestonden nog geen politieke partijen. Gekozen leden sloten zich gewoonlijk eerst na hun verkiezing aan bij een kamerfactie.Zetels 1873Een wijziging van het aantal zetels van een groepering is ontstaan door aftreden en overlijden gedurende de zittingsperiode. AfAftredend in 1875 vanwege het bereiken van het einde van de zittingstermijn. BijGekozen c.q. herkozen bij de periodieke verkiezingen in 1875. 1875 +/− liberalenVanaf 1873 worden liberalen en thorbeckianen in de overzichten samengevoegd.  29/32  21 21  42 0 thorbeckianen  11/10 conservatief-katholieken  15   7  6 14 −1   antirevolutionairen   6/9   4  6 11 +2   conservatieven  13   7  4 10 −3   conservatief-liberalen   1  1  2  2 +1   liberaal-katholieken   0  0  1  1 +1   conservatief-protestanten   4/0   0  0  0 0 vacatureOtto van Rees, afgetreden op 31 augustus 1873.   1/0   0  0  0 0 totaal 80 40 40 80 0

Gekozen leden

Bij deze verkiezingen werden 30 leden herkozen. De stemmingen voor de overige tien vacatures hadden de volgende resultaten:

in het kiesdistrict Almelo versloeg Jan Corver Hooft (42,8%, conservatieven) het aftredende lid Barend Brouwer (11,7%, liberalen);

in het kiesdistrict Amsterdam versloegen Gerrit de Vries (58,3%, liberalen) en Sjoerd Meinesz (55,9%, liberalen) de aftredende leden Gerlach van Reenen (38,3%, conservatieven) en Eduard Herman s'Jacob (35,7%, conservatieven);

in het kiesdistrict Arnhem versloeg Johan Geertsema (44,2%, liberalen) het aftredende lid Jules van Zuylen van Nijevelt (12,3%, conservatieven);

in het kiesdistrict Breda was in eerste instantie Carel van Nispen tot Sevenaer (conservatief-katholieken) herkozen. Hij was echter tevens gekozen in het kiesdistrict NijmegenHet was volgens de vigerende wetgeving geoorloofd zich in meer dan één kiesdistrict kandidaat te stellen. Als iemand in meerdere districten gekozen werd, diende hij vervolgens aan te geven voor welk district hij in de Tweede Kamer zitting wilde nemen; in het andere district c.q. de andere districten werd dan een naverkiezing gehouden., waaraan hij de voorkeur gaf. Om in de ontstane vacature te voorzien werd in Breda een naverkiezing gehouden, waarbij Herman des Amorie van der Hoeven (liberaal-katholieken) gekozen werd;

in het kiesdistrict Haarlemmermeer versloeg Frans van Heemstra (60,7%, antirevolutionairen) het aftredende lid Jan Rutgers van Rozenburg (38,9%, liberalen);

in het kiesdistrict Middelburg versloeg Johan de Jonge (50,5%, antirevolutionairen) het aftredende lid Johannes Tak van Poortvliet (48,7%, liberalen);

in het kiesdistrict Nijmegen werd Carel van Nispen tot Sevenaer (conservatief-katholieken) gekozen in de vacature ontstaan door het periodiek aftreden van Raphaël van Nispen van Sevenaer (conservatief-katholieken) die had aangegeven niet herkiesbaar te zijn;

in het kiesdistrict Utrecht versloeg Jacob Bastert (50,8%, conservatief-liberalen) het aftredende lid Nicolaas Kien (49,2%, conservatieven);

in het kiesdistrict Zutphen was in eerste instantie Jacob Dam (liberalen) herkozen. Hij overleed echter op 29 juni 1875. Bij een naverkiezing werd Johannes Tak van Poortvliet (liberalen) gekozen in de vacature voor de zittingsperiode 1875-1879. De vacature voor het resterende deel van de lopende zittingsperiode werd niet meer ingevuld.

De zittingsperiode van de Tweede Kamer ging in op 20 september 1875. De zittingstermijn van Tweede Kamerleden bedroeg vier jaar.Om de twee jaar was de helft van de Kamerleden aftredend.

Bronvermelding

Categorie:Nederlandse politiek in 1875 1875 Nederland