miniatuur|400px|Nijlmozaïek van Palestrina Het Nijlmozaïek van Palestrina is een laathellenistisch vloermozaïek van 4,31 bij 5,85 m. Het is uitgevoerd in de opus vermiculatum-techniek en bestaat uit meer dan een half miljoen marmeren mozaïeksteentjes, of tesserae. Het mozaïek geldt als een van de belangrijkste nog bestaande Nijllandschappen uit de oudheid. Veel Nijllandschappen zijn vrij algemeen van aard; het Nijlmozaïek daarentegen toont zeer gedetailleerde en accurate details van het leven in Ptolemaeisch Egypte tijdens de Nijlvloed.

Geschiedenis miniatuur|Plan van het complex met rechts de hal met bovenin de apsis waarin het mozaïek lag Het mozaïek stamt waarschijnlijk uit het einde van de 2e eeuw v.Chr. , The Nile Mosaic of Palestrina (1995), p. 17, . , Mosaics of the Greek and Roman World (1999), pp. 3, 49, 51, ., hoewel sommige onderzoekers het in de eerste eeuw v.Chr. , The Dal Pozzo Copies of the Palestrina Mosaic (1976), pp. 4, 8, 72, . , A Literary View of the Nile Mosaic at Praeneste, in Nile into Tiber. Egypt in the Roman World. (2007), p. 233. of zelfs begin 2e eeuw in de tijd van Hadrianus plaatsen. , Studien zum Barberinischen Mosaik in Palestrina (1929), p. 11. Het Nijlmozaïek werd waarschijnlijk gemaakt door Griekse ambachtslieden uit Alexandrië in Ptolemeïsch Egypte, , L’introduzione del culto di Iside a Roma, p. 114, in Polymnia: Collana di Scienze dell'Antichità. Studi di Archeologia n.10. (2019) . mogelijk geïnspireerd op een schildering in het Serapeion van Alexandrië., The Representation of the Nile on Mosaics: Various Contexts, Various Meaning, in Journal of Mosaic Research 16 (2023), p. 241. Het lag oorspronkelijk in de apsis van een nymphaeum, een gedeeltelijk kunstmatige grot. Deze bevond zich in de achtermuur van een hal (aula) op het forum van Praeneste, zoals Palestrina in de Romeinse tijd heette. De hal was waarschijnlijk een bestuursgebouw en maakte geen onderdeel uit van het religieuze complex van de tempel van Fortuna Primigenia daarboven. Onder de hal bevond zich het aerarium, de schatkist van de stad. De hal was 22 m lang, 14 m breed en had een hoogte van minstens 14 m.

De deels uit de achter de hal liggende rots uitgehakte apsis had drie nissen en was 6,87 m breed, 4,35 m diep en circa 10 m hoog. Omdat de vloer een meter breder is dan het nog bestaande mozaïek is van beide zijkanten waarschijnlijk een halve meter verloren gegaan. Waarschijnlijk sijpelde uit de nissen vanuit de rots voortdurend water naar beneden en lag er altijd een laagje water over het mozaïek, waardoor de kleuren nog beter uitkwamen.

De hal had links een doorgang naar een grotere ruimte met meerdere zuilenrijen en minstens twee verdiepingen, mogelijk een basilica. De portico of toegang van deze ruimte lag aan de andere kant, waar zich ook een tweede nymphaeum met een vissenmozaïek bevond. Voor de ruimte met zuilenrijen lag nog een tempel, maar het is niet bekend welke god hier werd vereerd. De resten van deze tempel liggen onder de kathedraal van de heilige Agapitus.

Op de resten van het tempelcomplex werd in de 15e eeuw een palazzo gebouwd, waarbij het mozaïek in de kelders kwam te liggen. In 1623 kwam Palestrina in het bezit van Paus Urbanus VIII uit het Florentijnse geslacht Barberini en sindsdien staat het palazzo bekend als Palazzo Barberini. De paus liet het mozaïek tussen 1624 en 1626 in stukken naar Rome brengen. Bij het uit elkaar halen van het mozaïek werd niet opgetekend in welke volgorde de stukken moesten worden gelegd. Cassiano dal Pozzo liet rond 1627 Royal Collection Trust, Nile Mosaic. door een schilder, vermoedelijk Vincenzo Manenti, , The Nile Mosaic of Palestrina Reconsidered : The Problematic Reconstruction, Identification and Dating of the So-Called Lower Complex with the Nile Mosaic and Fish Mosaic of Ancient Praeneste (2005), pp. 14-19. een serie aquarellen van de mozaïekdelen maken. Een segment werd in 1628 aan Ferdinando II de' Medici geschonken. Dit deel belandde uiteindelijk in de "Antikensammlung" van het Pergamonmuseum in Berlijn. Staatliche Museen zu Berlin, Szene aus dem Nilmosaik von Palestrina (Teilszene aus dem Barberinischen Mosaik): Gelageszene beim Fest zur Nilüberschwemmung.

In de jaren daarna werd het mozaïek door Giovanni Battista Calandra gerestaureerd. Het mozaïek was intussen beroemd geworden en de inwoners van Palestrina wilden dat het terug naar hun stad kwam. In 1640 werd besloten dat het mozaïek zou worden geretourneerd, maar tijdens het transport liep het door de onoordeelkundige verpakking grote schade op, waardoor het opnieuw gerestaureerd moest worden. Het mozaïek werd na de restauratie in het Palazzo Barberini gelegd. In 1853 werd het opnieuw naar Rome gebracht voor een restauratie door de mozaïekspecialisten van het Vaticaan en twee jaar later keerde het werk terug naar Palestrina.

In december 1943 in de Tweede Wereldoorlog werd het mozaïek in het Museo Nazionale Romano te Rome in veiligheid gebracht; Palestrina werd in de oorlog grotendeels verwoest. , The Allied Bombing of Central Italy, The Restauration of the Nile Mosaic and Sanctuary of Fortuna at Palestrina. (2004), p. 2, . In 1952 werd het mozaïek versterkt, waarbij eerst de onderkant werd verwijderd zodat kon worden onderzocht welke delen nog origineel waren. Het kunstwerk werd in 1956 teruggebracht naar het herbouwde Palestrina, waar het rechtop in de bovenhal van het Palazzo Barberini werd geplaatst. In het palazzo is sinds dat jaar het Nationaal Archeologisch Museum van Palestrina gevestigd. De hal waar het mozaïek oorspronkelijk lag is nu de seminarie van de kathedraal van de heilige Agapitus.

Vermeend heiligdom Lange tijd meenden onderzoekers dat het Nijlmozaïek in een heiligdom lag, gewijd aan Serapis , Latium (1669), p. 95., Fortuna , Explication de la mosaïque de Palestrine (1760), p. 3. of de syncretische Isis-Fortuna , Guida archeologica della Città di Palestrina (l'antica Praeneste) (1885), pp. 79-86. of Isis-Tyche-Fortuna. De Isis-Fortuna-cultus was populair onder de Romeinen in de tweede helft van de 2e eeuw v.Chr. Iside in età romana: le testimonianze dei materiali, p. 157, in Iside. Il mito, il mistero, la magia. (1997), .

De uitspraken van het orakel van Praeneste in de tempel van Fortuna Primigenia, waarover Cicero al schreef,, De divinatione II 41.85–87 zouden in het nymphaeum met vissenmozaïek hebben plaatsgevonden, de tussenruimte met de zuilen was dan het area sacra, "heilige gebied" of "tempelgebied", en de hal met het Nijlmozaïek zou dan het aedes Fortunae Primigenia, de "tempel van Fortuna Primigenia" zijn. Dit gegeven leek te worden gesteund door de bewering van Plinius dat Sulla in de tempel van Praeneste een van de eerste lithostrotos-vloeren aan liet leggen., Naturalis historia 35.189, Nederlandse vertaling door Joost van Gelder, Mark Nieuwenhuis en Ton Peters (2004), p. 713, . Destijds meende men dat hiermee een mozaïekvloer zoals het Nijlmozaïek werd bedoeld, , Hellenistische Bauten in Latium. Volume 1. (1907), p. 50. maar moderne onderzoekers zijn het er over eens dat lithostrotos een vloer werd aangeduid bestaande uit grote, in vorm gesneden dunne plakjes marmer, opus sectile genaamd. , The Nile Mosaic of Palestrina (1995), p. 216, . Bovendien is het nu wel duidelijk dat de tempel van Fortuna Primigenia zich helemaal bovenop het tempelcomplex bevond, waar nu het Palazzo Barberini staat. , Fortuna - Deity and Concept in Archaic and Republican Italy. (2018), p. 29, .

Beschrijving miniatuur|Het mozaïek met de genummerde originele gedeelten in kleur Het mozaïek toont de Nijlvloed, vanaf de Blauwe Nijl tot aan Alexandrië in de Nijldelta aan de Middellandse Zee, met afbeeldingen van mensen, inheemse dieren en gebouwen in Ptolemeïsch Egypte en Aethiopia, waartoe destijds delen van Nubië, de Soedan en Ethiopië werden geteld. Bij de (fabel-)dieren uit Aethiopia, in het bovenste gedeelte van het mozaïek, staat vrijwel overal de naam vermeld. Bij de Egyptische dieren is dit niet het geval omdat de Romeinen deze dieren toch wel zouden herkennen. In het onderste deel staan naast deze dieren mensen, vaartuigen en gebouwen uit Ptolemeïsch Egypte afgebeeld.

Door de vele restauraties en transporten zijn delen van het mozaïek niet meer origineel. Om de stukken weer met elkaar te verbinden zijn bij de restauratie in 1640 nieuwe steentjes toegevoegd. Het huidige mozaïek heeft niet geheel dezelfde compositie als het origineel; een vergelijking met de aquarellen van Cassiano dal Pozzo toont aan dat de delen links- en rechtsboven oorspronkelijk één geheel vormden. Deze aquarellen werden in de jaren zeventig door Helen Whitehouse, gepensioneerd conservator van het Ashmolean Museum, ontdekt in de Britse Koninklijke Collectie in Windsor Castle.

Zonder deze aquarellen zou er tot vandaag de dag grote onzekerheid bestaan over de oorspronkelijke compositie, verloren gegane stukken en over welke van de nog bestaande delen origineel zijn. Een vergelijking tussen de aquarellen en het mozaïek toonde aan dat het grootste gedeelte van het mozaïek nog origineel is, wat werd bevestigd door het onderzoek tijdens de laatste restauratie. Omdat de aquarellen rond 1627 werden gemaakt, nadat het mozaïek al uit elkaar was gehaald, blijft onduidelijk in hoeverre de huidige opstelling van de segmenten overeenkomt met de oorspronkelijke compositie. Bovendien is niet duidelijk hoe groot het verloren gegane gedeelte van het oorspronkelijke mozaïek is. Volgens de Nederlandse archeoloog Paul Meyboom hebben de veranderingen weinig gevolg gehad voor de algehele compositie; het grootste verschil met het oorspronkelijke mozaïek is volgens hem dat segment 13, de scène met het paviljoen, verder naar links had moeten liggen, dus vrijwel in het midden vooraan.

Op basis van de Dal Pozzo-aquarellen nummerde Helen Whitehouse de 20 originele segmenten, te beginnen met de bovenste delen 1a, 1b (die oorspronkelijk één geheel vormden) en 2 t/m 19. Daarnaast werden met de nummers 20 en 21 twee kleine secties door Paul Meyboom als origineel geïdentificeerd. Alle figuratieve scènes van het mozaïek zijn gekopieerd op de Dal Pozzo-aquarellen, behalve die van de kleine secties 20 en 21. Alle figuratieve scènes zijn in kleine en onregelmatige mozaïeksteentjes uitgevoerd, terwijl de niet-originele verbindingsstukken veelal uit vierkante, wat grotere stukjes bestaan. Op deze 17e-eeuwse verbindingsstukken is voornamelijk water en rotsen te zien.

Omdat het mozaïek de jaarlijkse Nijlvloed uitbeeldt bestaat het Egyptische deel voor een groot gedeelte uit water; de meeste planten, dieren, mensen en bouwsels staan op eilandjes in het water van de Nijl, wat reeds door Herodotus werd beschreven., Historiën II 97

Segmenten Hieronder worden de afzonderlijke segmenten beschreven; een beschrijving van wat er op te zien is, hun oorspronkelijke plaats in het mozaïek en een vergelijking met de 17e-eeuwse aquarellen van Cassiano dal Pozzo. De Del Pozzo-aquarellen werden gemaakt rond 1627 en zijn dus ouder dan het huidige mozaïek, dat in 1640 in de huidige compositie in elkaar werd gezet, waarmee de aquarellen een getrouwer beeld geven van het vroegere mozaïek. De oorspronkelijke plaats van de segmenten is bepaald door de onderzoeken van Helen Whitehouse, Paul Meyboom, Antero Tammisto en Bernard Andreae, die het over de meeste delen wel eens zijn. Waar dat niet het geval is worden alle mogelijke locaties genoemd.

Meerdere authentieke segmenten maakten eerder deel uit van grotere blokken, die in het verleden waarschijnlijk vanwege het gewicht in kleinere gedeeltes zijn gezaagd. Segmenten 1, 2 en 4 maakten ooit deel uit van een enkel blok, net zoals segmenten 6, 7, 10 en 11 alsook segmenten 8, 12 en 18. Segment 13 is hierdoor het grootste nog bestaande blok uit één stuk. Delen die volgens alle onderzoekers bij elkaar horen worden in één hoofdstuk behandeld, alsook de kleine segmenten 20 en 21.

Segmenten 1 - 2 - 4 Segment 1