Johan Lubbertszoon Sickinghe (circa 1360 - circa 1445) was tiendheer van de Tamminga-tienden en raadsheer en burgemeester van de Nederlandse stad Groningen. Hij was onderdeel van de Schieringer partij en een bondgenoot van Coppen Jarges. Hij was in die hoedanigheid mede verantwoordelijk voor het bloedige Groninger Oproer in 1413. Samen met zijn zoon Ludolf Sickinghe was hij bij deze gebeurtenis een van de bestormers van het stadhuis. Via moederskant was hij overgrootvader van de ridder, luitenant der Hoofdmannenkamer en beruchte ketterjager Johan de Mepsche (ca. 1520 - 1585).
Afkomst Johan stamde uit het oud adellijke Groninger regentengeslacht Sickinghe en werd geboren als zoon van Lubbert Sickinghe (±1320 - ±1390) en Aleid. Zijn vader was tussen 1354 en 1383 herhaaldelijk burgemeester van de stad Groningen geweest.
Huwelijk en kinderen miniatuur|De oudste grafzerk in de Martinikerk te Groningen met daarop rechts het wapen van Ide Sickinghe, dochter van Johan, en links het wapen van haar man Coppen Jarges Johan Sickinghe was eerst getrouwd met Gysele. Samen kregen zij een zoon genaamd Lubbert Sickinghe. Later trouwde Johan met Jey Heemstra (†1436), dochter van de ridder van Dokkum Feye van Heemstra (†1436).Alle Friezen, Tietjerksteradeel e.o., archiefnummer 1730, Bevolking Tietjerksteradeel, verzameling Nieuwland - Tresoar, inventarisnummer 1, Gemeente: Tietjerksteradeel, Periode: 1600-1850. Jey Heemstra; tr. Johan Lubbets Sickinge, burgemeester van Groningen; Stbk I 172, 173, hij overl. St. Vitusdag 1421, zij Martini-avond 1436 Samen met haar kreeg hij vier kinderen, te weten:
Evert Sickinghe (±1390 - ±1472), hoofdeling te Winsum, proost van Loppersum, hoofdman van Groningen en redger van verschillende plaatsen in de Ommelanden.Wiebe Jannes Formsma, Geschiedenis tussen Eems en Lauwers opstellen over de Groninger geschiedenis, Assen: Van Gorcum 1988, p. 39. Verslagen omtrent 's Rijks Oude Archieven 1899, 's-Gravenhage 1900, p. 569. Emmius, Agro Frisiae, 314; R.A. Groningen, Omm. arch., inv.nr. 133, oud Reg. Feith 1439.15. Evert trouwde met de dochter van de bekende Oost-Friese hoofdeling en legeraanvoerder Focko Ukena. Feyo I Sickinghe (†1472), heer borg te Winsum Ludolf Sickinghe (±1380 - ±1458), burgemeester en raadsheer van de stad GroningenGroninger Archieven, 172 (Kloosters in de provincie Groningen), Regest 336: 1455 mei 3 (Cruesdach invencionis): Burgemeesters en raad van Groningen oorkonden dat Ludolff Sickinge, zoon van Johan Sickinge, heeft verkocht en overgedragen aan Johan ten Berge een jaarlijkse rente, groot drie arnhemse guldens en een "oert", gaande uit een derde deel van het huis, de hofstede, de kelder en de hof daarachter, gelegen aan de westzijde van de Botteringestrate, welke rente te allen tijde met vijftig guldens kan worden afgekocht. Ide Sickinghe, getrouwd met Coppen Jarges, grootmoeder van Johan de Mepsche (ca. 1520 - 1585)
Johan was de grootvader van Peter Sickinghe (1455-1532); burgemeester van Groningen en een beroemd staatsman. Hij was de overgrootvader van dr. Johan Sickinghe (1495-1572), burgemeester van Groningen en van Jey Sickinghe (†1551), vrouw van Haring van Sytzama (†1557), grietman van Ferwerderadeel.
Landedelman en grootgrondbezitter miniatuur|Akte van verlening van de Tamminga-tienden in 1384, door Reinoud IV van Coevorden aan Johan Sickinghe bezat vele stukken land. Een aantal transacties is middels oorkonden bewaard gebleven.
Een van deze oorkonden beschrijft hoe Johan Sickinge samen met Mergike, vermoedelijk zijn echtgenote, en de buren van Leggeloo in 1442 twee percelen land, de Hinxtakker en de Woerd, overdraagt aan de abdij van Dickninge. De overdracht werd bezegeld door Herman ter Maet, deken van Drenthe.Mr. J.G.C. Joosting, Het archief der abdij te Dikninge, Leiden 1906, p. 151, oorkonde 182.
De Tamminga-tienden De vader van Johan, Lubbert Sickinghe, was in 1376 door burggraaf Reinoud IV van Coevorden beleend met de Tamminga-tienden. In 1384 droeg de burggraaf en jonker deze tienden over aan Johan Sickinghe in Gelkingeland bij Groningen.Dr. G. Acker Stratingh, mr. H.O. Feith en mr. W.B.S. Boeles, Bijdragen tot de Geschiedenis en Oudheidkunde, inzonderheid van de Provincie Groningen, Vijfde Deel, Groningen 1868, p. 302.H.O.Feith, Register van het Archief van Groningen, Eerste vervolg, Chronologisch Gedeelte, Volume 7, Nummer 1, Groningen 1865, p. 7. 1376.
In 1463 werd de zoon van Johan, Evert Sickinghe, door de bisschop David van Bourgondië (1427-1496) beleend met deze tienden.
De tienden te Helpen Op 5 februari 1445 verklaren burgemeesters en de raad van Groningen dat Lubbert Sickinghe het vierde deel van de tiende te Helpen, die hij hem zijn aangeerfd van zijn moeder en van zijn vader, verkoopt aan Barold ten Bruggen.Groninger Archieven, 619 Borg Farmsum, 1246 - 1912, Regest 85 Het is dus waarschijnlijk dat Johan Sickinghe, vader van Lubbert, in dat jaar overleed.
Werk als burgemeester Sickinghe was in 1407 en 1411 burgemeester van de stad Groningen. Duidelijk is dat Johan uit een oud regentengeslacht sproot want zeker vijf Sickinghe's, inclusief de vader van Johan, waren vóór Johan al burgemeester van de stad geweest. Na Johans termijn in 1411 volgt zijn zoon Ludolf Sickinghe (±1380 - ±1458) hem vervolgens op als burgemeester van de stad.
Trouw aan de bisschop van Utrecht Volgens een brief van 3 november 1415Het oorspronkelijke is in de landskist te Deventer gelegd en droeg het opschrift en de aantekening dat deze brief gegeven was 'doe Coenraet die Voss Reijnalt sijn broeder mit anderen Drenthen Groningen bekrecht hadden Ende die andere partije buten besloeten.' beloven Coenreat de Voss, Aernt van Steenwijck, Reijnalt Huging en Bruin Clinge, burgemeesters, Reijnalt de vos, Evert Hubbelding, Johan Sickinghe, Ludolff Sickinghe, Baerlt Ebbinge, Herman Hiddinghe, Johan de Lijnsche van Wijnden, Goesen Woldering, Henric Beijer, Henric ter Bruggen, Gherijt Bijzueden en Eijcken Onsten, raadslieden van de stad Groningen, aan bisschop Frederik van Blankenheim (1355-1423) niemand meer binnen Groningen te zullen toelaten die het Sticht kwaad zouden kunnen doen, zoals Reinoud IV van Coevorden, Keno Tom Brok, de gemeene Friezen of een of ander land van Friesland, en dat de stad Groningen niets vijandelijks tegen zijn heerschappij van Coevorden of zijn land van Drenthe zal aanvangen. Tegelijkertijd blijven alle eerdere overeenkomsten tussen den Bisschop en de stad van kracht.Jan Van Doorninck, Tijdrekenkundig register op het oud provinciaal archief van Overijssel, 4A (1225-1496), Zwolle 1874, p. 223.
Werk als brouwer miniatuur|Johan Sickinghe rechtsboven op de naamlijst van het Brouwersgilde te Groningen (1424) De Sickinghe's waren actief als brouwers. Op de oudst bewaarde lijst van het Groninger brouwersgilde (uit het jaar 1424) staan de namen van Johan samen met zijn zoons Lubbert- en Ludolf Sickinghe.Mr. J. A. Feith, Groningse Volksalmanak 1898, Groningen 1898, p. 78. In 1434 ontving hij bovendien samen met zijn zoon Evert Sickinghe (±1390 - ±1472) het gildrecht van Groningen.
Rol bij het Groningse volksoproer in 1413
De partijtwisten tussen de Schieringers en Vetkopers kwamen in 1413 tot een hoogtepunt. De gebeurtenissen in dit jaar waren de aanleiding tot de Grote Friese Oorlog.
Aan het hoofd van de Schieringers stond Coppen Jarges, zoon van burgemeester Jarges. Hij werd gesteund door de oud-burgemeesters Ludolf en Johan Sickinghe, Bernard, Evert Wigbolt, Jan Wicheringe en vele raadsheren.Foeke Sjoerds, Historische jaarboeken van oud en nieuw Friesland, van de vroegste geheugenissen tot op den tegenwoordigen tyd, IV. deel, Leeuwarden 1771, p. 319 (scan 325).A. Smith, Geschiedenis der Provincie Groningen, van het begin onze tijdrekening af, tot aan den jare 1848, Groningen 1849, p. 120 & 121. De gemoederen over deze kwestie tussen de Vetkopers en de Schieringers liepen zo hoog op dat dit leidde tot een bloedig volksoproer.miniatuur|19e-eeuwse gravure van het volksoproer in Groningen in 1413 onder leiding van Coppen JargesTijdens een bijeenkomst van de raad op 23 oktober 1413 bestormde de partij van Coppen Jarges het raadhuis. De burgemeester Johan Rengers, leider van de Vetkopers, werd door Coppen Jarges, Johan- en zijn zoon Ludolf Sickinghe, Bernardo en Radingus Hornekenius te midden van de raad doodgestoken en uit het raam van het rechtshuis gegooid.A. A. Vorsterman van Oyen, Algemeen Nederlandsch Familieblad, Tijdschrift voor Geschiedenis, Geslacht-, Wapen-, Zegelkunde, 11e jaargang, 's-Gravenhage 1885, p. 296. Ook twee andere raadsleden, Albert Borelts en Johan Hekman werden uit het raam gegooid en op straat door de woedende menigte vermoord.Historische Vereniging Ten Post en Omstreken, Presentaties en Artikelen, Johan Rengers van Ten Post, Johan Rengers van ten Post Ommelander Edelman Chroniqueur — Regent — Medestichter onzer Hoogeschool, geraadpleegd op 18 februari 2024.Wilco Julius baron Welderen Rengers, Het geslacht Rengers, van de 14e tot de 19e eeuw, 1892, p.17. Coppen Jarges verdreef de aanhang van Onstema, Ripperda, Holwerda en Gockinga en alle anderen die aan de kant van de Vetkopers stonden. In 1414 werd Jarges uiteindelijk burgemeester van de stad. Het conflict bleef echter doorspelen en pas op 1 januari 1422 werd de Vrede van Groningen (ook wel: Groninger Zoen) gesloten.
Externe links Groninger Archieven, Toegang 572: Familie Sickinghe, 1257-1974
Johan Sickinghe (1407-1445) Categorie:Burgemeester van Groningen Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 14e eeuw Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 15e eeuw