Eggerik Egges Phebens (Latijn: Egericus Aegeus Groninganus (1579) / Eggricus Eggaeus (Phebens) (in latere jaren) (Midwolda, 1556 – Groningen, 1615) was een bestuurder en kroniekschrijver in de vroege periode van de Tachtigjarige oorlog in Groningen en omstreken, net als Abel Eppens tho Equart (1534-ca. 1590) en Johan Rengers van Ten Post (1542-1626). Hij schreef een Latijnse kroniek over de eerste dertig jaar van de Tachtigjarige oorlog (1565-1595) in Groningen en omstreken .

Eggerik Egges Phebens bekleedde hoge bestuursfuncties in Groningen van 1594 tot en met 1615. Op 22 november 1615, kort na zijn begrafenis, sprak professor Johannes Huninga een herdenkingsrede uit voor studenten en andere genodigden van de Groningse Academie. Deze in 1616 gedrukte redevoering vormt de belangrijkste bron over het leven van Phebens.De gedrukte uitgave van Johannes Huninga's Oratio funebris in honorem Amplissimi Doctissimi atque Optimi Dni. Eggrici Eggæi... bevat ook de tekst van het Programma funebre (een officiële overlijdingsaankondiging) van Phebens' overlijden door de Rector van de Groningse Academie, een reeks Latijnse rouwgedichten van hoogleraren, vrienden en bekenden en ook het Latijnse opschrift van Phebens' graf. Zie ook: Phebens Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 19.

Levensbeschrijving Jeugd en opleiding (Emden, Groningen, Marburg en andere Duitse universiteiten) Eggerik Egges Phebens werd geboren in 1556 in Midwolda in het Groningse Oldambt.Huninga, Oratio fvnebris, fo. B2 verso; zie verder Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 25. Op vierjarige leeftijd overleed zijn vader Egge, die zijn vrouw had gevraagd om hun zoon tot studie aan te sporen. Zelf was Egge niet geschoold in de (Griekse en Latijnse) letteren of de zuivere religie, maar was gaandeweg een bewonderaar geworden van beide. De liefde voor de zuivere religie had hij opgedaan uit de geschriften van Heinrich Bullinger en andere reformatorische schrijvers.Huninga, Oratio funebris, fo. B 2 recto; zie verder Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 26. Eggerik werd in 1569 naar de (gereformeerde) Latijnse school van Martinus Bernerus in Emden gestuurd. Emden maakte in die dagen een grote opbloei door dankzij de toestroom van ballingen en vluchtelingen voor de godsdienstvervolgingen in de Nederlanden.In Huninga's Oratio funebris (fo. B2 verso) is geen sprake van Bernerus als rector van de Latijnse school, maar van Johannes Erasmus, die echter pas later in Emden die functie uitoefende. Zie voor Bernerus: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 29. Een pauselijk verbod op studie in het buitenland dwong Eggerik tot een verhuizing naar de (katholieke) Groningse Maartensschool. Tijdens zijn achtjarig verblijf aan die Groningse Latijnse school werden hem ook de beginselen van de rechtenstudie bijgebracht.Huninga, Oratio funebris, fo. B2 verso- B3 recto; zie voor verdere toelichting Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg. ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 30-31. Voor zijn verdere opleiding vertrok Eggerik, 22 jaar oud, naar Duitsland, waar hij vijf jaar lang in Marburg, Heidelberg en het Casimirianum in Neustadt rechten studeerde. Hij had vele contacten met de Nederlandse en Duitse studenten en met de geleerden die hij daar leerde kennen.Huninga, Oratio funebris, fo. B3 recto en verso; zie voor verdere uitleg: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, Uitgegeven, ingeleid en vertaald door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 31-36.

Terugkeer naar Groningen (1583) Op aandrang van zijn moeder keerde Eggerik in 1583 terug naar Groningen. Op 3 maart 1580 was de stad door het verraad van stadhouder graaf van Rennenberg een katholiek, Spaansgezind bolwerk geworden. Veel gereformeerden waren gevangen genomen of de stad ontvlucht. De gereformeerde Phebens verleende steun aan deze ballingen omwille van het geloof en hun kinderen. Tegelijk lag hij (aldus Huninga) vanwege zijn ‘zedelijke rechtschapenheid, bescheidenheid en menselijke beschaving’ goed bij alle partijen, ook bij het merendeel van de katholieken die de stad overheersten: ‘Door hun ijver werd hij tijdens het laatste beleg van deze stad op wonderbaarlijke wijze gered, toen enige lieden van de 'Jezuïetenkliek' een aanslag op zijn leven voorbereidden’.Huninga, Oratio funebris, fo. B4 recto; zie voor verdere uitleg: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 39. Phebens hield zich in deze jaren bezig met de studie van het landrecht van zijn provincie, met het schrijven van poëzie en hij begon materiaal te verzamelen voor zijn kroniek, die hij in of na 1595 voltooide.

In 1586 huwde hij Frouke (Latijn: Frouteta) Luwers, uit een deftig Oldambster geslacht.Huninga, Oratio funebris, fo. B3 verso - B4 recto; zie voor de naam van Phebens' echtgenote: Programma funebre van Eggo Phebens (gedrukte overlijdingsaankondiging: Groningen, Universiteitsbibliotheek signatuur: PF 1649-3-13); voor algemene toelichting: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel, en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 36-39. Bij haar kreeg hij een zoon Eggo, die in 1647 overleed.

Phebens als bestuurder (1594-1615) Met de verovering van de stad Groningen in 1594 door prins Maurits en graaf Willem Lodewijk van Nassau, kreeg nu eindelijk de gereformeerde partij de macht in handen. Veel terugkerende geleerde mannen en andere ballingen in Phebens' huis bijeen: Sibrandus Lubbertus, Ubbo Emmius, Johannes Roggius en anderen vonden er onderdak. Deze bijeenkomsten van geleerden en theologen waren in die dagen ‘als een consistorie en als een kleine raadszaal en een plek voor beraadslagingen over de meeste zaken die in de gereformeerde kerk en in de politiek speelden’.Huninga, Oratio funebris, fo. B4 recto; zie verder: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 39.

Voor Phebens brak na jaren van ambteloosheid een twintigjarige periode aan van bestuurlijk werk. Zo werd hij zeven keer gekozen als raadsman, had hij zitting in de Rekenkamer, en was hij lid van het College van Gedeputeerden en van de ‘juridische vergaderzaal van de Hoofdmannen’. Ook was hij Ouderling voor de Raad der Oudsten van de Gereformeerde kerk en Scholarch (schoolinspecteur). In die laatste functie pleitte hij voor de oprichting van een Hogeschool (Academie/Universiteit) in Groningen. Phebens genoot (aldus Huninga) de reputatie van een ‘verstandig, bescheiden, geduldig, rechtvaardig en vroom man’).Huninga, Oratio funebris, fo. B4 verso; zie voor verdere uitleg: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 40-43.

Overlijden Phebens overleed op 12 november om twee uur ’s nachts na een wekenlang ziekbed, maar zo rustig dat de omstanders meenden dat ‘hij niet stierf maar insliep’.Huninga, Oratio funebris, fo. C2 recto; zie voor verdere uitleg: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 44. Het is niet bekend waar hij begraven ligt. De Latijnse tekst van zijn grafschrift luidt in vertaling als volgt:

Phebens’ geschriften Phebens’ schreef veel poëzie die niet is overgeleverd. Huninga prees zijn sierlijke epigrammen, grafschriften en bruiloftsliederen. Hij prees ook zijn kroniek.Huninga, Oratio funebris, fo. A3; zie verder de uiteenzetting in Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 46-47. Ubbo Emmius, een vriend van Phebens, heeft het handschrift van de kroniek met zorg doorgelezen en her en der van kanttekeningen voorzien.Zie E.E.Ph., Chronicon rerum in Phrisia et praecipue circa Groningam gestarum etc. (autograaf van de Latijnse tekst van Phebens' Kroniek in de Groninger Archieven, Toegang 2044, inv. nr. 32); zie voor voorbeelden en een bespreking van Emmius' kanttekeningen: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 111-114.

In de achttiende eeuw dook het handschrift op in de verzameling Groningana van mr. A.J. de Sitter (1748-1814). Bij de veiling van deze collectie in 1863 kwam de bundel in het bezit van de Groninger Archieven.Catalogus eener belangrijke verzameling boeken, pamfletten, charters, verzegelingen, handschriften, enz., inzonderheid betreffende de geschiedenis van het regtswezen van de stad Groningen en Ommelanden vóór 1795; zijnde een gedeelte der letterkundige nalatenschap van den weledel geboren heer A.J. de Sitter (…) overleden den 17 Junij 1814 (Groningen 1863), p. 12; zie ook: Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 10. Archivaris Mr. H.O. Feith gaf de Latijnse tekst uit in 1867.Mr. H.O. Feith, Kronijk van Eggerik Egges Phebens van 1563-1594. Naar een handschrift uitgegeven, Werken van het Historisch Genootschap, gevestigd te Utrecht. Nieuwe Serie No. 7 (Utrecht, 1867); zie ook Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 10. In 2023 verscheen de eerste Nederlandse vertaling met een inleiding op leven en werk van Phebens en een nieuwe Latijnse editie door Zweder von Martels.Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023).

De kroniek De kroniek draagt een lange, voor zichzelf sprekende titel:

De kroniek bestaat uit vier boeken, voorafgegaan door een voorrede aan de lezer, waarin Phebens zijn bedoeling uiteenzet en vol verontwaardiging spreekt over de gruwelen van de oorlog die hij op het punt staat te beschrijven. Over de indeling van de vier boeken schrijft hij daar:

In zijn voorrede spreekt Phebens ook over het belang van de geschiedschrijving als middel om de gebeurtenissen voor vergetelheid te behoeden. Zijn belangrijkste wens is dat zijn kinderen en kleinkinderen door zijn kroniek leren

De kroniek vangt aan met het decreet waarmee koning Filips II in 1565 de godsdienstvrijheid in de Nederlanden verder inperkte.Zie Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 66, deel II en III, p. 137 (vertaling en Latijn). De kroniek eindigt niet met de inname van de stad Groningen in de zomer van 1594, maar met het nieuwe verdrag tussen Stad en Lande op 27 februari 1595.Zie Eggerik Egges Phebens, Kroniek van Groningen, 1565-1595, uitgeg., ingel. en vert. door Zweder von Martels (Hilversum, 2023), deel I, p. 69, deel II en III, p. 311 (vertaling en Latijn).