Het twijgvlekje (Naevia punctiformis, synoniem: Arthonia punctiformis) is een niet-gelicheniseerde ascomyceet uit de familie Arthoniaceae. De soort heeft geen fotobiont.
De soort werd oorspronkelijk in 1808 door Erik Acharius beschreven als Arthonia punctiformis. De combinatie Naevia punctiformis werd in 1855 gepubliceerd door Abramo Massalongo. Moleculair-fylogenetisch onderzoek leidde in 2020 tot het herstel van het geslacht Naevia voor een groep niet-gelicheniseerde soorten die eerder tot Arthonia werden gerekend.
Determinatie Het vegetatieve weefsel is in de schors verzonken en meestal nauwelijks zichtbaar. Soms is de aangetaste schors iets lichter van kleur. De zwarte apotheciën meten ongeveer 0,2–1,4 × 0,1–0,4 mm. Ze zijn rond of elliptisch tot lijnvormig en slechts zelden vertakt of min of meer stervormig. De apotheciën zijn niet berijpt en liggen aanvankelijk in de schors, waarna ze enigszins naar buiten kunnen treden.
De ascosporen zijn kleurloos, cilindrisch-eivormig tot cilindrisch en meten 13–23 × (4–)5–7 µm. Ze zijn doorgaans door drie, soms maximaal vijf, dwarswanden verdeeld. De bovenste cel is niet vergroot. Met dunnelaagchromatografie zijn geen korstmosstoffen aangetoond.
Twijgvlekje kan lijken op Arthonia radiata. Deze soort heeft echter een duidelijker, wel gelicheniseerd thallus en meestal sterker vertakte apotheciën.
Ecologie Twijgvlekje groeit vooral op gladde schors van jonge takken en stammen van uiteenlopende bomen en struiken en treedt vaak op als een vroege kolonisator. De soort wordt geregeld samen aangetroffen met Naetrocymbe punctiformis.
De soort is van een groot aantal boomsoorten bekend. In Europese bronnen worden onder meer Corylus, lijsterbes (Sorbus), berk (Betula), eik (Quercus) en Fagus genoemd. Gedocumenteerde vondsten zijn er daarnaast onder meer op gewone esdoorn (Acer pseudoplatanus), ruwe berk (Betula pendula), pluimes (Fraxinus ornus), wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia), Juniperus en ratelpopulier (Populus tremula). De soort groeit voornamelijk op loofbomen; vondsten op naaldbomen, waaronder zilverspar (Abies) en ceder (Cedrus), worden als zeer zeldzaam vermeld.
In Nederland wordt de soort onder meer aangetroffen op bomen in lanen.
Verspreiding Twijgvlekje heeft op het noordelijk halfrond een circumpolair verspreidingsgebied. In Nederland geldt de soort als 'vrij zeldzaam'. Hij staat volgens de NDFF Verspreidingsatlas te boek als niet bedreigd.
Categorie:Arthoniaceae