miniatuur|Daniël Crena de Iongh, 1938 Daniël Crena de Iongh (Dordrecht, 21 april 1888 - New York, 26 november 1970) was een Nederlands bankier. Hij was van 1934 tot 1939 president van de Nederlandsche Handel-Maatschappij (NHM) en van 1946 tot 1952 treasurer van de Wereldbank.

Jeugd en opleiding Crena de Iongh was de zoon van Adrianus Cornelis Crena de Iongh, advocaat en procureur, later wethouder en lid van Gedeputeerde Staten, en Cornelia Magdalena van Eck. Hij behoorde tot de familie De Iongh. De graanhandel had opeenvolgende generaties van de familie in de achttiende en negentiende eeuw tot aanzien gebracht in Dordrecht. Crena de Iongh studeerde, net als zijn vader, vanaf 1908 in Leiden rechten en ontwikkelde hier een levenslange culturele en filosofische belangstelling. Op 18 mei 1914 promoveerde hij op stellingen.

Nederlandsche Handel-Maatschappij Crena de Iongh begon zijn werkzaamheden voor de NHM in 1914 bij het agentschap in Rotterdam. Al gauw werd hij in 1916 voor een stage naar New York gestuurd. In 1920 werd hij agent in Rotterdam. Onder zijn leiding verdubbelde het personeelsbestand van het agentschap tot ruim 400 man. Dit succes viel op en in 1925 werd hij benoemd tot directeur in Amsterdam. Van 1926 tot 1933 zat hij ook in de redactie van De Gids.

In 1934 volgde hij C.J.K. van Aalst op als president van de NHM. Hij moest de bank direct door een ingrijpende reorganisatie loodsen: het kapitaal werd afgestempeld van tachtig naar twintig miljoen gulden, waarna een emissie van vijftien miljoen gulden volgde. Die slaagde dankzij een groep buitenlandse banken die de Amsterdamse bankier Fritz Mannheimer bijeen had gebracht.

Na de dood van Mannheimer in augustus 1939 moest diens firma Mendelssohn & Co. surseance aanvragen. De NHM was met ruim dertig miljoen gulden aan vorderingen de voornaamste schuldeiser. Crena de Iongh had Mannheimer kort daarvoor zonder ruggespraak een groot krediet verleend. Commissarissen wilden zijn ontslag, en op 13 oktober 1939 vertrok hij bij de NHM. De bank leed uiteindelijk geen schade op de vordering.

Tweede Wereldoorlog In 1939 reisde Crena de Iongh als president-commissaris van de Koninklijke Nederlandsch-Indische Luchtvaart Maatschappij naar Batavia. Door de Duitse inval in mei 1940 kon hij niet naar Nederland terugkeren. In Nederlands-Indië werd hij directeur van het nieuw opgerichte Nederlandsch-Indische Deviezen Instituut. In maart 1942 week hij uit naar Australië en vandaar naar Groot-Brittannië. De Nederlandse regering in Londen benoemde hem tot voorzitter van de Council for the Netherlands Indies, Surinam and Curaçao in New York.

Hij onderhandelde voor de regering over aankopen onder de Amerikaanse Leen- en Pachtwet en werkte vaak samen met Johan Willem Beyen. In 1943 voerden zij overleg met de Belgische regering over een monetair akkoord, volgens het Biografisch Woordenboek van Nederland de eerste stap naar de Benelux. In 1944 maakte hij deel uit van de Nederlandse delegatie op de Conferentie van Bretton Woods.

Wereldbank en IMF In 1946 werd Crena de Iongh eerst plaatsvervangend bewindvoerder en daarna treasurer van de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, de latere Wereldbank. Hij typeerde die opbouw zelf als "een schip bouwen en er tegelijk al in varen". In 1952 ging hij met pensioen. Het jaar daarop kozen Nederland, Joegoslavië en Israël hem tot bewindvoerder van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds. In het najaar van 1955 liep dat mandaat af.

Laatste jaren Na zijn scheiding van Anna Elisabeth Gransberg trouwde hij in 1947 met Mary Dows Herter, de weduwe van de Amerikaanse uitgever W.W. Norton. Het paar verhuisde naar Connecticut. Crena de Iongh verdiepte zich in Byzantijnse kunst, die hij op reizen fotografeerde. In 1967 verscheen zijn boek Byzantine aspects of Italy.

Literatuur J.P.B. Jonker, 'Crena de Iongh, Daniël (1888-1970)', in: Biografisch Woordenboek van Nederland 5 (2002).

Categorie:Nederlands bankier