De Vandaalse Oorlog (461-468) was een meerjarig conflict tussen enerzijds de twee rijkshelften van het Romeinse Rijk tegen anderzijds de Vandalen in Noord-Afrika. In deze oorlog draaide het om de hegemonie in het Middellandse Zeegebied en het keizerschap van het westen. De Vandalen als opkomende macht vormden een enorme gevaar voor de stabiliteit van het Romeinse Rijk. Piraterij en rooftochten waren een plaag en bedreigden de handel in de hele Middellandse Zee. De oorloginspanning van de Romeinen vanaf 466 was gericht op de vernietiging van het Vandalenrijk om daarmee het rijk in haar oorspronkelijke territorium te herstellen. In deze oorlog werden gewapende conflicten over en weer afgewisseld met vredesbesprekingen en traden de twee rijksdelen van het Romeinse rijk niet altijd eensgezind op.

Hoofdrolspelers thumb|300px|Zilveren munt uit het Vandaalse rijk met de initialen van Geiserik Geiserik (429-477), koning van de Vandalen speelde al sinds hij in 429 zijn volk naar Afrika leidde een belangrijke rol. Die positie had hij verkregen door in een reeks oorlogen met de Romeinen als overwinnaar te eindigen. In het conflict tussen 461 en 468 waren zijn belangrijkste tegenstanders: Ricimer, opperbevelhebber van het West-Romeinse leger en sinds diens staatsgreep in 461 de sterke man in het westen, en Leo I (457-474), keizer van het oostelijke deel van het Romeinse rijk, die zich vanwege het ontbreken van een westelijk ambtgenoot veelvuldig met het westelijke rijksdeel bezighield. De oostelijke keizer hield toezicht op vele ambitieuze politieke en militaire plannen, vooral gericht op het helpen van het haperende West-Romeinse Rijk en het herstellen van zijn voormalige gebieden. Verder speelde Romeinse generaal Marcellinus, een verwoed tegenstander van Recimer, vanaf het begin een voorname rol. De rol van West-Romeinse keizer Libius Severus (461-465) was minimaal, die van Anthemius (467-472) daarentegen aanmerkelijk groter. Basiliscus, een Oost-Romeinse generaal, speelde op het einde van de oorlog een belangrijke rol.

Prelude Na de eerdere Vandaalse Oorlog van 439-442 kwam Noord-Afrika grotendeels in handen van de Vandalen. Formeel als foederati van de Romeinen, maar de facto regeerden zij dit rijksdeel naar eigen inzicht. Sindsdien beschikten de Vandalen ook over een deel van Middellandse zeevloot en legden zij zich toe op piraterij, eerst kleinschalig maar naargelang de tijd steeds doldriester. Het West-Romeinse Rijk ontbrak het aan voldoende middelen om hier effectief tegen op te treden.

Plundering van Rome

thumb|300px|Geiserik plunderde Rome in 455, geschilderd door Karl Brjoellov

In 455 zag de Vandaalse koning Geiserik in de usurpatie van Maximus een openlijke schending van het verdrag met de Romeinen, en een aanleiding om Rome binnen te vallen met zijn vloot. Twee weken lang werd de stad geplunderd (plundering van Rome). Volgens Johannes Malalas, die een eeuw later een kroniek schreef, werd Geiserik door Eudoxia, de vrouw van de vermoorde keizer Valentinianus III opgeroepen om de moord op haar man te wreken.Johannes Malalas, Chronographia 14:26Edward Gibbon, The Decline and Fall of the Roman Empire, (The Modern Library, 1932), ch. XXXVI., p. 1258. Eudoxia en haar twee dochters, Eudocia en Placidia werden gevangen genomen toen ze probeerden te vluchten.

Vernietiging van de Romeinse vloot In 460 werden voorbereidingen getroffen voor een grootscheepse campagne tegen de Vandalen. De toenmalige keizer Majorianus versterkte eerst het Romeins gezag in Spanje. Terwijl zijn generaals de Sueben versloegen in Lusitania (moderne Santarém, Portugal), bracht de keizer in Gallië een grote krijgsmacht bijeen. Van daar marcheerde dit leger naar Carthaginensis, waar de Romeinse vloot lag aangemeerd bij Portus Illicitanus (bij Elche). Geiserik probeerde, uit angst voor de Romeinse invasie, vrede te sluiten met Majorianus, die dit verwierp.Priscus, fr. 36.1; Hydatius, Chron., p. 32 Vervolgens wendde Geiserik andere middelen aan. Verraders betaald door de Vandalen staken de vloot op 13 mei 460 in brand. Nog voordat het leger arriveerde, was de vloot vernietigd. Majorianus annuleerde de aanval op de Vandalen en moest het grote leger dat hij bijeengebracht had, ontbinden. In Arles ontving hij boodschappers van Genserik, met wie hij overeenkwam vrede te sluiten, wat waarschijnlijk een bevestiging was van de vrede uit 442.Het verdrag is niet bewaard gebleven: uit het fragment van Priscus (fr. 36.2) kan worden afgeleid dat het niet gunstig was voor de Romeinen, ook al maakt een ander fragment (fr. 38) duidelijk dat de Vandalen geen erkenning kregen voor hun macht over Sicilië; het is mogelijk dat dit verdrag gebaseerd was op het verdrag ondertekend in 442 (Ch. Courtois, Les Vandales et l’Afrique, Parijs 1955, p.199). Voor Majorianus was de mislukte campagne tegen de Vandalen een enorme tegenvaller die een streep zette door zijn plannen het rijk in haar oude luister te herstellen, bovendien ondermijnde het zijn positie als keizer van het westen.

Staatsgreep van Ricimer

thumb|300px|Munt van keizer Libius Severus met op de keerzijde Ricimers monogram In augustus 461 keerde Majorianus terug naar Italië, waar hij onverwachts gevangen werd gezet door Ricimer, de opperbevelhebber van het Romeinse leger en vervolgens op 7 augustus vermoord.Johannes van Antiochië, fragment 203; Marcellinus, sa 461; Fasti vindobonenses priores, No 588 De staatsgreep van Ricimer stortte het West-Romeinse Rijk in een enorme crisis. In Gallië keerden de Bourgondische en Gotische foederati, die in ruil voor steun aan Majorianus een grote mate van zelfstandigheid hadden verkregen, zich af van het Romeins gezag, terwijl Ricimer weinig steun ondervond van het Romeinse leger buiten Italia. De generaals Aegidius in Gallië, Nepotianus in Spanje en Marcellinus op Sicilië verzetten zich en weigerden orders uit Italië op te volgden. Het Gallische leger lijkt Aeidius tot tegenkeizer te hebben uitgeroepenPriscus, fr. 14, De leg. gent. en op Sicilië had Marcellus ambities in die richting.

Aanvang Vandaalse bezetting van de westelijke eilanden Er volgde een interregnum van drie maanden, waarin de titel van westerse keizer niet werd opgeëist. Tijdens dit interregnum was sprake van een politieke strijd over de opvolging tussen Ricimer, de oosterse keizer Leo I, en Geiserik.Hodgkin, Thomas (1892). "Boek II, hoofdstuk VI" Uiteindelijk werd Libius Severus (461-465) door Ricimer naar voren geschoven als keizer en op 19 november 461 door de senaat in Ravenna ingehuldigd. Door het oostelijke deel werd deze benoeming echter niet erkent en voor de Vandalen was dit een geldige reden het vredesverdrag met de Romeinen te verbreken. Er brak een nieuwe oorlog uit, eind 461 veroverde Geiseriks' zeevloot de eilanden Corsica, Sardinië, Malta en de Balearen. Ook deden ze invallen op het vasteland van Italia en Griekenland.

Ricimer, nu de sterke man in het westen, was weliswaar heer en meester in Italia, maar had naast de vijandige aanvallen in het Middellandse Zeegebied te maken met open militaire oppositie van de generaals Aegidius, Nepotianus en Marcellinus. In Marcellinus, die ten zuiden van Italia op Sicilië verbleef, zag Ricimer als grootste gevaar voor zijn positie. Ricimer wendde zich tot een list om deze bekwame generaal uit zijn buurt te krijgen. Marcellinus leger bestond voornamelijk uit Hunse hulptroepen. Steekpenningen van Ricimer brachten de Hunnen ertoe om de dienst van Marcellinus te verlaten en naar de zijne over te gaan. Verstoken door het merendeel van zijn troepen vertrok Marcellinus naar Dalmatia.Priscus van Panium, fragmenten 29 Ricimer kwam echter niet militair tussenbeide, omdat Marcellinus werd gesteund door de Oost-Romeinse keizer Leo I. De andere generaals Nepotianus en Aegidius leverden geen gevaar op voor Ricimer nadat hij de Gotische en Bourgondische foederati aan zich wist te binden met ruimschoots verleende gunsten.Hydatius, kronieken 208; Anderson 2012, pag. 25

Vredesbesprekingen Na Marcellinus vertrek werd Sicilië opnieuw geteisterd door aanvallen van de Vandalen, onderhandelingen van Ricimer had geen effect. Een vredesmissie onder de paraplu van de Oost-Romeinse keizer Leo in 462 was succesvoller. De dames van het Theodosische huis keerden terug uit hun gevangenschap. Eudocia, de bruid van Hunerik, werd behouden, maar haar moeder Eudoxia en haar zus Placidia werden naar Constantinopel gestuurd. In ruil daarvoor onderhandelde Geiserik over een bepaald deel van het eigendom van Valentinianus III als de schat van Eudocia.Hydatius, kroniken 216; Priscus, fr. 10 (in De leg. Rom.). Hij had de Mauritaanse provincies, evenals Sardinië, Corsica en de Balearen al bezet en geannexeerd en was van plan om het huwelijk van zijn zoon Hunerik met Eudocia te behouden.Kulikowski 2019, p. 220

Vandaalse claim op het keizerschap Geiseriks' concessie had een duidelijke politieke doel. De Vandaalse monarch kwam nu naar voren als de kampioen van het Theodosiaanse huis tegen Ricimer en zijn parvenu keizer. Placidia was getrouwd met Olybrius, een lid van een vooraanstaande Romeinse familie, en Geiserik eiste dat Olybrius de troon in Italië zou opvolgen. Bedreigd aan de ene kant door de Vandalen, aan de andere kant door Marcellinus in Dalmatië, vroegen Ricimer en de gehoorzame Senaat om bemiddeling van de Oost-Romeinse keizer. Leo werd gevraagd om een verzoening tot stand te brengen met Geiserik en met Marcellinus. Leo stemde hiermee in, waarna Marcellinus zijn vijandelijkheden stopten. De gezanten die Leo naar Geiserik stuurde keerden echter zonder resultaat terug uit Carthago. Geiserik claimde in naam van zijn schoondochter dat al het privé-eigendom van haar vader in Italië hem toekwam, en ook de erfenis van Aetius, wiens zoon Gaudentius hij als gevangene hield. In naleving van deze claims leidde Geiserik een grote expeditie tegen Italië en Sicilië en verwoestte plattelandsdistricten en onverdedigde steden. Ricimer had hier weinig tegen in te brengen, zijn leger en marine slaagden er niet de Vandalen op zee tegen te houden.

Ricimers' campagne tegen Aegidius

In 463 deed zich een verwarrend spektakel voor, toen Ricimer in naam van de westerse keizer Libius Serverus, Goten in dienst nam om een deel van het Romeinse leger in Gallië aan te vallen. Toen de strijd bij Orleans werd gevoerd, zegevierde Aegidius. Zijn opstand werd pas in de herfst van 465 ingeperkt, toen hij werd vermoord. Op dat moment was Aegidius bezig met onderhandelingen met de Vandaalse koning Geiserik, in een poging een alternatief evenwicht van westerse troepen op te bouwen om de overheersing van Ricimer uit te dagen. Hydatius, Kronieken 220, 224

Strijd om Sicilië en Interregnum In 464 of 465 voerde Marcellinus opnieuw campagne tegen de Vandalen. In opdracht van keizer Leo I keerde hij terug naar Sicilië om het eiland te verdedigen tegen de Vandalen,John M. O'Flyn (1983), pag. 116 wat een directe bedreiging vormde voor de persoonlijke macht en het prestige van Ricimer, die Leo opriep Marcellinus ertoe te bewegen geen vijandelijkheden tegen hem te ondernemen.

Keizer Libius Severus die niet meer dan een marionet van Ricimer was overleed op 15 augustus 465. Zijn doodsoorzaak is onbekend: zowel moord als een natuurlijke doodsoorzaak is mogelijk. De verheffing van Olybrius, die een restitutie van de Theodosiaanse dynastie zou zijn geweest, leek misschien een hoopvolle oplossing voor enkele van de moeilijkheden van de situatie, maar het feit dat hij Geiseriks' kandidaat en familielid was, was een reden om hem niet te accepteren. Een jaar en acht maanden na de dood van Libius Severus werd geen opvolger benoemd.

Voortzetting van de oorlog Inval op de Peloponnesus thumb|Buste van keizer Leo I, museum het Louvre