Cumberland Gap is een volksliedje uit de Appalachia over de Cumberland Gap, een bergpas in de Appalachen op het punt waar de staten Tennessee, Virginia en Kentucky aan elkaar grenzen. In de meeste versies van het liedje is het een duivelse pas. Het nummer dateert waarschijnlijk uit de tweede helft van de 19e eeuw en werd voor het eerst opgenomen in 1924. Het wordt meestal gespeeld op banjo of viool, en er zijn zowel instrumentale versies als versies met zang bekend. Een versie van het lied verscheen in het boek American Ballads and Folk Songs uit 1934 van volksliedverzamelaar John Lomax. Woody Guthrie nam halverwege de jaren veertig een versie van het nummer op tijdens zijn Folkways-sessies, en het nummer kende een heropleving in populariteit met de opkomst van bluegrass en de heropleving van de Amerikaanse folkmuziek in de jaren 1950. In 1957 had de Britse muzikant Lonnie Donegan een nummer 1-hit in het Verenigd Koninkrijk met een skiffle-versie van het nummer.
De titel van het nummer verwijst naar de kloof, die in de tweede helft van de 18e eeuw door migranten uit de oorspronkelijke dertien Amerikaanse koloniën gebruikt werd om naar het westen naar de Transylvania Colony te reizen. Tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865) voerden de legers van de Unie en de Confederatie een jarenlange strijd om de controle over de kloof.
Oorsprong en eerste referenties Bascom Lamar Lunsford (1882-1973), een zanger en folklorist uit Noord Carolina, die in maart 1949 zijn 'geheugencollectie' opnam voor het Archive of American Folk Song, suggereerde dat "Cumberland Gap" een 'versnelde' versie zou kunnen zijn van de melodie van de ballade "Bonnie George Campbell". Lunsford nam beide nummers op viool op om de overeenkomsten te laten zien (hoewel veel volksmelodieën van de Britse eilanden erg op elkaar lijken).
Een van de eerste verwijzingen naar "Cumberland Gap" (het lied) werd gepubliceerd door auteur Horace Kephart (1862–1931) in zijn boek Our Southern Highlanders uit 1913. Kephart herinnerde zich dat hij had deelgenomen aan een berenjacht die tussen 1904 en 1906 plaatsvond in de Great Smoky Mountains. Terwijl ze wachtten tot de weersomstandigheden zouden verbeteren, zongen leden van het jachtgezelschap "ballads" om de tijd te doden. Kephart transcribeerde de openingsstrofes van verschillende van deze nummers, waaronder een versie van "Cumberland Gap", gezongen door 'Hazel Creek'-berenjager "Little John" Cable: L-a-a-ay down boys, Le's take a nap: Thar's goin' to be trouble In the Cumberland Gap
Kephart noteerde dat het lied van "moderne en lokale oorsprong" was.
Eerste opnames en optredens De vroegst bekende opname van "Cumberland Gap" was een instrumentale versie uit 1924 van de Tennessee-violist Ambrose G. "Uncle Am" Stuart (1853–1926). De eerste zang- en solobanjoversie werd in augustus 1924 opgenomen door Land Norris voor Okeh Records. Vervolgens nam het viool-en-gitaarduo Gid Tanner en Riley Puckett in september 1924 het nummer op, en in 1926 zouden ze het nummer opnieuw opnemen met hun band, de Skillet Lickers. De teksten van Tanner lijken weinig op die van Fuson, hoewel Tanners refrein de regel "Me and my woman and my woman's pap" gebruikt, die lijkt op een regel in een van Fusons strofen.
Halverwege de jaren 1940 nam Woody Guthrie een versie op van "Cumberland Gap" voor het Folkways-label van Moe Asch, met daarin het refrein "Cumberland Gap, Cumberland Gap / Seventeen miles to the Cumberland Gap". Pete Seeger bracht in 1954 een versie uit die enigszins leek op die van Guthrie. De versie van Lonnie Donegans skiffle-versie uit 1957, die nummer 1 bereikte in de hitlijsten in het Verenigd Koninkrijk, leek ook op Guthrie's Folkways-versie.
In mei 1925 won violist GB Grayson op de Fiddlers' Convention in Mountain City in Tennessee de eerste prijs (hoewel de verhalen variëren) met zijn vertolking van "Cumberland Gap", waarmee hij rivalen Stuart, Charlie Bowman en Fiddlen' John Carson versloeg. Bluegrass-banjospeler Earl Scruggs speelde het in een gedenkwaardig optreden op het Newport Folk Festival in 1959. Het nummer is nadien opgenomen en uitgevoerd door tientallen bluegrass-, country- en folkmuzikanten. Teksten HH Fuson een verzamelaar van Kentucky-ballds publiceerde in 1931 een lange versie van "Cumberland Gap", waarbij de eerste regels in het openingscouplet luidden: "Lay down, boys, an'take a little nap" en de laatste regel luidt: "They're all raisin' Hell in the Cumberland Gap". Fusons versie vermeldt ook belangrijke historische gebeurtenissen in de pioniersperiode van de Cumberland Gap en de strijd om controle over de kloof tijdens de burgeroorlog. Zijn laatste strofe eindigt met de regel "Fourteen miles to the Cumberland Gap". Deze laatste regel komt ook voor in een opname, die John Lomax in 1933 maakte van het nummer door een obscure violist uit Harlan in Kentucky, bekend als "Blind" James Howard, en gepubliceerd in zijn boek uit 1934, American Ballads and Folk Songs.
Lonnie Donegan zingt als intro: Cumberland gap, Cumberland gap, fifteen miles to Cumberland gap en varieert voornamelijk heel zijn versie op deze zin.
Versies Artist Jaar Uitgebacht Genre Opmerkingen Uncle Am Stuart July 1924 Vocalion Vo 14839 Old-time fiddle Instrumental Land Norris August 1924 OKeh 40212 Old-time Solo vocal and solo banjo Gid Tanner and Riley Puckett September 1924 Columbia Co 245-D Old-time fiddle and banjo Gid Tanner and The Skillet Lickers 1928, Columbia Co 15303-D Old-time with vocal Riley Puckett plays guitar The Hill Billies 1926 Vocation Vo 5024 Old-timeDick Burnett, Leonard Rutherford & Byrd Moore1928Gennett Ge 6706 Old-time banjo, fiddle, guitar Frank Hutchison 1929 OKeh OK44570 Old-time guitar with vocal Blind James Howard 1933 Library of Congress Old-time fiddle Recorded for LOC by John Lomax Gid Tanner and The Skillet Lickers 1934 Bluebird BB B-5434Old-time fiddle, guitar, mandolinAls "Cumberland Gap on a Bucking Mule" Luther Strong 1937 Library of Congress Old-time fiddle Recorded for LOC by Alan Lomax Woody Guthrie 1944-1945 Folkways Folk Bascom Lamar Lunsford 1949 Library of Congress Old-time fiddle Speelt "Bonnie George Campbell" and "Cumberland Gap" Pete Seeger 1954 Folkways Folk Don Reno and Red Smiley 1956 King Records Bluegrass Lonnie Donegan 1957 Pye Records Skiffle 5 weken in het VK op nr 1) The Vipers Skiffle Group 1957 Parlophone Skiffle Dickie Bishop and his Sidekicks1957London RecordsSkiffleWade Ward1959Atlantic Records Old-time banjoOpgenomen door Alan Lomax en Shirley Collins"New River" Jack Burchett1961Smithsonian FolkwaysOld-time banjo met zangUitgebracht in 1994 Lester Flatt and Earl Scruggs 1961 Columbia Bluegrass Byard Ray & Obray Ramsey 1961 Polydor Old-time banjo en fiddle Van het album White Lightnin' Dock Boggs 1963 Folkways Old-time banjo Hobart Smith 1963 Folkways Old-time banjo Fleming Brown sessies; virtuoos banjospel P.J. Proby met The Vernons Girls 1964 Pop-Rock Uitgevoerd tijdens de TV special Around The BeatlesFred Cockerman1967County RecordsOld-time banjoCuje Bertram1970Home recordingAfro-Amerikaans fiddleIn 1999 door Document RecordsEsker Hutchins1971County RecordsOld-time banjo Kyle Creed 1977 Heritage Old-time banjo Album: LibertyRobert Byrd1978County 967Old-time fiddle met zangLP U.S. Senator Robert Byrd – Mountain Fiddler. Chancey Brothers1979Dust-to-DigitalOld-time banjo with guitar The Wedding Present 1992 New Musical Express Indie Rock Ruby Trax Old Crow Medicine Show 2001Blood Donor Music Old-time Greetings from Wawa Frank Fairfield 2009 Tompkins Square Old-time Xiu Xiu 2010 Kill Rock Stars Indie RockVan album Dear God, I Hate Myself (2010) Felice Brothers 2012 Alt Folk Home Recordings Rising Appalachia 2012 & 2017 Independent Alt Folk De studio versie staat op Filthy Dirty South (2012); een live versie op Alive (2017) Cameron Knowler & Eli Winter 2021 American Dreams Records Instrumental gitaar als "Cumberland Application" David Rawlings 2017 Acony Records Folk Van het album Poor David's Almanack Overig David Rawlings Dave Rawlings nam met zijn muzikale partner Gillian Welch een nummer op met dezelfde titel, dat geïnspireerd is op dit lied. Het verscheen op zijn album Poor David's Almanack uit 2017 en verkreeg bekendheid als openingstune van de film The Gentlemen.
Zijn tekst bevat meermaals de strofe: Cumberland gap, it's a devil of a gap
Jason Isbell Jason Isbell heeft ook een nummer onder de titel "Cumberland Gap", maar dat is een eigen compositie.
Categorie:Muziek in de Verenigde Staten Categorie:Single uit 1957 Categorie:Americana