Anthonio Hurdt, ook wel Anthony Hurt (Middelburg, ca. 1635 - Batavia, 7 december 1689) was een koopman in dienst van de VOC. Hij was van 1669 tot 1672 gouverneur van Banda en van 1672 tot 1678 gouverneur van Ambon. In 1678 leidde hij op Java de expeditie naar Kediri, waarbij Amangkurat II hersteld werd op de troon van Mataram door het verslaan van de opstandeling Trunajaya. In 1684 werd hij in Batavia directeur-generaal in de Raad van Indië.

Loopbaan in de Oost

Banda miniatuur|Nootmuskaatoogst op Lontor. Hurdt vertrok op 20 januari 1652 met het schip Verenigde Provinciën van de VOC-Kamer Zeeland in de rang van assistent-koopman naar Batavia, en kwam daar op 21 juli 1652 aan. Hij ging direct door naar Banda Neira. Daar werkte hij tot 1657 als onderkoopman en geheimschrijver (secretaris mede voor vertrouwelijke stukken). Daarna werd hij bevorderd tot koopman, en volgde zijn ex-schoonvader Pieter van Beusecom op als opperhoofd op Lontor, het grootste Banda-eiland. Zijn vrouw was Anna van Beusecom, maar zij stierf in april 1661, vijf dagen na de geboorte van een tweeling, die haar niet lang overleefde. Na het overlijden van de gouverneur van Banda, Abraham Weyns, ook in dat jaar, werd Hurdt opperkoopman en vice-gouverneur onder Leonard van Sorgen, die korte tijd later ook overleed. Hurdt nam toen enige tijd het gouverneurschap waar, tot hij in augustus van Jacob Hustaert, gouverneur van Ambon, van plaats moest wisselen met de tweede man op Ambon, Anthony van Voorst. In oktober werd dat op beider verzoek weer omgedraaid. Hurdt werd toen vice-gouverneur van Banda onder Johannes van Dam. Hij kreeg echter onenigheid met hem, waarop hij in oktober 1663 werd teruggeroepen naar Batavia. Hij gaf daar pas in juni 1664 gehoor aan, waarna hij in juli als opperhoofd naar de factorij in Banjarmasin aan de zuidkust van Borneo werd gezonden. Hij kreeg ruim 66.000 gulden en katoenen kleden uit Coromandel mee om daar peper mee in te kopen.

Banjarmasin en Timor Er was in Banjarmasin recent een machtswisseling geweest en Hurdt kreeg de opdracht 'dat tusschen den ouden en nieuwen pangéran, in cas van troublen, neutraliteyt sal gehouden worden'. Het lukte Hurdt in september het uit 1660 daterende handelscontract van de VOC ook door de nieuwe pangeran, Soerianata geheten, bevestigd te krijgen. In oktober was hij weer terug in Batavia, maar vanwege een slechte oogst met veel minder peper dan waar op gehoopt was. Op 2 januari 1665 werd hij aangesteld als opperhoofd op Timor, waar vanuit Fort Concordia sappanhout werd ingekocht. Hurdt kreeg koopwaar en munitie en voorraden voor het fort mee. Vanaf Timor rapporteerde hij dat het fort hoognodig reparaties nodig had en dat door de kooplieden daar 'soo wel van de minste, als van de meeste, een seer vuyl, slordig en ongereguleert leven is geleyt, soo met droncken drincken, als hoereeren'. In oktober 1666 besloot Batavia het garnizoen in Timor te verminderen tot 40 man, en de overige 100 met Hurdt naar Ambon te sturen.

Ambon miniatuur|Kasteel Victoria op Ambon. Hurdt werd in Ambon tweede man onder de gouverneur Pieter Marville. Op 10 april 1667 overleed Marville 'en syn gantsche familie'. Hurdt werd toen in mei door Cornelis Speelman benoemd tot waarnemend gouverneur. Speelman was op 26 mei in Ambon aangekomen als 'superintendent en visitateur' op een tocht langs diverse eilanden in het kader van de expeditie tegen Makassar. Hij stelde Georg Rumphius aan als Hurdts secunde (tweede persoon en plaatsvervanger). In maart 1669 werd Marville officieel opgevolgd door Jacob Cops, die daarvoor gouverneur van Banda was. Hurdt schreef in april een zogeheten memorie van overgave met een overzicht van de stand van zaken op Ambon, en volgde Cops toen op als gouverneur van Banda. Drie jaar later herhaalde zich dat, toen er over Cops veel klachten kwamen en hij ruzie kreeg met zijn tweede man Cornelis Francx. Cops werd in april 1672 teruggeroepen naar Batavia en Hurdt werd benoemd tot zijn opvolger op Ambon. Hij werd bovendien aangesteld als commissaris om de klachten over Cops te onderzoeken.Cops werd in Batavia na een lang proces in september 1675 afgezet en ontslagen, maar werd na enige tijd 'uit medelyden met zyn huishouden' (volgens Francois Valentijn) als president van Makassar benoemd. miniatuur|330x330px|Kasteel Victoria ca. 1690. Zes jaar bleef Hurdt gouverneur van Ambon. Francois Valentijn, die uitgebreid over Ambon schreef en Hurdt gekend heeft, was zeer over hem te spreken. Hij beschreef hem als 'een man van korte gestalte, zeer geschonden van de kinderpokjes, maar een wakker, nugteren, en zeer verstandig Landvoogd, die de E. Compagnie hier, en elders, groote diensten heeft gedaan. Hy heeft veel goede wetten, placcaaten, instructien, en een zeer nette kerkordre hier nagelaten, en zich bij veele ingezetenen zeer bemind gemaakt'. Ook trad hij op 'tegen alle soorte van sluykerijen der specerijen en ongeoorlooffde vaerten der Oostcerammers ofte Keffingers ende de Boutonders'. Bij de hongitocht van 1673 liet hij op Ceram bericht uitgaan om hem 'aen haere stranden aff te waghten en met hem in gesprecq te comen'. Hij wilde proberen een 'bestendigh verdragh' te doen sluiten tussen de vanouds strijdende facties van de Uli Siwa en de Uli Lima,Gemeenschappen die overal in de Molukken tegenover elkaar stonden in 'oude onuytroeyelijcke factiën'. De Uli Siwa hingen meestal oorspronkelijke godsdiensten of het christendom aan. De Uli Lima waren vaak moslims. maar de Raad van Indië maakte zich daar geen illusies over.

Aardbevingen miniatuur|321x321px|Illustratie van kruidnagels in het Amboinsche Cruijdeboek van Georg Rumphius. De door Rumphius en Valentijn beschreven 'schrickelicke ende gans ongehoorde' aardbevingen in die jaren vielen onder zijn bewind. De grootste vond plaats op 17 februari 1674, waarbij Kasteel Victoria beschadigd werd en in de stad 'alle steene wooningen ingestort ende over de 79 menschen daer onder dood' bleven. Toen de oever van de rivier uiteen scheurde, 'sprong 't water als een fontein, daar door wel een 18 à 20 voeten hoog, met opwerping van blaauw modderagtig zand'. Hurdt en anderen vluchtten uit het fort naar de gouverneurswoning aan de Olifantsweg, die zich hogerop bevond. Daar werd 'een gebed onder den blaauwen Hemel gedaan'. Op Hitoe was het veel erger, met een 'ongemeene hooge water-vloed, dat de negryen met land, menschen ende alles daer om her wel tot 2300 toe (waer onder 31 Europeanen) weg-gesonken waeren tot een poel van 30 à 40 vademen diep, nevens noch andere wonderheden meer'. Na de aardbeving heersten overal ziektes onder mensen en dieren, vooral omdat het water in de rivieren bedorven was.

Ternate In juli 1675 werd Hurdt benoemd tot raad-extraordinair in de Raad van Indië, na al bijna 25 jaar dienst in de oostelijke regio. Eind 1676 maakte hij een 'sprongtogje' naar Ternate om in dat 'hoofdeloose gouvernement de vereyste ordre te stellen en den wispelturigen en verwoeden conink Amsterdam aldaar mede tot bedaaren en redelijkheyt (des doenelyk) te brengen'. Deze sultan Sibori Amsterdam sloot daarna met gouverneur Robert Padtbrugge een overeenkomst waarin hij beloofde zich voortaan verantwoordelijk te gedragen jegens zijn onderdanen en naburige eilanden. Via Tidore ging Hurdt in februari weer terug naar Ambon.

In oktober 1676 werd Hurdt samen met enkele anderen door de Heren XVII opgeroepen om in Batavia als raad-ordinair lid in de Raad van Indië zitting te gaan nemen. Dat bericht kwam in juni 1677 in Batavia aan. In mei 1678 schreef Hurdt een 'Kort berigt bij forme van Memorij' voor zijn opvolger Robbert de Vicq, en vertrok van Ambon. Hij nam 153 Ambonese soldaten en een lading kruidnagels mee. Er werd hem gevraagd om onderweg enige tijd door te brengen in de VOC-factorij in Japara, aan de noordkust van Java, waar Cornelis Speelman net vertrokken was om in Batavia directeur-generaal te worden. Hurdt voerde overleg met Isaac de Saint-Martin en de Raad van Japara over de gespannen situatie op Java in verband met de Trunajaya-opstand en reisde toen door naar Batavia, waar hij op 2 juli aankwam. Hij werd verwelkomd met een saluut van negen kanonschoten vanaf bastion Diamant van Kasteel Batavia. Enkele dagen later werd hij door gouverneur-generaal Rijcklof van Goens beëdigd in de Raad.

De expeditie naar Kediri

De Trunajaya-opstand miniatuur|460x460px|Kaart van Java. De VOC had sinds 1646 een verbond met susuhunan Amangkurat I van Mataram. Dat rijk had zich onder diens vader, sultan Agung, door veroveringsoorlogen uitgebreid over heel Java, met uitzondering van Batavia en Bantam. Onder Amangkurat I kromp het weer ineen, mede als gevolg van zijn impopulaire schrikbewind, dat hem ook in conflict bracht met zijn oudste zoon, de kroonprins Adipati Anom, die rond 1670 in het geheim een verbond sloot met de aan het hof vastgehouden jonge raden Trunajaya uit Madura. Dat eiland was in 1624 door Agung veroverd. Trunajaya ontsnapte naar Madura en wist daar aan de macht te komen. Van daaruit voerde hij in 1675 met hulp van zwervende bendes Makassaren aanvallen uit op de noordkust van Mataram. Dit was het begin van de Trunajaya-opstand. Op basis van het vredesverdrag met Mataram stuurde de VOC in 1676 twee expedities uit tegen Trunajaya, maar zonder veel succes. Het leger van Trunajaya versloeg vervolgens in oktober bij Gegodog het leger van Mataram, dat werd aangevoerd door Adipati Anom. De hele noordoostkust kwam in Trunajaya’s bezit, op Japara na. In december 1676 werd er voor de derde keer een VOC-expeditie uitgezonden, nu onder leiding van Speelman. Deze versloeg Trunajaya in Surabaya, maar toen Speelman vervolgens naar Madura ging, trok Trunajaya het binnenland van Mataram in naar Kediri. De stad werd in juni 1677 ingenomen. Van daar viel hij ook de hofstad Plered aan, waar de kraton van Amangkurat stond, en plunderde het.Amangkurat I had hier een nieuwe kraton gebouwd en de hofhouding er naar toe verhuisd vanuit het oude Karta van sultan Agung, iets verderop. Onder andere de kroon van Majapahit werd meegenomen. De oude Amangkurat stierf op de vlucht naar Japara, en Adipati Anom volgde hem daar op als susuhunan Amangkurat II. Een jongere broer, pangeran Puger, nam zijn intrek in de verwoeste en door de Madurezen weer verlaten kraton en ging zich ook susuhunan noemen.

De Compagnie komt te hulp miniatuur|300x300px|Japara. Links is de Javazee. Beneden is de stad, aan de overkant van de rivier een berg met fortificaties.