miniatuur|George Stoneman, later (1883-1887) gouverneur van Californië miniatuur|Zeven ambulances en twee kwartiermeesterwagens bij Brandy Station in mei 1864 Stonemans Raid van 1865, ook Stonemans Laatste Raid genoemd, was een inval in en rond het westen van North Carolina en het zuidwesten van Virginia, tijdens de laatste fase van de Amerikaanse Burgeroorlog, door de cavalerie van de Noordelijke Staten. Het doel ervan was het leger van Robert E. Lee zoveel mogelijk te hinderen in zijn bevoorrading vanuit het zuidwesten en ook bij hun eventuele aftocht uit Richmond. De daartoe gekozen middelen waren niet alleen het inmiddels bij beide partijen gebruikelijke vernielen van spoorwegen maar ook het aanvallen van burgerlijke doelen om zowel levering van materieel als het moreel van de bevolking te treffen. De tocht, door 4 à 6000 cavaleristen, duurde van 21 maart tot 27 april 1865 en ging over een afstand van duizend kilometer, daarbij werden zesduizend krijgsgevangenen gemaakt.

Het was een diepe operatie avant la lettre. Historisch is de raid controversieel gebleven. De militaire schade voor de Zuidelijke Staten was niet te overzien, het oorlogvoerend potentieel van het hele gebied werd vernietigd. Het was een voorbeeld van totale oorlog; het bracht de naam van Stoneman roem in het Noorden, al wordt hij ook daar zelden in de geschiedenis vermeld, en schande in het Zuiden.

Plan en voorbereidingen Nadat hij in oktober 1864 door een krijgsgevangenenruil (tegen brigadier-generaal Daniel Govan) was vrijgekomen werd George Stoneman (1822-1894) vervangend officier voor generaal John Schofield, bevelhebber van het Army of the Ohio. Zijn eerdere gevangenneming bij Clinton had hem de twijfelachtige faam opgeleverd de krijgsgevangene met de hoogste rang ooit in de burgeroorlog te zijn. Hij stelde nu voor een inval te doen in het zuidwesten van Virginia, gericht op het vernielen van de Virginia and Tennessee Railroad en vervolgens in North Carolina, gericht op Salisbury en zijn grote gevangenis, waar veel krijgsgevangenen werden vastgehouden. Hij kreeg eerst toestemming voor het eerste deel van zijn plan, wat leidde tot Stonemans Raid van 1864, waardoor hij zijn aanzien als cavalerieofficier kon herstellen en hoofd werd van het Union Army of East Tennessee.

In februari 1865 gaf opperbevelhebber Ulysses S. Grant via generaal Thomas toestemming voor het uitvoeren van het volgende deel van het plan. Stoneman kreeg nu de opdracht het oostelijke deel van de Virginia and Tennessee Railroad, en vooral het Cambria station in Christiansburg, te verwoesten, evenals de North Carolina Railroad en de lijn Danville - Greensboro; Robert E. Lee zou dan deze infrastructuur niet kunnen gebruiken voor de toen te voorziene terugtrekking van zijn leger vanuit Richmond en Petersburg. De opdracht vermeldde daarbij de ongewone specificatie dat Stoneman moest "verwoesten maar geen veldslagen leveren".miniatuur|links|Een 10-ponds Parrott kanon in Gettysburg

Het kostte Stoneman moeite om voldoende paarden te vinden voor de negen beoogde regimenten, maar uiteindelijk kon hij deze eind maart verzamelen bij Mossy Creek in Tennessee. Per drie regimenten werd een brigade gevormd (met als bevelhebbers kolonel William J. Palmer, brigadegeneraal Simeon B. Brown en kolonel John K. Miller), daarnaast een artilleriebrigade onder leiding van luitenant James M. Regan. Grant had intussen op 9 maart naar Thomas getelegrafeerd dat Stoneman genoeg zou hebben aan 1500 manschappen, aangezien er weinig tegenstand verwacht werd, maar deze laatste hield vast aan zijn oorspronkelijke streven naar het drie- of viervoudige daarvan. Bovendien werd hij, niet voor de eerste keer, toen ernstig gehinderd door aambeien. Bij de divisie hoorden ook tien ambulances, een kwartiermeesterswagen, vier Parrott kanonnen en hun munitiewagens. De tweede commandant na Stoneman was generaal Alvan Cullem Gillem. Aan het hoofd van de Zuidelijke troepen in het beoogde gebied stond generaal P.G.T. Beauregard. Deze ging ervan uit dat de gevangenis in Salisbury het doel van de tocht was en stuurde vooral versterkingen daarheen; maar toen hij vernam hoe ze verspreid over een groot gebied opereerden en ook industrie en opslagplaatsen aanvielen legde hij het zwaartepunt van de versterkingen meer op het spoorwegknooppunt Greensboro en op Danville, dat begin april even de nieuwe hoofdstad van de Geconfedereerden zou worden.

Tegelijk was generaal James H. Wilson op 20 maart, eveneens vanuit Tennessee, begonnen aan een gelijkaardige cavalerieraid door Alabama en Georgia, die tot 20 april zou duren. Dergelijke raids waren ook eerder uitgevoerd, bijvoorbeeld door de Geconfedereerde bevelhebbers John Hunt Morgan (medio 1863), Joseph Wheeler (begin oktober 1863) en Sterling Price (najaar 1864). En Stoneman had zelf inmiddels drie dergelijke raids op zijn naam staan: een in 1863 en twee in 1864 (waaronder de onfortuinlijke raid in Georgia).

Raid upright=1.8|miniatuur|links|Stonemans Laatste Raid Door de Blue Ridge Mountains en naar Virginia Ze vertrokken op 21 maart uit Knoxville; per soldaat was de toegestane bagage een overjas, proviand voor vijf dagen (ervan uitgaand dat, na een eenmalige aanvulling op 25 maart bij Jonesborough vanuit een achter hen aan komende trein, de verdere voedselvoorziening uit lokale bronnen zou komen), vier hoefijzers met bijbehorende nagels, en drieënzestig munitiepatronen.

Passend bij een burgeroorlog bevonden er zich in hun rangen ook zogenaamde Home Yankees, mannen die uit de betreffende staten afkomstig waren, maar de kant van de Unie hadden gekozen, terwijl ook de bevolking in het beoogde gebied lang niet alleen uit tegenstanders bestond. Plunderingen en misdaden tijdens de raid gebeurden vooral door uit het zuiden afkomstige cavaleristen of door buren onderling die na vier jaar hun kans schoon zagen.Woestemeyer Van Noppen, Ina (1961), o.c., p. 20miniatuur|Uitzicht over de Blue Ridge Mountains in Deep Gap, Watauga County

Zo werden ze in de eerste plaats, Morristown, hartelijk en zelfs vrolijk ontvangen terwijl lokale bewoners hen bij het oversteken van de Blue Ridge Mountains (via Deep Gap) hielpen door de route 's nachts met vuren bij te lichten; maar in Boone dienden ze slag te leveren met de burgerwacht (Home Guard).Stoneman's Raid (N-12) op dncr.nc.gov Deze Home Guard hield zich in belangrijke mate bezig met het opsporen van dienstweigeraars en het terroriseren van hun families. Negen van hen werden er gedood, tientallen gevangen genomen, de gevangenis in brand gestoken en enkele huizen geplunderd.

Gillem werd door Stoneman op de vingers getikt omdat hij in Boone de administratie van het county had verbrand evenals vervolgens ook Patterson Mill, waar katoenproducten bewerkt werden voor het Geconfedeerdenleger (maar ooit ook wel voor dat van de Unie). Waar ze kwamen namen ze voedsel, paarden en muildieren in beslag. Voor het leger bruikbare voorraden die ze zelf niet meteen nodig hadden werden vernietigd. De bewoners verborgen veel dieren en voedsel in de bossen; maar de bergplaatsen werden dan weer vaak aangewezen door zwarten, die zich bevrijd voelden en waarvan er steeds meer met de raiders mee begonnen te trekken. Ook alle rijtuigen werden aanvankelijk in beslag genomen, zodat deze al gauw een karavaan van meer dan anderhalve kilometer vormden (met daartussen ook een postkoets, tot op het dak afgeladen met soldaten die al of niet voorwendden even niet te kunnen lopen of op een paard te kunnen zitten).miniatuur|Vernielde spoorwegbrug tijdens de burgeroorlog

Stoneman splitste zijn leger in twee groepen, die langs verschillende routes richting Wilkesboro trokken. Hun geplande tocht naar Virginia werd drie dagen verhinderd door hevige regenval, die hen belette de Yadkin rivier over te steken terwijl een derde van het leger, de brigade onder Palmer, zich toen al aan de overkant bevond.

In plaats van, eenmaal de rivier overgestoken, deze verder oost- en vervolgens zuidwaarts te volgen naar Salisbury stuurde hij zijn troepen naar het noorden, Virginia in. Daarbij onderschepte hij een richting Christiansburg rijdende trein met zeventien wagons; deze werden verbrand terwijl de erin aanwezige paarden aan de eigen kwartiermeester werden overgedragen. Het was inmiddels 2 april, de dag waarop Robert E. Lee Richmond begon te verlaten met de bedoeling zich te hergroeperen met Johnstons troepen in het zuidwesten. Stoneman stuurde vijfhonderd ruiters naar Wytheville, die er spoorbruggen en voorraden vernielden, weliswaar ten koste van enkele tientallen gesneuvelden. Onderdelen van zijjn leger waaierden uit naar andere plaatsen en richtten gelijkaardige vernielingen aan rond Hillsville, Christiansburg (waar hij gedurende enkele dagen zijn hoofdkwartier had in Montague House) en het sterk verdedigde Lynchburg, dat tot op tien kilometer werd genaderd. In Christiansburg dwongen ze de telegrafist om allerlei informatie op te vragen in Lynchburg, pas na een half uur communiceren kreeg men daar argwaan.

Hun raid naar Salem gaf Lee, die gehoopt had zich richting Danville te verplaatsen maar aan het uitwijken was naar Lynchburg, de indruk dat ze een voorhoede waren van een ander leger.miniatuur|links|de Otter Peaks (1858) door Edward Beyer

Majoor Wagner, die op 7 april de opdracht had twee spoorbruggen bij de Otter Peaks over de gelijknamige rivier te vernielen, wachtte daarmee een hele dag in de hoop dat als gevolg van de val van Richmond de order ingetrokken zou worden en hij ze zou kunnen sparen, maar uiteindelijk gaf hij om elf uur 's avonds het bevel de houtstapels eronder in brand te steken.

In enkele dagen in Virginia maakte Stonemans cavalerie er 240 kilometer spoorwegen van de Virginia and Tennessee Railroad onklaar. Op 7 april begon Stoneman opnieuw richting North Carolina te trekken en verzamelde twee dagen later (op Palmzondag) iedereen bij Danbury. Hoewel Lee zich die dag bij Appomattox overgaf aan Grant wilde Jefferson Davis het nog niet opgeven en zou het nog verschillende weken duren voor de oorlog definitief voorbij was.

Omdat de toenemende groep Afro-Amerikanen bij een eventueel treffen met de vijand een gevaar dreigde te gaan vormen voor de veiligheid van de troepen stuurde Stoneman hen onder begeleiding naar het oosten van Tennessee, waar ze voor een groot deel nog dienst zouden nemen in het 119th Regiment of the United States Colored Troops onder Charles Gratiot Bartlett.

Terwijl hij zelf richting Salisbury trok stuurde hij een divisie onder Palmer naar Salem; op een paar schoten na werd deze er vriendelijk ontvangen, bewoners hingen zelfs de vlag van de Union uit (van 1863-1865 met 35 sterren en 13 strepen). Andere vernielingen dan aan de spoorwegen rond Salem, Winston en Greensboro lieten ze vrijwel achterwege; hun vernielingen aan de spoorwegen, bruggen en treinen rond de laatste plaats leidden tot troepenverplaatsingen vanuit Salisbury, met als gevolg dat Stoneman daar later de handen meer vrij zou hebben. Doordat met de spoorwegen ook de telegraaflijnen werden vernield konden ze op allerlei plaatsen vaak onverwacht opduiken.miniatuur|Jefferson Davis en zijn vrouw Varina Howell

Op de dag dat Lee zich overgaf begaven Jefferson Davis en zijn kabinet zich vanuit hun kortstondige nieuwe hoofdstad Danville naar Greensboro - waar de raiders hen zonder het te weten op een bepaald moment tot op enkele kilometers naderden. Palmer vernielde delen van de Piedmont Railway, met inbegrip van een belangrijke spoorwegbrug over Reedy Fork op 11 april: naderhand bleek dat een uur eerder Davis en de zijnen er overheen gevlucht waren, wat deze grinnikend deed opmerken: "Net mis is ook mis". De Zuidelijke generaals Beauregard en Johnston hadden er in de buurt in wagons op een zijspoor hun hoofdkwartier; toen Johnston een dag later Davis opzocht toonde deze nauwelijks belangstelling voor berichten over verliezen maar had het over gefantaseerde legers die hij een paar weken later weer paraat zou hebben.