Het kabinet–Starmer was van 5 juli 2024 tot 20 juli 2026 de uitvoerende macht van de Britse overheid. Het kabinet werd gevormd door de Labour Party na de verkiezingen van 2024 met Keir Starmer, de partijleider van de Labour Party, als premier.VK maakt linkse draai, wat betekent dat voor verhouding met EU?, 5 juli 2024

Jaar 1: juli 2024- juni 2025 Het kabinet-Starmer had een moeilijke start door onverwachte tegenvallers, crisissituaties in binnen- en buitenland, en personele problemen. Problemen in het ondersteunend team in Downing Street 10 leidden binnen drie maanden tot het ontslag van stafchef Sue Gray. In september werd bekend dat Starmer en zijn vrouw voor en na de verkiezingen geschenken hadden aanvaard van rijke sympathisanten van de Labour partij. Hoewel Starmer de geschenken volgens de geldende regels had gemeld, leidde de zaak tot brede kritiek en afkeuring.

Minister van Financiën Reeves verklaarde dat de conservatieve regering een niet eerder bekend tekort van 22 miljard zou hebben achtergelaten. Dit was aanleiding voor een aantal ongeplande en impopulaire bezuinigingen. Sommige commentatoren betwijfelden echter of dit tekort voor de verkiezingen echt volledig onbekend was geweest bij Labour. Daarnaast kreeg de regering te maken met rellen in verschillende Britse steden na een steekincident in Southport.

De waardering voor de manier waarop Starmer zijn werk deed daalde in de eerste honderd dagen van het kabinet met 44 punten naar 33%. Ook de voorsprong van Labour op de Conservatieven in de opiniepeilingen daalde snel.

De regering begon met de uitvoering van belangrijke voornemens uit het Labour verkiezingsprogramma: het versoepelen van de planningsregels voor grote bouwprojecten, het nationaliseren van de spoorwegen, betere rechtsbescherming voor werknemers, en de oprichting van GB Energy, een nationaal energieproductiebedrijf. Ter bestrijding van illegale immigratie en mensensmokkel werd een grensbeveiligingscommando ingesteld.

Het Kabinet-Starmer kreeg te maken met complexe internationale dossiers als de voortdurende conflicten in Oekraine en Gaza, en het tweede presidentsschap van Donald Trump. Er werden successen geboekt op buitenlands beleid, zoals handelsakkoorden met India, de Verenigde Staten en de Europese Unie. Het vertrouwen in het Verenigd Koninkrijk als internationale partner werd na de tumultueuze jaren onder de conservatieve premiers Johnson, Truss en Sunak enigszins hersteld.

In eerste instantie steunde de regering Starmer Israel in het Gaza-conflict. In mei 2025 riep hij in een gezamenlijke verklaring met Emmanuel Macron en Mark Carney op tot een staakt het vuren, en veroordeelde Israëlische acties. In juni 2025 steunde de Britse regering de Amerikaans-Israelische aanvallen op locaties die onderdeel waren van het Iraanse nucleaire programma.

De regering-Starmer slaagde er niet in om in het eerste jaar wezenlijke verbeteringen tot stand te brengen in een aantal kwesties die burgers het meest direct raken, zoals wachtlijsten in de zorg, inflatie, energiekosten en tekort aan woningen. Ook lukte het niet om immigratie terug te dringen. Economische tegenvallers maakten extra bezuinigingen nodig, ook op sociale voorzieningen, omdat men de belastingen niet wilde verhogen. Deze bezuinigingen leidden tot fel verzet binnen de Labour fractie, en moesten door Starmer deels worden teruggedraaid. Het besluit om de defensie uitgaven te verhogen, ten koste van het budget voor ontwikkelingssamenwerking, leidde tot het vertrek van Anneliese Dodds, de minister voor International Development.

In mei 2025 leed Labour zware verliezen bij lokale verkiezingen, waarbij Reform UK van Nigel Farage als grote winnaar uit de bus kwam. Starmer kreeg forse kritiek toen hij enkele weken na deze verkiezingen in een toespraak zei dat Groot-Brittannië door immigratie een ‘island of strangers’ werd. Hij kreeg het verwijt de anti-immigratie retoriek van Farage te hebben overgenomen.

Volgens een YouGov-peiling uit mei 2025 had slechts 23% van de Britten een positieve kijk op Starmer, terwijl 69% een ongunstig oordeel velde. Ook de steun voor Labour als partij daalde: van ongeveer 34% vlak na de verkiezingen naar 24% medio 2025. Vanuit progressieve hoek wordt geklaagd over het gebrek aan ambitie van het kabinet op thema’s zoals sociale ongelijkheid, de woningmarkt en arbeidsvoorwaarden. Oppositiepartijen noemen het beleid te technocratisch en ideologisch onduidelijk.

Jaar 2: juli 2025 - juli 2026 miniatuur|Wekelijkse bijeenkomst van het Kabinet- Starmer, januari 2026.

In september 2025 trad vice-premier en minister van huisvestingszaken Angela Rayner af nadat een rapport had geconcludeerd dat ze bij de aankoop van een woning in strijd had gehandeld met de ministeriële gedragscode. Dit was aanleiding voor een herschikking (reshuffle) van het kabinet. Op de drie hoogste posities in het kabinet (Financiën, Binnenlandse Zaken en Buitenlandse Zaken) bleef alleen minister van Financiën Rachel Reeves op haar plek. De reshuffle werd ook gezien als een poging van Starmer om zijn leiderschap te versterken. Binnen de Labour Party waren er tekenen van onvrede; er werd gesuggereerd dat Andrew Burnham, de burgemeester van Greater Manchester, Starmer zou willen opvolgen als partijleider.

In september 2025 maakte de regering bekend dat het Verenigd Koninkrijk de Palestijnse staat formeel zou erkennen.

Starmer en Reeves verklaarden begin 2026 dat terugdringen van de kosten van levensonderhoud voor de regering absolute prioriteit zou zijn.Ook maakte de regering bekend te overwegen om weer toe te treden tot het EU defensie fonds.

In februari 2026 ontstond er een ernstige politieke crisis rond prominent Labour politicus Peter Mandelson, die door Starmer in 2024 was benoemd tot ambassadeur in Washington. Mandelson was in 2025 uit die functie ontslagen, toen bleek dat zijn banden met zedendelinquent Jeffrey Epstein hechter waren geweest dan oorspronkelijk aangenomen. In februari 2026 werd bekend dat Mandelson als minister in het kabinet-Brown ten tijde van de financiële crisis in 2008 en de daaropvolgende eurocrisis marktgevoelige informatie, onder andere over een reddingsplan voor de euro, aan Epstein zou hebben gelekt. De politie nam de zaak als een mogelijk ambtsmisdrijf in onderzoek. Starmer kreeg - ook uit zijn eigen partij - zware kritiek voor het feit dat hij de omstreden Mandelson ooit tot ambassadeur had benoemd; er werd breed gespeculeerd over een mogelijk aftreden. Stafchef Morgan McSweeney, een drijvende kracht achter de benoeming van Mandelson, nam naar aanleiding van de affaire op 8 februari 2026 ontslag. Ook de directeur communicatie vertrok, kort daarna gevolgd door de Cabinet Secretary (de hoogste Britse ambtenaar en hoofd van de civil service, het ambtenarenkorps). Prominente vrouwen uit de Labour Party spraken van een ' boys network' en misogynie in Downing Street; zij riepen Starmer op om op een hoge positie in zijn kabinet of staf een vrouw te benoemen die leiding zou geven aan een breed proces van cultuurverandering. De leider van Labour in Schotland, Anas Sarwar, riep Starmer op om af te treden. Op 26 februari 2026 verloor Labour bij een tussentijdse verkiezing voor het eerst in veertig jaar in het district Gorton&Benton (Manchester). De lagerhuiszetel ging naar de Green Party.

De regering-Starmer weigerde in maart 2026 de Amerikaans-Israelische aanval op Iran te ondersteunen. Later werd er wel toestemming gegeven om Britse bases te gebruiken voor defensieve operaties.

De druk op Starmer nam toe na de voor Labour zeer slecht verlopen lokale verkiezingen in Engeland, en regionale verkiezingen in Schotland en Wales op 7 mei 2026. De vrees groeide dat de partij bij de volgende Lagerhuisverkiezingen zou verliezen van ReformUK. Starmer gaf aan niet te zullen aftreden, en benoemde de gerespecteerde Labour-veteranen Gordon Brown en Harriet Harman tot zijn speciale gezant voor global finance, respectievelijk speciale adviseur voor vrouwen en meisjes. Meer dan 90 Labour parlementariërs tekenden een oproep aan Starmer om af te treden, en meer dan 100 een oproep om aan te blijven. Enkele (onder)staatssecretarissen namen ontslag uit de regering. Op 14 mei 2026 diende minister van Volksgezondheid en Sociale Zorg Wes Streeting zijn ontslag in. In zijn ontslagbrief zei hij geen vertrouwen meer te hebben in het leiderschap van Starmer, die hij opriep om af te treden.

Op 13 mei 2026 presenteerde het Kabinet-Starmer ondanks de politieke onrust de plannen voor 2026-2027 tijdens de formele opening van het parlementaire jaar. Er werden 37 wetsvoorstellen aangekondigd waaronder wetgeving voor een betere afstemming tussen Britse regelgeving en EU-regelgeving, de volledige nationalisatie van British Steel en beter toezicht op de waterkwaliteit van rivieren. Daarnaast werden onder andere plannen gepresenteerd voor een vrijwillig digitaal identiteitsbewijs, aanscherping van het asielsysteem, aanpassing van juryrechtspraak, beperkingen op buitenlandse politieke donaties en een verlaging van de kiesgerechtigde leeftijd naar 16 jaar.

Op 11 juni 2026 trad minister van Defensie John Healey af omdat, naar zijn zeggen, Starmer en minister van Financiën Reeves niet in staat en bereid waren voldoende geld beschikbaar te maken voor de strijdkrachten, waardoor de veiligheid van het land niet afdoende was gegarandeerd.

Op 15 juni 2026 maakte de regering bekend wetgeving te willen invoeren om het gebruik van social media door jongeren onder de zestien te verbieden.

Aan het eind van het tweede jaar van het Kabinet Starmer was er lichte verbetering zichtbaar op een aantal beleidsterreinen: het aantal illegale immigranten was ten opzichte van 2025 gedaald, bouw van nieuwe huizen kwam op gang, de waterkwaliteit was in 2025 verbeterd, en wachtlijsten in de zorgen waren enigszins gekrompen. Daarnaast was er sprake van beperkte economische groei en daling van de inflatie. De doelen die de regering zich had gesteld werden echter niet gehaald. Op een aantal thema's die burgers juist erg belangrijk vonden, zoals kosten van levensonderhoud, energieprijzen, en vervoer/kwaliteit van het wegennet was er minder verbetering.

Op 22 juni kondigde Starmer aan te zullen aftreden als partijleider en premier zodra er een opvolger bekend was.

Op 30 juni 2026 maakte Starmer het Defence Investment Plan bekend. Er werd £1.5 miljard meer vrijgemaakt voor defensie dan in een eerder concept van het plan, maar er was geen volledige financiële dekking gevonden.

Op 20 juli 2026 trad Starmer af als premier. Andy Burnham, sinds 17 juli de nieuwe leider van de Labour Party, werd door koning Charles III gevraagd een kabinet te vormen.

Samenstelling Functie(s)AmbtsbeklederAmbtstermijnPartij(en)Premier160x160px|Keir StarmerSir Keir Starmer (1962)5 juli 202420 juli 2026Labour PartyVicepremier146x146px|Angela RaynerAngela Rayner (1980)5 juli 20245 september 2025.Labour Party160x160px|David LammyDavid Lammy (1972)5 september 202520 juli 2026Labour PartyMinister van Financiën160x160px|Rachel ReevesRachel Reeves (1979)5 juli 202420 juli 2026Labour PartyMinister van Buitenlandse Zaken160x160px|David LammyDavid Lammy (1972)5 juli 20245 september 2025Labour Party160x160px|Jack StrawYvette Cooper (1969)5 september 202520 juli 2026Labour PartyMinister van Binnenlandse Zaken160x160px|Jack StrawYvette Cooper (1969)5 juli 2024hedenLabour Party160x160px|Shabana MahmoodShabana Mahmood (1980)5 september 2025 hedenLabour PartyLord President of the Council/ Leader of the House of Commons160x160px|Lucy PowellLucy Powell (1974)5 juli 20245 september 2025Labour Party160x160px|Alan CampbellSir Alan Campbell (1957)5 september 2025hedenLabour PartyLord Privy Seal/ Leader of the House of Lords160x160px|Angela SmithBaroness Smith van Basildon Angela Smith (1959)5 juli 2024hedenLabour PartyMinister van Justitie160x160px|Shabana MahmoodShabana Mahmood