Het Radisson Collection Royal Hotel, Copenhagen is een vijfsterrenhotel met 261 kamers in de Deense hoofdstad Kopenhagen dat tussen 1956 en 1960 werd gebouwd in opdracht van de luchtvaartmaatschappij Scandinavian Airlines (SAS). Hoewel het hotel sinds 2019 als Radisson Collection Royal Hotel, Copenhagen wordt uitgebaat, staat het nog steeds bekend als SAS Royal Hotel en prijken de letters SAS nog altijd op de gevel.
Het hotel werd ontworpen door de Deense architect en vormgever Arne Jacobsen, die kwam met een gebouw in de internationale stijl met een vliesgevel van glas en staal. Jacobsen beperkte zich niet tot het gebouw zelf maar ontwierp tot aan de kleinste details ook het interieur en zelfs het bestek voor het restaurant. Enkele van de meubels die Jacobsen voor het hotel ontwierp, zoals de stoelen De Zwaan en Het Ei, gelden als klassiekers van vormgeving.
Ligging Het hotel ligt vlak bij het centraal station van Kopenhagen, op de hoek van de Vesterbrogade, aan de zuidkant, en de Hammerichsgade, aan de oostkant, schuin tegenover pretpark Tivoli. SAS volgde hiermee de 19e-eeuwse gewoonte om de grote hotels bij belangrijke stations te bouwen, bovendien was het terrein van 1864 tot 1911 de locatie van het toenmalige Centraal Station. Aan de noordkant, waar ook de inrit van het parkeerterrein is, wordt het terrein begrensd door de Ved Vesterport en aan de westkant staat aangrenzende bebouwing.
Geschiedenis In 1954 kwam SAS met plannen voor een lijndienst tussen Europa en de westkust van de Verenigde Staten via de poolroute die in advertenties SAS Polar Short Cut genoemd werd. De eerste lijnvlucht van Kopenhagen naar Los Angeles vond plaats op 16 november 1954 met een met stermotoren uitgeruste Douglas DC-6. In 1955 bestelde SAS de met straalmotoren uitgeruste Douglas DC-8, die op deze route zouden worden ingezet, met een beoogde aflevering in 1958. De marketingafdeling van SAS verwachtte dat hierdoor het aantal toeristen, voornamelijk Amerikaanse, naar Kopenhagen zou toenemen zodat daarvoor een nieuw hotel moest komen.
Het nieuwe gebouw moest niet alleen als hotel dienen maar ook dienstdoen als ontvangstgebouw voor luchtreizigers van de SAS in de stad en als kantoor voor de luchtvaartmaatschappij ter vervanging van de verspreid door Kopenhagen liggende filialen. De luchtreizigers zouden met een pendelbus worden vervoerd tussen het SAS-hotel en het vliegveld. De bussen konden dankzij het eigen parkeerterrein ongehinderd de achterzijde van het ontvangstgebouw bereiken.
De eerste plannen voor het gebouw werden gemaakt in 1955 en in 1956 gaf Per Kampmann, destijds directeur van SAS, Arne Jacobsen de opdracht om het gebouw inclusief het interieur te ontwerpen. SAS wilde een hotel dat aansloot bij het straaltijdperk en een monument moest zijn voor de Deense vormgeving.
Voor SAS begon het straaltijdperk op 13 april 1959 met de ontvangst van de Caravelle, die ze als eerste luchtvaartmaatschappij op 26 april 1959 in dienst nam. De ontvangsthal werd nog in 1959 in gebruik genomen en de pendeldienst naar het vliegveld ging van start met speciaal daartoe ontworpen SAS bussen. De zeven bestelde DC-8's stroomden in tussen maart en november 1960, op 30 april 1960 werd het nieuwe stationsgebouw voor het straaltijdperk (Terminal 2) op Kastrup officieel geopend en op 1 juli 1960 volgde de officiële opening van het hotel door koning Frederik en koningin Ingrid.
Het hotel werd tot 2006 door SAS gedreven en ging in 2009 verder als Radisson Blu Royal Hotel. In 2018 liep de overeenkomst tussen Radisson en SAS af en kreeg het de naam Radisson Collection Hotel, Royal Copenhagen.
Ontwerp en kritiek De beschikbare ruimte voor het gebouw was bij het verstrekken van de opdracht al vastgelegd door de SAS en de afdeling ruimtelijke ordening van Kopenhagen. De gemeente nam de gelegenheid te baat om een allang gewenst parkeerterrein in de binnenstad te realiseren en koppelde het toegestane vloeroppervlak van het hotel aan het aantal gerealiseerde parkeerplaatsen. Jacobsen ontwierp een gebouw dat met een laag deel en een toren met twintig verdiepingen die daar bovenop stond. Door de spoorlijn tussen de Vesterbrogade en station Vesterport te overkappen konden voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. Net als bijna alle moderne torens uit die tijd was het geïnspireerd op het Lever House van architect Gordon Bunshaft uit 1952. De vliesgevel, de scheiding tussen het dragende skelet en de gevel, de ranke toren op een brede sokkel en de stijfheid die bereikt wordt door een kern met liften, technische voorzieningen en dienstruimtes waren eind jaren 50 het denkkader van de moderne architectuur geworden. In Denemarken was het SAS Royal Hotel de eerste uiting van deze stijl op een prominente plaats, namelijk in het centrum van de hoofdstad.
Nadat de schetsen van het gebouw in 1956 openbaar gemaakt werden in de plaatselijke kranten volgden bezwaren van de bevolking en kritiek van de vakwereld. Ze vreesden de vernietiging van het historische stadsbeeld en het oprukken van Amerikaanse architectuur in Denemarken. Jacobsen erkende dat het gebouw bij openstaande ramen op warme zomerdagen inderdaad zou lijken op een ponskaart. Erik Møller, die voordien meerdere projecten met Jacobsen had uitgevoerd, noemde het gebouw een glazen sigarendoos. Philip Johnsen, een Amerikaanse architect die zijn stempel drukte op de internationale stijl, noemde het de slechtste imitatie van het Lever House. Tijdens een toespraak voor de Architectural Association in 1960 te Londen zei hij dat "het gebouw geen schaal heeft en meer lijkt op een rekening op vloeipapier. De bewondering voor Mies van der Rohe is zichtbaar maar op saaie wijze tot uitdrukking gebracht". Hierop reageerde Jacobsen dat het gebouw dan, in geval van een wedstrijd, een ieder geval de prijs voor het lelijkste gebouw van Kopenhagen zou krijgen.
Het hotel was bij de oplevering het grootste hotel van Denemarken, met 69,60 m hoogte de eerste hoteltoren in Kopenhagen en tot 1969 tevens het hoogste gebouw van Denemarken. In 2009 was het op de lijst van hoge gebouwen gedaald tot de zevende plaats.
Gesamtkunstwerk Het hotel geldt als laatste gesamtkunstwerk van Jacobsen en tevens, als gevolg van de ingrijpende verbouwingen sinds de oplevering, als een verloren gesamtkunstwerk. De poging om een gesamtkunstwerk te maken, dat wil zeggen de vormgeving tot in detail te ontwerpen, drukte een stempel op de werkwijze van Jacobsen tijdens het ontwerpproces. Van meet af aan bemoeide hij zich niet alleen met het plannen en bouwen van het gebouw. Door zelf ontworpen stoelen, meubels en stoffering beïnvloede Jacobsen ook de inrichting van het gebouw. Al bij zijn eerste grote project na zijn afstuderen, het in 1929 geplande Huis van de toekomst, maakte hij meubels die alleen daar gebruikt werden. Het hotel was zijn grootste project, hier kon hij werken zonder ontwerpen van andere architecten en vormgevers. Na het hotel kreeg Jacobsen nooit meer zoveel vrijheid bij een ontwerp.
Opbouw links|thumb|Opbouw van het Royal Hotel.Legenda:1. Hoteltoren,2. Laagbouw,3. Dak van de wintertuin,4. Dak van het ontvangstgebouw.De rode lijn vormt de grens tussen hotel en ontvangstgebouw. De tekening is niet op schaal. Het gebouw bestaat uit twee constructief gescheiden onderdelen die alleen functioneel verbonden zijn. Het onderste deel in laagbouw met vier lagen waarvan twee kelders. Daarboven staat de hoteltoren met 18 lagen die rust op zes pylonen die door de laagbouw heen op een eigen fundament staan.
Laagbouw De laagbouw is opgedeeld (zie de rode lijn op de tekening) in twee delen: het hotel in het zuidelijke deel en het ontvangstgebouw in het noordelijke deel. Het zuidelijke deel onder de hoteltoren kreeg een foyer, een restaurant, bars, een café en winkels. Het noordelijke deel kreeg de luchtvaartgerelateerde functies zoals een passagekantoor, incheckbalie, bagageafhandeling, kantoren en vergaderruimtes. De hal van het ontvangstgebouw was twee bouwlagen hoog en door daklichten kon het daglicht in de hal vallen. In de hal konden de luchtreizigers wachten op hun bus naar het vliegveld, die aanvankelijk tot bij het vliegtuig reed. De kantoren op de eerste verdieping waren toegankelijk via een galerij en aan een kant was een bar op een balkon.
Het ontvangstgebouw werd 20 jaar na de opening van het hotel gesloten, sindsdien wordt het noordelijke deel van het gebouw gebruikt voor meer vergaderzalen, winkels, een reisbureau en een fitnessstudio. Hiervoor werd de vloer van de eerste verdieping in de hal doorgetrokken. Het dak van de laagbouw was als terras ontworpen maar is nooit als zodanig gebruikt. In de twee kelders zijn opslagruimtes en de parkeergarage ondergebracht.
De doorlopende glazen gevel op de begane grond kent directe toegangen tot de winkels vanaf de straat. De eerste verdieping kraagt uit boven de begane grond en is bekleed met grijsgroene cermetplaten. De doorlopende glazen strook benadrukt de horizontale eenheid van de laagbouw.
Hoogbouw De tweede verdieping van het complex ligt onder de toren op het dak van de laagbouw en huisvest de bedrijfsvoering van het hotel. De gevels van deze verdieping liggen verder naar binnen dan de andere, hierdoor is die van de straat af niet te zien en lijkt de toren te zweven boven de laagbouw. Deze constructie is ook te vinden bij het Lever House.
De een- en tweepersoonskamers liggen in de onderste 16 lagen van de toren. Sommige kamers hebben tussendeuren. De linnenkamers van de verdiepingen liggen tussen de liftschachten en de noordgevel en zijn aan de gevelzijde voorzien van ventilatieroosters die van buiten als strook te zien zijn. De 19e verdieping huisvest de suites en op de 20e verdieping was aanvankelijk de panoramalounge gevestigd. Later werd restaurant Alberto K op de 20e gevestigd nadat het gastenrestaurant op de 1e verdieping was omgebouwd tot conferentiezaal. De eetzaal ligt hier rondom langs de ramen en biedt uitzicht over de stad. De keuken en andere voorzieningen bevinden zich in het midden van deze verdieping.
De toren is gebouwd met een skelet uit gewapend beton en heeft een vliesgevel bestaande uit een aluminium raamwerk met glasplaten die deels doorzichtig en deels met grijsgroen geanodiseerd aluminium bedekt zijn. De horizontale afstand tussen de aluminiumprofielen is 60 cm, de doorzichtige platen, die als ramen fungeren, zijn 120 cm hoog en de grijsgroene platen rond de vloeren zijn 168 cm hoog. De vliesgevel was door Jacobsen in 1955 voor het eerst in Denemarken toegepast bij het raadhuis van Rødovre met drie bouwlagen. De gevel daar verschilt alleen door de lichtgroene platen en iets andere verhoudingen.
Boven de 20e verdieping loopt de gevel nog een verdiepingshoogte door zonder ramen. Hier is op beide lange gevels het toenmalige logo van SAS als een lichtreclame aangebracht. Deze bleef in de oude stijl behouden nadat de luchtvaartmaatschappij zich had teruggetrokken uit de Rezidor Hotel Group, het moederbedrijf van Radisson SAS-Hotels. De opschriften en logo's op de laagbouw werden toen wel omgewisseld. De "blinde" verdieping is deels voorzien van een technische ruimte en de lift voor de glazenwasser.
Vormgeving De vloer van de foyer bestaat uit lichtgrijze marmeren platen. Het plafond was donkergroen geschilderd, maar is later vervangen door een systeemplafond. De ruimte voor de vier naast elkaar gelegen liften heeft wanden van zwart marmer. De foyer werd met een wenteltrap verbonden met het restaurant op de eerste verdieping. Deze heeft treden van gevouwen staalplaten en is opgehangen aan 14 staalkabels. De ruimtes tussen trap en leuning zijn voorzien van platen van gerookt plexiglas. Het groen van het plafond werd voorgezet in het tapijt. Vergelijkbare wenteltrappen werden door Jacobsen bij meerdere projecten gebruikt. Hij plaatste ze op prominente plaatsen in de bibliotheek van Rødovre en de stadshal van Aarhus.