Joséphine Thérèse (Jossie) Koster (Bandung, 23 juni 1902 – Oegstgeest, 22 juni 1986) was een Nederlands botanicus, fycoloog en conservator.

Levensloop Koster groeide op in Nederlands-Indië, waar haar vader functionaris was in de Raad van Indië. Ze studeerde biologie aan de Universiteit Utrecht, waar ze in 1929 afstudeerde. In 1930 werd ze onbetaald onderzoeker bij het Rijksherbarium in Leiden. Vanaf november 1933 werd ze er gesalarieerd conservator van de algencollectie. Daar hield ze zich in het bijzonder bezig met de pas verworven collectie algen van Anna Weber-van Bosse.

Koster promoveerde in 1935 met het proefschrift The Compositae of the Malay Archipelago. I. Vernonieae and Eupatorieae. Haar promotor was Herman Lam.

Na haar promotie verdeelde ze haar aandacht tussen de composieten en de algen, waarbij de algen toch haar voorkeur genoten. De collectie algen van het Rijksherbarium bestond aanvankelijk vooral uit de herbaria van Friedrich Traugott Kützing en Willem Suringar, maar verdrievoudigde in omvang bij verwerving van de collectie van Weber-van Bosse, die ook het herbarium van Ferdinand Hauck omvatte. De algencollectie werd van internationaal belang. Jossie Koster legde zich toe op de organisatie, documentatie en toegankelijkheid van deze collecties.

Koster bleef tot haar pensionering in 1967 publiceren over composieten in Indonesië en specialiseerde zich door zelfstudie verder in de zeewieren. Ze beschreef nieuwe plantensoorten onder de auteursnaam J.Kost. In 1967 werd een nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Blumea aan haar opgedragen. Ze was de eerste secretaris van de International Phycological Society, en actief lid van het International Committee for Algal Nomenclature.

Externe links

Publicaties door Joséphine Thérèse Koster (Naturalis) Verzameld door Joséphine Thérèse Koster (Bionomia) Plantensoorten benoemd door Joséphine Thérèse Koster (International Plant Names Index)

Bronnen, noten en referenties

Categorie:Nederlands botanicus Categorie:Nederlands conservator