Het onderzoek naar dyslexie kwam op gang aan het einde van de 19de eeuw in Duitsland toen sinds de eenwording tot het Duitse Keizerrijk in 1871 omwille van het bevorderen van de nationale eenheid gestreefd werd naar het invoeren van een standaardtaal en de leerplichtwet werd ingevoerd.
De historische context rond de invoering van de leerplicht en de opkomst van dyslexie als een erkende aandoening in Duitsland is veelzijdig en diep geworteld in de sociaal-politieke ontwikkelingen van de 19e eeuw.
Duitsland Met ontstaan van het Duitse Keizerrijk in 1871 volgde een nationale eenwording. In het autoritair geregeerde en door Pruisen gedomineerde keizerrijk kwam een geforceerde modernisering tot stand, waarbij nu juist Duitsland ver voor kwam te liggen op allerlei ontwikkelingen in vele andere landen. Dit betrof in de eerste plaats de invoering van de leerplicht (die in Pruisen al eerder bestond) en het door de overheid opleggen van een nationale standaardtaal, In het onderwijs werd dan ook een belangrijke rol toegekend aan het taalonderwijs.
Het belangrijkste kenmerk van een standaardtaal vormen de vaststelling van regels en normen voor de grammatica, spelling, uitspraak en woordenschat van de taal. Een standaardtaal wordt vaak geassocieerd met prestige en erkend als de officiële of meest formele vorm van de taal die wordt gebezigd in formele situaties, zoals in de media, het onderwijs en de literatuur. Een standaardtaal wordt over het algemeen gesproken en begrepen door een groot aantal mensen uit meerdere regio´s middels een gemeenschappelijke taal met elkaar verbindt.
Het invoeren van het Hochdeutsch als standaardtaal in Duitsland onder het Duitse Keizerrijk na 1871 was een belangrijke stap in het vaststellen van een gemeenschappelijke taal voor het hele land. Dit hielp bij het bevorderen van een gevoel van nationale eenheid en communicatie tussen verschillende regio's. Door de extra aandacht voor het taalonderwijs zouden juist in Duitsland vervolgen al vrij spoedig de moeilijkheden werden opgemerkt, die een betrekkelijk grote minderheid van de leerplichtige kinderen bleek te ondervinden bij het leren lezen en schrijven van de door de centrale overheid opgelegde standaardtaal om een einde te maken aan de veelheid van verschillende dialecten in het eeuwenlang versnipperde land.
Die geconstateerde moeilijkheden baarden in het nationalistische Duitsland zowel zorgen over de kwaliteit van het onderwijs (de invoering van de leerplicht ging namelijk gepaard met de invoering van een onderwijsinspectie als over de leervaardigheid van een deel van de Duitse jeugd. Die moeilijkheden konden niet worden genegeerd.
Al spoedig zou het dan ook onderwerp worden van wetenschappelijk onderzoek: om meer te weten te komen over de oorzaak of achtergrond van de door betreffende kinderen ondervonden moeilijkheden, en ook om te zien of er alternatieve onderwijsmethoden konden worden bedacht waarmee die moeilijkheden in een vroeg stadium konden worden onderkend en al dan niet enigszins konden worden ondervangen.
Misverstand over zogenaamde woordblindheid Omtrent dyslexie zou aanvankelijk nog ten onrechte gesproken over ¨woordblindheid¨: de letterlijke vertaling van de Duitse term "Wortblindheit", die gebezigd werd door de eerste onderzoekers in Duitsland.
Dat het nieuwe Duitse Keizerrijk het eerste land was waar dit aanvankelijk als woordblindheid betiteld verschijnsel werd opgemerkt en wetenschappelijk zou worden onderzocht was beslist geen toeval. Een belangrijke verklaring was die leerplicht en het daarbij toegekend belang aan het taalonderwijs, als onderdelen van de onder de eerste rijkskanselier Otto von Bismarck geforceerde modernisering, zoals het destijds ook al het eerste land in Europa was dat bepaalde sociale voorzieningen invoerde.
Het nieuwe, door het voormalige koninkrijk Pruisen gedomineerde Duitse keizerrijk werd ook gekenmerkt door bureaucratie en militarisme. Daarbij was uiteraard in het bestuur en in de krijgsmacht voldoende van belang dat de speciaal opgeleide ambtenaren en officieren de nagestreefde standaardtaal en ook het lezen en schrijven ervan voldoende beheersten.
Door die geforceerde modernisering en met name daarbij dat streven naar de invoering van een standaardtaal werd dan ook in het nieuwe onderwijssysteem een hoge prioriteit toegekend aan het taalonderwijs.
De betreffende moeilijkheden bestonden waarschijnlijk reeds eeuwen, doch waren door het ontbreken van een leerplicht en waardering voor goed taalonderwijs lange tijd niet of nauwelijks opgemerkt of dusdanig als problematiek en onderwerp van onderzoek herkend.
Aan de ontdekking voorafgaande sociaal-politieke factoren De autoritaire Von Bismarck kwam met supraregionale wetten (die dus voor het hele Rijk golden), om snel de enorme verschillen tussen de diverse Duitse staten te verkleinen door standaardisering van taal en wetgeving, inclusief de invoering di leerplichtwet.
Omwille van het smeden van de gewenste sterkere nationale eenheid werd er daarbij met name grote waarde gehecht aan les in de Duitse taal.
Deze algehele nationale leerplichtwet werd van cruciaal belang geacht in het streven naar uniformiteit en sterkere nationale eenheid. De wet die de leerplicht instelde voor kinderen van 6 tot 14 jaar werd bekend als de Reichsschulpflichtgesetz van 1871 (ter vergelijking: in Nederland werd de Leerplichtwet pas in 1901 ingevoerd: 30 jaar later.
De standaardisering van de Duitse taal werd in de praktijk bevorderd door de uitbreiding van het onderwijs en de invloed van de media, zoals kranten en boeken, die allen in het Hoogduits werden gepubliceerd: dit werd beschouwd als de standaardtaal. De verlangde standaardisering werd verder versterkt door de verspreiding van grammaticaboeken en woordenboeken, zoals die van de gebroeders Grimm.
Sporadische eerdere aanwijzingen Het vermoeden dat de betreffende moeilijkheden met het leren lezen en schrijven reeds eeuwenlang bestonden, doch amper aandacht hadden gekregen, lijkt te worden bevestigd enkele oudere beschrijvingen van lees- en schrijfproblemen, die reeds wezen (of konden wijzen) op symptomen van dyslexie avant-la-lettre:
Johann August Philipp Gesenius (1786-1842): deze Duitse filoloog en lexicograaf beschreef reeds problemen bij studenten met lezen en schrijven, wat kan duiden op vroege observaties van dyslexie-achtige symptomen.
Samuel Heinicke (1727-1790): deze Duitse pionier in het onderwijs voor doven, beschreef ook leesproblemen die hij waarnam bij sommige van zijn studenten.
Aandacht na de invoering van de leerplichtwet De lange tijd niet opgemerkte of genegeerde problematiek bij het leren lezen en schrijven zou zich steeds duidelijker gaan manifesteren door de invoering van de wettelijke leerplicht.
In sommige delen van Duitsland bestond die leerplicht trouwens reeds voor de moeizame nationale eenwording, die meer dan een halve eeuw geduurd (1815-1871: de zogenaamde periode van ¨een Duitse natie zonder rijk¨).
Tijdens de Franse bezetting onder Napoleon Bonaparte had het land reeds kennisgemaakt met een door de bezetters ingevoerde eenheidswetgeving. In Frankrijk had zich echter reeds eind 18e eeuw een burgerlijke revolutie voorgedaan, die echter was uitgelopen op een dictatuur: bonapartisme. Doordat zich in Duitsland, dat versnipperd was onder vele grote en kleine tot zelfs zeer kleine vorstendommen niet een dergelijke revolutie had voorgedaan, verkeerden grote delen ervan daarentegen nog in een grotendeels feodale toestand.
De ingevoerde leerplichtwet was bedoeld om alle kinderen in het rijk een basisopleiding te bieden, wat niet alleen bijdroeg aan de algemene ontwikkeling, maar ook aan de eenheid van de staat door een gemeenschappelijk onderwijsstelsel.
Om een sterkere nationale eenheid te smeden, werd dan ook zeer grote waarde gehecht aan onderwijs in een standaardversie van de Duitse taal, vergelijkbaar met het "Algemeen Beschaafd Nederlands" (ABN) in Nederland. Deze standaardversie van de Duitse taal werd gebruikt in scholen en officiële communicatie. Het doel was een uniforme taalbasis te creëren, die de vele dialecten en regionale varianten van het Duits zou overbruggen.
Naast de invoering van leerplicht werd er ook een systeem van onderwijsinspectie opgezet: om toezicht te houden op de kwaliteit van het onderwijs en de behaalde resultaten.
De onderwijsinspectie door de nationale overheid stond bekend als de Reichsschulinspektion. Deze inspectie had de taak te controleren of scholen voldeden aan de nationale onderwijsstandaarden en om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Inspecteurs bezochten scholen, beoordeelden lesmethoden, controleerden de aanwezigheid van leerlingen en beoordeelden de prestaties van zowel leerlingen als leraren.
Dit streven naar verbetering van de onderwijskwaliteit in het Duitse Keizerrijk zorgde ervoor dat leerproblemen, zoals dyslexie, meer zichtbaar werden en systematisch konden worden bestudeerd.
In 1872 werd in het hertogdom Braunschweig (het gebied waar in 1881 de eerste onderzoeken naar de geconstateerde problematiek zouden plaatsvinden) die leerplichtwet ingevoerd: dit kan ertoe hebben bijgedragen dat symptomen van lees- en schrijfproblemen bij schoolgaande kinderen duidelijker naar voren kwamen.
Stuttgart (waar in 1887 een verder onderzoek zou plaatsvinden) lag destijds in het koninkrijk Württemberg: daar was reeds vanaf 1649 een leerplicht ingevoerd. Tegen de tijd dat daar verder onderzoek werd verricht, bestond er daar dus al langere tijd verplichte scholing.
Na de Duitse eenwording in 1871 werd er gestreefd naar uniformiteit in wetgeving, inclusief een leerplicht. De invoering van de nationale leerplichtwetgeving gebeurde geleidelijk, met variaties per deelstaat. Tegen het einde van de 19e eeuw was leerplicht in het grootste deel van het nieuwe Duitse Keizerrijk een feit.
Deze invoering van de wettelijke leerplicht zorgde ervoor dat een groter aantal kinderen onderwijs genoot en daarbij systematisch werd onderwezen in lezen en schrijven. Leerproblemen die voorheen niet werden opgemerkt of nauwelijks aandacht kregen, zoals dyslexie, werden hierdoor plotsklaps meer zichtbaar.
Door de ingevoerde verplichting ontstond ook de nadruk op de noodzaak de oorzaken van deze leerproblemen te begrijpen en aan te pakken, aangezien er ook vanuit de overheid inspecties plaatsvonden naar de kwaliteit van het onderwijs en de behaalde resultaten, wat kan hebben bijgedragen aan de aandacht voor het onderzoek naar en de beschrijving van de problematiek. De invoering van de wettelijke leerplicht, samen met de nadruk op onderwijs in de Duitse standaardtaal en de invoering van onderwijsinspectie speelden een cruciale rol in het bevorderen van nationale eenheid en het verbeteren van de onderwijskwaliteit in het gehele land: dit zorgde ervoor dat leerproblemen, zoals dyslexie, meer zichtbaar werden en systematisch konden worden bestudeerd.
Ontdekking van de problematiek en het eerste onderzoek door Adolf Kußmaul in 1877 In 1877 besteedde de veelzijdige Duitse arts en onderzoeker Adolf Kußmaul als eerste terloops aandacht aan de betreffende moeilijkheden bij het leren lezen en schrijven, die juist in Duitsland na de eenwording tot het Duitse Keizerrijk in 1871 zouden worden opgemerkt.
De verklaring hiervoor bestaat uit twee belangrijke factoren: De eerste factor was de voorsprong die Duitsland had bij de invoering van de leerplichtwet (andere landen zouden pas vele jaren later volgen).