De Pondfarm is een boerderij gelegen in de Roeselarestraat te Sint-Juliaan, een West-Vlaams dorp in de regio Langemark-Poelkapelle. Het bevond zich tijdens de Eerste Wereldoorlog midden in de frontstreek. Naast de collectie van oorlogsvondsten, kunnen bezoekers er ook een replica van een tank en een Duitse bunker uit de oorlog bezichtigen.
Private collectie (oorlogsmuseum) In 2003 begon Stijn Butaye, die op de Pondfarm woont, met het verzamelen van oorlogsrelieken. Alles wat gevonden werd bij het ploegen van de velden rond de boerderij en met behulp van actieve metaaldetectie werd grondig geïnventariseerd. Van alle vondsten werden er foto's genomen. Deze werden gesorteerd op datum: geweren, bajonetten, schopjes, kogels, knopen … Dit groeide zo uit tot een uitgebreide privé-collectie. DOVO (Dienst voor Opruiming en Vernietiging van Ontploffingstuigen) haalt er eenmaal per jaar gevaarlijke munitie uit de oorlog op (vroeger was dit een aantal keer per jaar).
Het Logo van de Pondfarm (Pondfarm-Remember Unite) bevat de kleuren van de vier symbolische bloemen uit de Eerste Wereldoorlog. Belgische madelief (wit), Duitse vergeet-mij-nietje (lichtblauw), Britse poppy (rood) en de Franse korenbloem (paars).
Kazerne Haeseler Kazerne Haeseler 2 is een overgebleven Duitse bunkerconstructie uit de Eerste Wereldoorlog. Ze maakte deel uit van de Duitse Albrecht-Stellung, een onderdeel van de Flandern I-stelling. De Pondfarm kende tijdens de wereldoorlog verschillende bezetters.
JaartalBezetting Pondfarm1914Britten (herfst 1914 - voorjaar 1915)1915Britten + Canadese 2e Infantry Brigade: verdediging vanuit Pondfarm1915Duitsers (24/04/1915) Na de Duitse gasaanval (22/04/1915)1917Britten (31/07/1917) Verovering Pondfarm/Sint-Juliaan door de 39th Division Duitsers: Pondfarm werd enkele dagen later terug ingenomen door de Duitsers.1917Britten: Herverovering Pondfarm door de 39th Division (3/08/1917)1918Duitsers: Sint-Juliaan viel terug onder Duitse bezetting (april 1918)1918Belgen: Tijdens het Bevrijdingsoffensief (september 1918) thumb|Kazerne Haeseler 2. Restanten van Duitse bunker op de Pondfarm.
Tijdens de Tweede Slag om Ieper kwam de Pondfarm onder Duitse bezetting. Vanaf dat moment werd de boerderij sterk versterkt met verschillende bunkers. Een van deze betonnen constructies (Kazerne Haeseler 2) staat nog steeds naast de heropgebouwde hoeve. De vroegere Kazerne Haeseler 1, een hospitaalbunker die aan de rechterkant naast de hoeve stond, werd reeds in 1961 volledig opgeruimd. De opgehaalde brokstukken werden gebruikt voor de aanleg van wegen en fundering van nieuwe huizen in Sint-Juliaan. Een derde bunker, die ten noordwesten van de Pondfarm stond (Kazerne Graf Haeseler 3), was met een lengte van 40 meter de grootste bunker op het erf. Van deze bunker zijn geen restanten meer over.
Een deel van Kazerne Haeseler 2 bleef echter wel behouden. Er diende in 1961 een deel afgebroken te worden door verzakkingen bij de boerderij. Van de oorspronkelijke bunker, met vijf kamers, blijft nu slechts één kamer over. De aardelaag bovenaan de bunker werd ter camouflage aangebracht en hielp om de inslag van granaten te dempen.
Tank G5 Glenlivet / Damon II Oorlogsvondsten bij de Pondfarm In 2012 werd in de omgeving van de Pondfarm twee onderdelen van een tank uit de Eerste Wereldoorlog gevonden: een stuk zijplaat van de achterkant van een tank en een stuk rupsband. In samenwerking met tankgroep "de Ypres Salient Tanks" werd nagegaan of de stukken kwamen van een Mark IV. De coördinaten van de vondsten werden gedocumenteerd. Aan de hand van luchtfoto's en loopgraafkaarten werd onderzocht welke tanks er voor de gevonden stukken in aanmerking kwamen. Gezien de coördinaten is er een sterk vermoeden dat het gaat om stukken van een tank die over de Steenbeek raakte op 31 juli 1917 (tijdens de eerste grote aanval in de Derde Slag om Ieper). Het zou gaan om de tank G5 Glenlivet.
Tanks tijdens de Derde Slag om Ieper Tijdens de Derde Slag om Ieper werd de slag om Poelkapelle geleverd. Dit gebied was een modderpoel geworden, waardoor het zowel voor Britten als Duitsers zoeken was om door te kunnen breken. Daarom werden volop andere technieken ingezet: mitrailleurs, prikkeldraad, gifgas, luchtaanvallen … De Britten pakten voor het eerst in de Ieperboog uit met iets nieuws: de tank. De tanks moesten ervoor zorgen dat de tot dan toe oninneembare vestingen toch veroverd konden worden en dat het aantal slachtoffers beperkt zou blijven. In een landschap vol modder en kraterputten, met weinig intacte wegen, was dit niet evident. Vele tanks bereikten hun doelwitten niet en bleven steken in de modder of kregen voltreffers.
Tank Memorial Ypres Salient - Guynemerplein|miniatuur|left|217x217px
De tank van Poelkapelle In het midden van Poelkapelle is er tijdens de gevechten van augustus 1917 een tank blijven steken. Deze tank raakte gekend als "De tank van Poelkapelle". Na de oorlog kwamen talrijke Britten ter herdenking naar Ieper en omstreken en werden foto's genomen van de vele tankwrakken. Rond 1923 werden de meeste tanks opgeruimd. Met het ijzer van de tanks, kon de terugkerende plaatselijke bevolking extra geld verdienen. Een tank in Ieper en de tank in Poelkapelle werden echter gespaard. Deze van Poelkapelle werd op de markt gesleept, en kreeg een plaats naast het Guynemer-gedenkteken. De tank werd gezien als een teken van hoop voor de Britse soldaten en een blijvende herinnering aan de Eerste Wereldoorlog voor de plaatselijke bevolking.
Tot 1941 stond dit tankwrak op het dorpsplein van Poelkapelle (de D29 Damon II). De Duitse bezetter haalde deze daarna weg tijdens De Tweede Wereldoorlog, want ook dan was het metaal kostbaar. Op de plek waar de tank stond, werd wel een monument geplaatst, ter herinnering van de "tankoorlog". Het monument, op het Guynemerplein, werd in 2009 ingehuldigd. Tank Damon II: foto van op de Pondfarm|miniatuur|217x217px
De Pondfarm en replica tank Damon II Om Poelkapelle en het bijhorend oorlogstoerisme meer op de kaart te zetten, begon bij leden van de Poelkapelle 1917 Association vzw (P1917A) in 2004/2005 het idee verder uit te groeien een replica te bouwen van de vroegere tank van Poelkapelle. Dit project werd gedurende het volgend decennia verder uitgewerkt. Voor de uiteindelijke afwerking (beplating, laswerken …), werd de replica in 2017 naar de Pondfarm gebracht. Ondertussen gaat het om een volwaardig rijdende tank en replica van een Mark IV-tank. In oktober 2017 reed "de Damon II" dezelfde route van tijdens de oorlog, 100 jaar geleden (9 oktober 1917). Een route van Sint-Juliaan naar Poelkapelle.
De Pondfarm organiseerde in 2019 en 2021 tankweekends, waarbij bezoekers een tankritje konden maken. De replica was ook reeds te bezichtigen op verschillende buitenlandse tankevenementen: Great Dorset Steamfear (augustus 2022), Tankweekend Erin (september 2022), tankweekend Cambrai (november 2022). Zo wordt mede door dit project Poelkapelle en zijn geschiedenis op de kaart gezet.
Geschiedenis De boerderij tijdens de wereldoorlog
Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelden de vele hoeves rondom Ieper een belangrijke rol. Door de tactisch goede ligging, werd de Duitse verdediging sinds het begin van de oorlog, vaak georganiseerd rond deze boerderijen. Vooral de hoger gelegen hoeves en de landerijen met een breed zicht over de omliggende open velden, waren strategisch interessant. Elk boerderijcomplex werd een soort klein opgebouwd mini-fort. De Duitsers maakten gebruik van de diepe kelders onder de meeste hoeven en zorgden voor extra verdediging, door rond de gebouwen nog betonnen bunkers, schuilplaatsen en mitrailleursnesten aan te leggen.
De Pondfarm was een van deze versterkingen en lag ten zuidoosten van het dorp Sint-Juliaan. Door de vijvers rond de boerderij gaven Britse cartografen de hoeve de naam Pond Farm, die vertaald kan worden als "vijverboerderij". De hoeve speelde vooral een belangrijke rol tijdens de Tweede Slag om Ieper en tijdens de gevechten om Passendale in 1917.
De Eerste Slag om Ieper: focus op regio Sint-Juliaan De Eerste Slag om Ieper (21 oktober - 17 november 1914) was de slag waarbij het front van de Ieperboog, de "Ieper Salient", gevormd werd. In de regio van Sint-Juliaan en de Pondfarm waren vooral de gevechten rond de Steenakkermolen cruciaal. Tijdens de Eerste slag om Ieper kon Sint-Juliaan hierdoor uit Duitse handen blijven. Ypres Salient Route, bord t.h.v. Sint-Juliaan|miniatuur|217x217px
Duitse opmars en vluchtende inwoners Enkele dagen voor de Eerste Slag om Ieper, op zondag 18 oktober 1914, had de Franse 87ste territoriale divisie de opdracht gekregen om Roeselare te verdedigen. Hierdoor zouden de Britse en Franse troepen de tijd krijgen om zich voor Ieper in te graven.
Op 18, 19 en 20 oktober trokken vele vluchtelingen uit Roeselare, Oostnieuwkerke, Westrozebeke, Staden, Passendale en omstreken naar het westen, door Sint-Juliaan. De Duitse troepen waren in aantocht. Bevelhebber John French liet Poelkapelle ontruimen, waarna het dorp door de Duitsers werd ingenomen. De geallieerden legden er een belangrijke verdedigingslinie aan: rond Bikschote, Langemark en Sint-Juliaan. De Franse en Engelse soldaten konden de Duitse opmars op 20 oktober, tot stilstand brengen rond 's-Graventafel. Ook de inwoners van Sint-Juliaan sloegen op de vlucht richting Ieper. De Pondfarm werd bezet door Britse troepen.
De Eerste slag bij Langemark en eerste gevechten bij de Steenakkermolen De Eerste Slag bij Langemark luidde het begin van de eerste Slag om Ieper. Het kwam tot een massaal gevecht tussen beide partijen. Er werd hevig gevochten bij Bikschote en Langemark, maar ook in Sint-Juliaan ter hoogte van de Steenakkermolen.
Na die eerste slag bij Langemark volgde in Ieper een overleg tussen enkele geallieerde kopstukken: Maarschalk John French, Douglas Haig, generaal Rawlinson, generaal Mitry en generaal Bidon. Hierbij werd besloten om de stad Ieper te ontruimen, wegens de onhoudbare toestand voor de burgers. Ook de Duitsers gingen in overleg. De vorige dag hadden ze een frontale aanval op Langemark geprobeerd. Dit werd een mislukking met grote verliezen. Het Deutscher Soldatenfriedhof Langemark biedt een rustplaats voor de vele Duitse overleden soldaten van deze slag en de daarop volgende gevechten van oktober-november 1914.
Na de beraadslagingen volgden er terug een aaneenschakeling van hevige gevechten waarbij de Duitsers opnieuw Langemark aanvielen. De Britten konden doorstoten tot 's Graventafel. Tegen de avond van 23 oktober waren de linies gevormd: van de Steenakkermolen, langs 's Graventafel tot Zonnebeke station.
Nieuwe gevechten bij de Steenakkermolen Steenakkermolen O.L.V.-straat 3 Sint-Juliaan|miniatuur|217x217px Op zaterdag 24 oktober 1914 probeerden Duitse troepen opnieuw de Steenakkermolen te veroveren. Dit was een strategisch goed gelegen punt. De aanval was echter niet evident. De Duitsers moesten eerst de stroombeek oversteken, en kwamen daarna op hoger gelegen, weinig beschermd terrein. Ze raakten fel beschoten door de verscholen Britse scherpschutters. Een kleine groep Duitse soldaten kon de molen bereiken en groef zich in.
Verdedigende Britse troepen werden op zondag 25 oktober, afgelost door de Fransen. Deze hadden als doel een aanval uit te voeren op Poelkapelle en Passendale, met steun van de Britse 3de divisie. De opdracht was om de Duitsers uit hun voorste stellingen bij de Keerselaar en de Steenakkermolen te verjagen en Poelkapelle te heroveren. De Duitsers werden door de Fransen (ten noorden) en Engelsen (ten zuiden) ingesloten. Ze konden zich echter nog terugtrekken in de Steenakkermolen.