Adriaen van Linschoten (Delft, 1607/1608 - Den Haag, begraven op 26 juli 1677) was een Noord-Nederlandse schilder uit de Gouden Eeuw.

Van Linschoten stamde uit een kunstenaarsfamilie; zijn vader, Cornelis Aryensz. van Linschoten, was glasschilder in Delft, en de schilders Abraham van Beijeren en Abraham Bloemaert waren neven van hem.

Hij begon zijn opleiding in 1623 als leerling van Joris van Lier in Delft. Hij verbleef in de vroege jaren 1630 in Napels, waar hij mogelijk les kreeg van de Spaanse schilder Jusepe de Ribera.

Rond 1634 keerde Van Linschoten terug naar Delft, waar hij lid werd van het Sint-Lucasgilde. Hij schilderde genrevoorstellingen, portretten, historiestukken, vanitasstillevens en vruchtenstillevens. Hoewel hij enige rijkdom vergaarde, stond hij bekend om zijn onstuimige karakter en neiging tot overmatig drinken. In 1645 werd hij zelfs verbannen wegens openbare dronkenschap en gewelddadig gedrag. Hij trouwde in Brabant met Julia Lardinois. Omstreeks 1646 vestigde hij zich met zijn vrouw en twee dochters in Den Haag. Daar raakte hij bevriend met de schilder Gerard van Honthorst. Hoewel hij enige financiële steun kreeg uit nalatenschappen van zijn zusters, bracht hij zijn latere jaren door in armoede. Hij overleed in juli 1677 in Den Haag. Zijn nalatenschap was bescheiden; zijn schulden overschreden de waarde van zijn eigendommen.

Van Linschoten werd geroemd om zijn meesterlijke verbeelding van emoties in zijn schilderijen, zoals in een werk dat de apostel Petrus en de dienstmeid van de hogepriester uitbeeldde. Een ander opmerkelijk werk van Van Linschoten was een schilderij van een alchemist in zijn werkplaats. Dit werk werd geprezen om de levendige en natuurlijke weergave van de figuur, vooral de borst en armen, die zowel stevig als kunstig waren geschilderd. Zijn werk werd nagevolgd door schilders zoals Pieter van Ruijven.

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:17e-eeuws schilder