Jan Woutersz. van Cuyck (Dordrecht, ? - aldaar, 28 maart 1572), ook bekend onder de namen Jan Kuyk, Jan van Kuik Woutersz., en Jan van Cuyck, was een Noord-Nederlandse kunstschilder en glasschilder. Zijn werk als kunstenaar werd overschaduwd door zijn marteldood vanwege zijn religieuze overtuiging.
Van Cuyck had een broer en zeker drie zussen. Hij was als kunstenaar actief in zijn geboortestad Dordrecht van circa 1545 tot aan zijn dood in 1572. Hij schilderde historiestukken. Van zijn werk is niets anders bewaard gebleven dan het aan hem toegeschreven paneel Het oordeel van Salomo.
In de turbulente periode van de reformatie en de strijd tegen de Spaanse overheersing kwam Van Cuyck in conflict met de autoriteiten vanwege zijn doopsgezinde geloofsovertuigingen. Hij had zich daarvoor opnieuw laten dopen en werd daarom gezocht. Na op verschillende plaatsen ondergedoken te zijn geweest, werd hij uiteindelijk gevonden en gearresteerd. Hij werd als ketter aangeklaagd en opgesloten in de Vuilpoort in Dordrecht. De stadsbestuurders aarzelden om snel stappen te ondernemen in zijn proces, vermoedelijk uit vrees voor de publieke reactie. De hoofdschout, Jan Boudewijnsz. van Drenckwaert, die nog jong en onervaren was, stelde het vonnis herhaaldelijk uit. Dit leidde tot speculaties en beschuldigingen door de monniken, die suggereerden dat de schout Van Cuyck zo lang gevangen hield omdat hij voor hem zou schilderen.Het verhaal gaat dat Van Cuyck de hoofdschout als de rechtvaardige rechter, koning Salomo, zou hebben moeten afbeelden. Een paneel met zo'n voorstelling bevindt zich in het Dordrechts Museum en wordt aan hem toegeschreven. Brieven die hij in afwachting van zijn executie heeft geschreven, tonen echter aan dat Van Cuyck kort na zijn arrestatie is gefolterd. Folteringen waren fysiek erg zwaar, en het lijkt onwaarschijnlijk dat hij daarna nog in staat was om goed te schilderen. Ze bekritiseerden de schout om zijn vermeende zwakheid. Uiteindelijk zwichtte de schout voor de druk. Van Cuyck, die onder zware martelingen had geweigerd zijn medestanders te verraden, werd op 28 maart 1572 levend verbrand. Dit viel bij veel Dordtenaren slecht. Het voorval vergrootte hun afkeer van de hertog van Alva. Drie maanden later werd Dordrecht overgegeven aan de geuzen en stapte de stad over op het nieuwe gereformeerde geloof.
Van Cuyck liet een vrouw en een dochtertje van zeven jaar achter. In 1572 werden zijn brieven, die hij in gevangenschap schreef, gepubliceerd als onderdeel van een verzameling brieven, liederen en gebeden bestemd voor doperse gelovigen.
Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:Nederlands glazenier Categorie:16e-eeuws schilder Categorie:Nederlands geëxecuteerd persoon in de 16e eeuw Categorie:Anabaptistisch persoon Categorie:Martelaar