Johannes Leendert van Soest (Den Haag, 13 oktober 1898 – Wassenaar, 30 oktober 1983) was een Nederlands ingenieur en botanicus.
Biografie Van Soest studeerde in 1925 af aan de Technische Hogeschool in Delft (nu Technische universiteit Delft). Als elektrotechnisch ingenieur, en later als directeur, was hij werkzaam aan het Laboratorium van de Commissie voor Physische Strijdmiddelen, "Het Meetgeebouw" op de Waalsdorpervlakte. Hier verrichtte hij onderzoek ten behoeve van Nederlandse defensie. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het laboratorium ondergebracht bij de toenmalige Centrale Werkplaats van de PTT op de Binkhorst, Den Haag. In 1947 ging het laboratorium terug naar de Waalsdorpervlakte als Physisch Laboratorium van de Rijksverdedigingsorganisatie TNO (RVO-TNO) onder leiding van Van Soest.
In 1949 werd hij benoemd tot buitengewoon hoogleraar hoogfrequentietechniek (elektrotechniek) aan de Technische Hogeschool te Delft. In 1964 ging hij met emeritaat.
In zijn vrije tijd en na zijn pensionering hield Van Soest zich bezig met botanische werk, en dan met name het geslacht Taraxacum (paardenbloemen). Voor zijn botanische verdiensten ontving hij van de Universiteit Utrecht een eredoctoraat. Ook werd hij benoemd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau. Hij werd in 1947 benoemd tot erelid van het Nederlands Elektronica en Radio Genootschap (NERG).
Wetenschappelijk werk Van Soest was een internationaal autoriteit op het gebied van het geslacht Taraxacum, waarbij hij honderden nieuwe soorten paardenbloemen beschreef. Zijn door hem opgebouwde herbarium (circa 50.000 specimens) en zijn botanische correspondentie werden geschonken aan het Rijksherbarium in Leiden.
Categorie:Nederlands ingenieur Categorie:Botanicus