De Slag om Tarnopol was een militaire operatie aan het Oostfront in de Tweede Wereldoorlog. Troepen van de Duitse Wehrmacht en het Rode Leger vochten in maart/april 1944 tegen elkaar rond Tarnopol aan het eind van het Sovjetwinteroffensief van 1943/44. De Sovjets omsingelden de stad, de Duitsers probeerden het te ontzetten, maar het resultaat was het verlies van de stad met zijn gehele garnizoen.

Voorgeschiedenis miniatuur|De Proskoerov-Tsjernivtsi Offensieve Operatie Het Rode Leger voerde van 24 december 1943 tot 17 april 1944 een voortdurend offensief uit in de Oekraïense sovjetrepubliek onder de naam Dnjepr-Karpaten Operatie. Een van de latere onderdelen van deze strategische operatie was de zogenaamde Proskoerov-Tsjernivtsi Offensieve Operatie. Deze operatie, durend van 4 maart tot 17 april 1944 was een belangrijke operatie, uitgevoerd door het 1e Oekraïense Front onder Maarschalk Georgi Zjoekov. De hoofdoperatie voerde tot de omsingelingsslag van Kamenetz-Podolski, waarbij het Duitse 1e Pantserleger werd omsingeld. Deze hoofdoperatie werd geleid door enkele tanklegers. Op de rechterflank, met aansluiting aan het 2e Wit-Russische Front, rukten twee Sovjetlegers op tegen het Duitse 4e Pantserleger onder General der Panzertruppe Erhard Raus. Het meest noordelijke leger, het 13e Leger, rukte op richting Brody. Ten zuiden daarvan rukte het 60e Leger (onder Kolonel-Generaal Ivan D. Tsjernjachovski op richting Tarnopol. Het 4e Pantserleger beschikte echter over nauwelijks voldoende troepen, zeker niet om een doorlopende frontlijn te verdedigen. Daarnaast gaf Adolf Hitler zijn Führerbefehl Nr 11 van 8 maart 1944 uit. Hierin werden 29 steden tot Fester Platz benoemd. Tarnopol werd op 10 maart een ervan en dit betekende dat de stad niet opgegeven mocht worden. Generalmajor Schrepffer werd benoemd tot Kommandanten Fester Platz Tarnopol. Schrepffer gaf aan dat het vasthouden aan de stad als Fester Platz onmogelijk was en werd de volgende dag daarom al vervangen door Generalmajor Heinrich Kittel. Ook Kittel kwam echter tot dezelfde conclusie en daarom was het op 22 maart de beurt aan Generalmajor Egon von Neindorff.

Tarnopol was een stad in het oosten van de historische regio Galicië. De stad was gelegen aan oostoever van de rivier de Seret. De stad was een belangrijk transport knooppunt, met name doordat er een aantal spoorlijnen doorheen liepen. Tarnopol lag in een grotendeels vlak gebied, met wat lage heuvels, kleine bossen en wat dorpjes. Het ontbeerde natuurlijke verdedigingswerken en solide vestingwerken; een luchthaven was ook niet beschikbaar voor eventuele bevoorrading. De Seret en een door moerassen omzoomd meer scheidde twee buitenwijken aan de westkant, Zagrobela en Kutkowce, van de stad zelf. De enige verbinding was een dam/brug combinatie.

Situatie en slagordes miniatuur|General der Panzertruppen Hermann Balck in 1943 De Duitse verdediging in dit gebied lag in handen van het 48e Pantserkorps onder General der Panzertruppen Hermann Balck. Dit korps beschikte eigenlijk over nauwelijks troepen, maar er was hulp onderweg. Drie pas recent opgerichte infanteriedivisies, de 68e, 357e en 359e, waren onderweg naar het gebied. De 357e Infanteriedivisie kon tussen 10 en 15 maart een stelling aan de westoever van de Seret betrekken en kon weer verbinding opgenomen worden met het 13e Legerkorps. Deze verbinding werd op 20 maart door Sovjetaanvallen echter alweer wankel. De volgende dag voerde het 1e Oekraïense Front zijn aanvallen verder op en het 60e Leger trok over de Seret en dwong de 357e tot de terugtocht. Zo’n 25 km naar achteren rond Białokiernica – Olejów lukte het de divisie stelling te nemen, maar zowel naar de noordelijke als naar de zuidelijke buren was er geen contact meer. De 359e Infanteriedivisie begon uit te laden in Jezierna op 9 maart en moest meteen een aantal onderdelen afgeven aan de Fester Platz Tarnopol. Tussen 10 en 23 maart kon de divisie wat terrein terugwinnen zuidwestelijk van Tarnopol, maar toen de Sovjets weer offensief werden, werd de divisie op 24 maart teruggedreven tot achter de rivieren Strypa en Vosoesjka (zo’n 20 km westelijk van Tarnopol). De 68e Infanteriedivisie werd op 12 maart zuidelijk van Tarnopol in de linie geschoven.

Deze genoemde Sovjetaanvallen werden alle uitgevoerd door het 60e Leger. De slagorde van dit leger was op 1 april 1944 als volgt: miniatuur|Kolonel-generaal Ivan Tsjernjachovski in 1943 60e Leger (Kolonel-Generaal Ivan D. Tsjernjachovski, vanaf 15 april 1944 Kolonel-Generaal Pavel A. Koerotsjkin) Direct onder bevel 1e Garde Artilleriedivisie 15e Fuselierkorps (Luitenant-Generaal Ivan I. Ljoednikov) 148e Fuselierdivisie 322e Fuselierdivisie 336e Fuselierdivisie 23e Fuselierkorps (Generaal-Majoor Nikita E. Tsjoevakov) 8e Fuselierdivisie 359e Fuselierdivisie 28e Fuselierkorps (Generaal-Majoor Michail I. Ozimin) 107e Fuselierdivisie 140e Fuselierdivisie 246e Fuselierdivisie 94e Fuselierkorps (Generaal-Majoor Jozef I. Popov) 117e Garde Fuselierdivisie 99e Fuselierdivisie 106e Fuselierkorps (Generaal-Majoor Petr V. Kotelkov) 135e Fuselierdivisie 302e Fuselierdivisie 340e Fuselierdivisie 4e Garde Tankkorps (Luitenant-Generaal Pavel P. Poloebojarov) 12e Garde Tankbrigade 13e Garde Tankbrigade 14e Garde Tankbrigade 3e Garde Gemotoriseerde Brigade

De eerste schermutselingen Op 8 maart 1944 trok het 60e Leger met voorop het 4e Garde Tankkorps richting Tarnopol. Voorop gingen de 3e Garde Gemotoriseerde Brigade en 336e Fuselierdivisie. De 148e en 322e Fuselierdivisies trokken naar de noordzijde van de stad. Delen van de 140e Fuselierdivisie naderden de Seret in het noordwesten van de stad. Op de ochtend van 9 maart 1944 brak een Sovjet-tankgroep met gepantserde gemotoriseerde infanterie onverwachts de oostelijke buitenwijken van de stad binnen. De aanwezige Duitse troepen plus de net binnenkomende eenheden gingen het gevecht aan. Een belangrijke rol was hier weggelegd voor het Fusilierbataillon Demba (onder Major Uwe Balzer). In twee dagen van heftige gevechten werden de Sovjets weer de stad uit gedreven, zes tanks en honderden manschappen (200 doden en 50 gevangenen) als verliezen. Bij zonsopgang op 10 maart trokken delen van bovengenoemde eenheden, ondersteund door tanks, de noordelijke en noordoostelijke delen van de stad binnen. Twee compagnieën met verschillende gemotoriseerde kanonnen drongen helemaal door tot aan het treinstation. Generalmajor Schrepffer gooide de laatste reserves in de strijd en daarmee werden de Sovjets weer uit de stad gegooid. Gebruikmakend van het gat tussen de stad en de 359e Infanteriedivisie, verschenen in de nacht van 13 maart twee bataljons van de 322e Fuselierdivisie opnieuw in het dorp Petryków. Nadat ze slechts drie kilometer door het bos hadden gelopen, werden ze tegengehouden door Fusilierbataillon Demba en vernietigd omdat ze weigerden zich over te geven.

Na een korte rustpauze viel het 60e Leger vanaf 21 maart opnieuw aan en slaagde de Duitse troepen van het 48e Pantserkorps tot 24 maart zo’n 20-25 km terug te dringen. Tijdens deze actie werd de stad Tarnopol geheel omsingeld. Op dat moment, was de samenstelling van het garnizoen als volgt, met een totaal van 4600 man: Kommandanten Fester Platz Tarnopol (Generalmajor Egon von Neindorff) (18 man) twee bataljons van Grenadierregiment 949 (van de 359e Infanteriedivisie) (2239 man) Fusilierbataillon Demba (Major Uwe Balzer) (305 man) Landesschützenbataillon 543 Bewährungsbataillon 500 (236 man) Bataljon Mitscherling (3e bataljon van SS-Freiwilligen-Regiment 4 (Polizei)) Kampfgruppe Grundmann (compagnie-sterkte) (36 man) Alarmcompagnie (van delen van de 8e Pantserdivisie) Alarmcompagnie Vogel (81 man) IV./Artillerieregiment 359 met 3 batterijen (366 man) 3 × 10,5cm-kanonnen 8 × 15cm-kanonnen 1./Sturmgeschütz-Brigade 301 met 9 stuks StuG III 1./Panzerjägerabteilung 357 met 6 kanonnen (totaal beschikte de Festung over 15 stuks antitankkanonnen, waaronder een aantal totaal verouderde 3.7 cm Pak 35/36) (41 man) 1 artilleriebatterij van “LAH” met 6 gemotoriseerde kanonnen (56 man) resten van 4e batterij van 384e Flak bataljon 3 × 2,0cm-Flak 4 × 8,8cm-Flak 2./Pionierbataillon 359

De gevechten De Sovjets vielen de stad Tarnopol zelf ook op 23 maart aan. Tanks en infanterie vielen aan vanuit het noorden, zuiden en oosten, maar de verdedigers wisten de Sovjettroepen af te weren. De aanvallen gingen de volgende dag (24 maart) door, maar omvatten nu ook aanvallen op de westelijke sector over de Seret. Beide westelijke voorsteden gingen verloren, waarvan Kutkowce permanent, maar Zagrobela wisselde meerdere keren van eigenaar gedurende de dag en kwam uiteindelijk in Duitse handen. Ondanks het relatieve gebrek aan succes van hun aanvallen, hadden het 60e Leger op de avond van 24 maart vier Fuselierdivisies plus tanks, artillerie en raketwerpers op hun plaats rond de stad. 

Eerste ontzettingspoging De eerste ontzettingspoging werd gedaan op 25 maart 1944. Het Panzerverband Friebe (onder Oberst Werner Friebe) zou vanuit Jezierna oprukken in zuidoostelijke richting naar Tarnopol. Deze eenheid zou een bevoorradingskonvooi (met 40 ton munitie, voedsel en medische benodigdheden) escorteren voor de ingesloten stad. Maar na aflevering van de goederen, zou de eenheid ook weer terugkeren, want het garnizoen van Tarnopol moest natuurlijk diens Fester Platz houden. Op deze dag bestond de Panzerverband Friebe grotendeels uit: I./Pantsergrenadierregiment 74 I./Pantsergrenadierregiment 8 I./Pz.Reg.11 De Schwere Panzer-Abteilung 507 was nog niet toegevoegd, dus geen Tigers deden mee aan deze aanval, alleen de Panthers van I./Pz.Reg.11.

Om 05:30 was het konvooi nog niet gearriveerd, maar Friebe zette wel zijn aanval in. De 107e Fuselierdivisie was verrast en moest wijken. Maar de enige weg waarover opgerukt moest worden, lag vol mijnen, het terrein ernaast was drassig en de Sovjettroepen hadden een aantal Pak-fronten ingericht. In de loop van de ochtend bleef Friebe oprukken en overwon drie Pak-fronten. Maar tegen 12.00 u doemde zo’n 4 km vóór Zagrobela een vierde Pak-front op. Intussen was het vuur van de Sovjetartillerie meedogenloos, lag Friebe onder vuur van Sovjetvliegtuigen en de verliezen liepen op. Terwijl hij de aanval op de nieuwe linie plande, werd de commandopost van de commandant van het 8e Pantsergrenadierregiment, Oberstleutnant Alfred Gudelius aangevallen door jachtbommenwerpers van de VVS. Gudelius werd gedood, samen met de commandant van I./Pantsergrenadierregiment 74, Major Cech, en de commandant van I./Pantsergrenadierregiment 8, Hauptmann Jendreschik. Hiermee was het leiderschap onthoofd. Om 13.00 u blies Friebe de aanval af en gaf bevel tot terugtrekking. Het was duidelijk dat een doorbraak niet mogelijk was. Nog dezelfde dag was de eenheid terug bij het uitgangspunt.

Tarnopol stadsverdediging miniatuur|Uitgeschakelde PzKw IV in de stad