thumb|Instrumentale versie voor gitaar en cello Leise rieselt der Schnee (vertaald "Zachtjes dwarrelt de sneeuw") is een van de beroemdste kerstliedjes in de Duitse taal. Het werd geschreven in 1895 in Graudenz door de Protestantse pastoor Eduard Ebel (1839–1905) en gepubliceerd met de titel Weihnachtsgruß (vertaald "kerstgroet") in zijn album Gesammelte Gedichte. De compositie van de melodie wordt vaak aan Ebel toegeschreven, maar deze bewering wordt niet ondersteund, omdat Ebels eigen publicatie alleen de tekst bevat.Eduard Ebel: Gesammelte Gedichte. Gaebel, s. l. [Graudenz] 1895, p. 86. Volgens andere bronnen is de melodie gebaseerd op volksliederen,Walter Hansen: Advents- und Weihnachtslieder. Mosaik, München 1979, , S. 74. die Ebel mogelijk zelf heeft gebruikt voor dit lied.Christa Holtei, Tilman Michalski: Das große Familienbuch der Weihnachtslieder. Sauerländer, Düsseldorf 2008, , S. 36 f. Weer andere bronnen suggereren dat de melodie is gebaseerd op een musette (1792) van Daniel Gottlob Türk (1750–1813)Roland Burmeister: Die Musikstellen bei Arno Schmidt: chronologisches Stellenverzeichnis zum Gesamtwerk von Arno Schmidt mit Erläuterungen & Kommentaren. Häusser, Darmstadt 1991, , S. 623 (Google Books, p. 623) echter, de gelijkenissen van de melodieën geldt alleen voor de eerste anderhalve maat.
Melodie
Het lied thumb|upright=1.4|Tekst van "Weihnachtsgruß" in Eduard Ebels Gesammelten Gedichten (1895), p. 86 Leise rieselt der Schnee, Still und starr liegt der See, Weihnachtlich glänzet der Wald: Freue Dich, Christkind kommt bald.
In den Herzen ist’s warm, Still schweigt Kummer und Harm, Sorge des Lebens verhallt: Freue Dich, Christkind kommt bald.
Bald ist heilige Nacht; Chor der Engel erwacht; Horch’ nur, wie lieblich es schallt: Freue Dich, Christkind kommt bald.
Achtergrond Eduard Ebel zelf beschouwde zijn gedicht oorspronkelijk simpelweg als 'een kinderlied'. Het is geen verkondigings- of geloofslied dat een liturgische plek in de adventstijd zou hebben, maar het bewaart de eerbied voor de wijding van de 'heilige nacht'Friedrich Haarhaus (Hrsg.): Macht hoch die Tür. Die schönsten Adventslieder. Benno, Leipzig 2012, , S. 18 f. en wordt gekenmerkt door de uitgesproken verwachting van de komst van het Christuskind als een lied voor de kerstperiode. De volkskundige Ingeborg Weber-Kellermann rekent het lied tot de 'meer of minder banale potpourri liederen'.Ingeborg Weber-Kellermann: Das Buch der Weihnachtslieder. B. Schott’s Söhne, Mainz 1982, , S. 195. Het behoort tot de bekendste kerstkinderenliederen.
Gebruik Het nummer werd herhaaldelijk gebruikt als sjabloon voor spottende parodieën. Schoolkinderen zongen bijvoorbeeld in de jaren tachtig;
Leise rieselt die Vier auf das Zeugnispapier. Horcht nur, wie lieblich es schallt, wenn mir mein Vater ’n paar knallt!
(vertaald) Zachtjes valt de vier op het rapport. Luister maar, hoe liefelijk het klinkt, als mijn vader me een paar klappen geeft!
Een andere parodie werd geschreven door de cabaretier Dieter Süverkrüp.Zuerst in: Uwe Wandrey (Hrsg.): Stille Nacht allerseits! Ein garstiges Allerlei. Rowohlt Taschenbuch Verlag, Reinbek bei Hamburg 1972, , S. 113 f. Abgedruckt in: Udo Achten (Hrsg.): Süverkrüps Liederjahre 1963–1985 ff. Grupello, Düsseldorf 2002, , S. 148 f. Uit de DRR is een parodie overgeleverd uit het jaar 1988, die een mogelijk ongeluk in een niet operationele kerncentrale Stendal als thema heeft.Ralf Mattern: Verbotene Lieder! Verlorene Lieder? Texte aus der DDR 1984–1989. BoD – Books on Demand, 2001, , S. 84 (Google Books).
Zie ook Kerstmuziek
Categorie:Duits kerstlied Categorie:Duits volkslied Categorie:Kinderlied