Class 31 van British Rail (BR), ook bekend als Brush Type 2 alsook Class 30, is een reeks diesellocomotieven die tussen 1957 en 1962 is gebouwd door Brush Traction. Ze werden geleverd in twee partijen met respectievelijk de bedrijfsnummers D5500-D5699 en D5800-D5862. De bouw van de eerste locomotief werd voltooid in de laatste week van september 1957, de levering vond plaats op 31 oktober. De eerste treindienst van de Class 31 was in november 1957, nadat ook de Class 20 in gebruik kwam en was een van de locomotieven die in het kader van de vervanging van de stoomtractie bij British Railways als proefserie werd geïntroduceerd.
Motoren Aanvankelijk werden de locomotieven gebouwd met een Mirrlees JVS12T motor van 930 kW en een elektrische installatie van Brush, maar de motoren bleken niet te voldoen en in 1964 werd de motor van de D5677 vervangen door een English Electric 12SVT van 1.100 kW die ook gebruikt werd in de Class 37 zij het zonder intercooler. Deze motor bleek wel te voldoen en tussen 1965 en 1969 werd de hele reeks uitgerust met de motor van English Electric. Het vermogen van de motor was verminderd omdat de elektrische installatie niet meer kon verwerken.
Indeling De locomotieven met Mirrlees motoren werden binnen de computernummering (TOPS) ingedeeld als Class 30, terwijl de omgebouwde exemplaren werden ingedeeld als Class 31. De reeks werd gebouwd voor de treindiensten in de Eastern Region, maar in de loop der tijd werden ze ook regulier ingezet in de Western en London Midland regio's.
Onderverdeling De reeks was onderverdeeld in verschillende partijen: 31/0 - De eerste partij, uitgerust met elektromagnetische treinschakeling type Red Circle - uitgerangeerd eind jaren 70 als niet standaard. Inzet volgens RA (Route availability) 5. 31/1 - De standaard locomotief uitgerust met Blue Star elektro-pneumatische bediening, inzet volgens RA 5. 31/4 - Als 31/1 maar uitgerust met Brush index 66 elektrische treinverwarming (ETH), inzet volgens RA 6. 31/5 - Volgens 31/4 met een geïsoleerde ETH voor gebruik door het Civil Engineers Department, inzet volgens RA 6. 31/6 - Standaard lokomotief met bedrading voor ETH maar zonder ETH apparatuur, inzet volgens RA 5.
Class 31/0 De eerste 20 locomotieven, aanvankelijk genummerd als D5500–D5519, waren makkelijk herkenbaar door het ontbreken van de nummerbak boven de cabine, wat ze de bijnaam "Skinheads" opleverde. Ze werden ook wel gorgelaars genoemd naar aanleiding van het motorgeluid of "Toffee Apples" als verwijzing naar de contactsleutel die van de ene cabine naar de andere moest worden meegenomen als de machinist van cabine wisselde. Deze locomotieven van de proefserie waren niet standaard door de gebruikte treinschakeling en hadden een maximumsnelheid van slechts 129 km/u. Na een zware botsing werd de D5518 in september 1967 herbouwd als standaard locomotief met nummerbak boven de cabine en de standaard blue star bediening. Ze werden ondergebracht in de locloodsen in East Anglia gedurende hun diensttijd, uiteindelijk stonden ze in het depot van Stratford, waar ze ook in eerste instantie stonden, en later kregen ze een, voor dit depot kenmerkend, zilverkleurig dak. Voordat ze werden uitgerangeerd werden vier locomtieven bij het depot van Stratford omgebouwd tot voorverwarmingseenheden. De locomotiven 31013, 31002, 31014 en 31008 werden in deze volgorde omgenummerd tot ADB968013 - ADB968016; ADB968014 werd ondergebracht in het depot van Bounds Green aan de Great Northern main line en de ADB968015 ging naar Great Yarmouth, terwijl de andere twee in Stratford bleven.
Class 31/1
De eerste locomotieven van de vervolgserie hadden veel overeenkomsten met de initiële partij, twintig exemplaren (D5520–29/35/39/42/47/51/52/55/56/59/62) habben geen nummerbak, en vijftien (D5520–D5534) hadden een beperkte maximumsnelheid van 129 km/u, maar waren verder gelijk aan de navolgende locomotieven. De hele vervolgserie was uitgerust met boilers voor de stoomverwarming van reizigerstreinen en een Blue Star elektro-pneumatische bediening voor het rijden in treinschakeling, zoals ook te vinden bij vele andere reeksen van BR. De Class 31/1 werden ingezet in secundaire reizigersdiensten en versterkingsritten alsmede voor pakket en vracht diensten. Terwijl ze werden ingezet in East Anglia vanuit de depots Stratford en March, waren ze in de hele Eastern Region te vinden met een grote hoeveelheid in depot Finsbury Park alsmede een aantal in de depots Tinsley, Immingham en Thornaby. Locomotieven werden ook ondergebracht in de depots Bristol Bath Road en Old Oak Common voor de inzet in reizigerstreinen van de Western Region, met Barnstaple en Paignton als westelijke eindpunten. Begin jaren 80 van de 20e eeuw kregen de depots Healey Mills en Bescot van de Midland Region een aantal exemplaren ter vervanging van de Class 25.
Class 31/4
De Class 31/4 (bedrijfsnummers 31400 - 31469) waren omgebouwde 31/1 die werden uitgerust van elektrische treinverwarming (ETH). Ze hadden een ETH index van 66, ofwel een vermogen van 330 kW, wat voldoende was voor een trein van maximaal elf Mk 3 rijtuigen. Hiermee was het mogelijk om lange treinen tussen het depot en het station voor te verwarmen voordat ze door een grotere locomotief werden overgenomen voor de reizigersdienst. De reizigersdiensten die door de 31/4 zelf verzekerd werden hadden zelden meer dan 4 tot 5 rijtuigen. De 330 kW voor de elektrische verwarming slokte ongeveer een derde van het totale vermogen op. Hierdoor was er met een ingeschakelde verwarming slechts 2/3 van het vermogen beschikbaar als trekkracht ten opzichte van exemplaren zonder ETH. Dit was niet bevordelijk voor de prestaties van de locomotief met een toch al krap vermogen.
Class 31/5
Aan het eind van de jaren 80 van de 20e eeuw werden meer en meer diensten overgenomen door "Sprinter" treinstellen zodat meerdere locomotieven met elektrische treinverwarming overtallig werden. Hierom werden bij een aantal Class 31 de kabels voor de treinverwarming verwijderd om te voorkomen dat reizigersafdelingen de locomotieven van vrachtafdelingen zouden lenen en bespaard kon worden op het onderhoud van ongebruikte installaties. De aldus aangepaste exemplaren werden hernummerd door 100 op te tellen bij het bedrijfsnummer, bijvoorbeeld 31407 werd 31507. Tijdens de omnummering hadden de meeste locomotieven nog de standaard BR Blue kleurstelling en de 4 in het bedrijfsnummer werd overgeschilderd en vervolgens werd de 5 er op gezet. Sommigen kregen de geheel grijze kleurstelling van de Civil Engineers, hoewel de meeste vervolgens de "Nederlandse" geel-grijze beschildering kregen. Alleen de 31530 (Sister Dora), de 31544 (Keighley and Worth Valley Railway) en de 31568 (The Engineman’s Fund) kregen een naam bij de omnummering. De 31544 viel op als enige van de reeks 31/5 met de oorspronkelijke "skinhead" cabines zonder nummerbakken op het dak.
Class 31/6 Slechts twee locomotieven, de 31601 en 31602, voorheen respectievelijk 31186 en 31191, kregen tijdens hun inzet bij Fragonset Railways een ETH-kabel zonder voeding vanuit de locomotief. Dit betekende dat ze tussen een locomotief met verwarmingseenheid en rijtuigen gekoppeld konden worden en de rijtuigen verwarmd kunnen worden via de doorlopende kabel in de locomotief. 31601 is behouden bij de Ecclesbourne Valley Railway waar ze in de normale dienst rijdt terwijl de 31602 werd gesloopt nadat ze was uitgerangeerd.
Treindienst De eerste Class 31/0 locomotieven werden geleverd aan het depot van Stratford in oost Londen, de Class 31/1 werden geleverd aan de hele Eastern en North Eastern regio's. De eerste Class 31 bij de Western Region was de D5535 die in 1969 werd ondergebracht in depot Old Oak Common om ledig materieel van en naar Paddington te rijden. In 1974 waren de locomotieven verdeeld over twaalf depots; 13 in Bristol Bath Road, 2 in Cricklewood, 51 in Finsbury Park, 8 in Gateshead, 15 in Holbeck, 41 in Immingham, 52 in March, 19 in Old Oak Common, 24 in Stratford, 12 in Thornaby, 22 in Tinsley en 4 in York.
Bijnamen De reeks kreeg verschillende bijnamen. De 31/0 werden bekend als Toffee Apples, als verwijzing naar de vorm van de bedieningssleutel. Gebruikelijker voor de hele reeks was Goyles, kort voor "gargoyles" (waterspuwer), als verwijzing naar de lelijkheid van het ontwerp, Peds ("Another derogatory name associating the locomotives with pedal cars in terms of speed and pulling power") en Gurglers, als verwijzing naar het geluid.
Ongevallen en voorvallen
Op 11 september 1975, botste de 31150 bij de Corby Tunnel frontaal op een losse remmerswagen met cokeswagons. Deze locomotief werd als eerste Class 31 uitgerangeerd. Op 3 januari 1976 trok de 31241 een pakketposttrein toen een losse locomotief achterop reed bij Worcester Tunnel Junction. Op dat moment was klok gestuurd rijden van kracht. Op 25 februari 1979 trok de 31421 een werktrein die werkzaamheden uitvoerde tussen Fratton en Hilsea in Hampshire terwijl het naastgelegen spoor was in bedrijf was. Een kraan van de werktrein bevond zich binnen het omgrenzingsprofiel van het andere spoor toen hij geraakt werd door een passerende reizigerstrein, met negen gewonden en een dode tot gevolg. Op 9 maart 1986 botste de 31436 met een reizigerstrein frontaal op twee losse locomotieven bij Chinley, Derbyshire als gevolg van een fout van een baanwachter met een dode tot gevolg. Onder meer een gebrekkige training en een stroomstoring werden als oorzaken vastgesteld. Op 20 februari 1987 rolde een goederentrein weg en ontspoorde op de ontspoorinrichting bij North Junction in Chinley. Een trein getrokken door de 31440 reed vervolgens in op de wrakstukken. Op 28 oktober 1988 rolden twee onbemande locomotieven (31202 en 31226), die vermoedelijk niet op de rem stonden, weg op een kort opstelspoor bij Staples Corner in noord Londen. Nadat ze het stootblok geramd hadden rolden ze het talud af op de North Circular Road, desondanks raakte niemand gewond. De tweede locomotief van het stel belandde op het dak van de eerste en bleef daar labiel in evenwicht. De beide locomotieven werden na het voorval uitgerangeerd. Commerciële vervoerders Eastern Rail Services De 31452, ondergebracht in Great Yarmouth, was in 2022 de enige dienstvaardige class 31/4 buiten de als erfgoed behouden exemplaren.
English, Welsh & Scottish Voor de instroom van de Class 66 nam English Welsh & Scottish (EWS) het beheer van de Class 31en over van de vervoerders Mainline Freight en Trainload Freight. De 31255 werd gebruikt voor kleurproeven van de EMS huisstijl maar reed nooit meer op hoofdlijnen en bleef in Toton tot de opname in het erfgoed in januari 1999. De 31466 werd overgeschilderd in de huisstijl van de EWS ter gelegenheid van de open dag van depot Toton in mei 1998 en werd korte tijd later de enige van de reeks die in EWS-kleuren in de treindienst mee draaide tot de opname in het erfgoed in februari 2001. In de nadagen van de 31110 in eigendom van EWS werd ze in de zomer van 1999 overgeschilderd in BR groen en voorzien van haar oorspronkelijke nummer D5528 ter gelegenheid van het einde van de dienst bij EWS en verzekerde de laatste door een Class 31 getrokken railtour bij EWS, uiteindelijk werd ze in april 2007 gesloopt bij TJ Thompson's in Stockton. De laatste vier locomotieven in dienst van EWS werden in februari 2001 uitgerangeerd. De twee exemplaren in de EWS huisstijl, de 31255 en 31466, zijn behouden als erfgoed, de 31255 is ondergebracht bij de Mid Norfolk Railway en de 31466 bij de Dean Forest Railway.
FM Rail